Eeuwigheidswaarde

een keuze

 

Inleiding

 

 

Verlicht door de wetenschappen ontwikkelden technologieën een economie met kapitaal en steeds beter geschoolde arbeid. Die welvaart bracht voor steeds meer mensen. Technologieën die inmiddels almaar hogere eisen aan die arbeid stellen, ze reduceren tot op wat strikt nodig is en voor een groot deel overbodig maken. Met als doemscenario een economie met alleen nog met automaten en robots met kunstmatige intelligentie.

Gingen in aanvang de opbrengsten naar zowel kapitaal als arbeid, in die geautomatiseerde gaan ze overwegend naar het kapitaal. De rijken die steeds rijker worden en dat we er weinig van merken dat het in Nederland inmiddels zo goed gaat.  

Kapitaal dat zich in toenemende mater onttrekt aan de gemeenschappen waar zich wet te vermeerderen. Waardoor beheer en onderhoud daarvan steeds meer voor rekening komt van de daar voor het kapitaal werkende mensen. Het kapitaal dat steeds minder belasting betaalt en de arbeid steeds meer. Dat door de zo afnemende koopkracht van die arbeid steeds minder investeert in bedrijven. Zich met beleggingen, verhuren van bezit renderend maakt. Lucratief door verkeerd beleid ontstane schaarste, zoals die van woningen in grote steden. Met als variant het verhuren van geld. Dat arbeid die steeds minder deelt voor grote aankopen moet lenen. De schuldenmaatschappij die de koopkracht verder uitholt. Nederland dat het dan ook zo goed doet dank zij koopkracht elders, met export.

 

De wetenschappen en vooral de nieuwe die dit mogelijk maken. Een economie die evolutionair kennelijk uit is op vooral op bezit van roerende en onroerende goederen, producerende middelen, expertise die ze laat functioneren, geld.

Wetenschappen die inmiddels ook een einde van hun verhaal vertellen, die niet verder reiken dan de natuurwetten van de wereld waarin en waaruit ze zijn. Wetten die eindig zijn en waarvan ze de principes steeds meer onthullen. Die zich in hun technologische toepassing beperken tot het voor ons praktisch bruikbare. Dat daardoor eveneens eindig wordt. Daarmee uitkomen op eindwaarden, het ons praktische bruikbare dat zich niet verder laat verbeteren, z’n innovatie gehad heeft. Producten die dan heel lang mee kunnen te gaan. Als we zee eeuwigheidswaarde geven. De keuze tussen wegwerp en duurzaam.

 

Waarmee we kunnen uitkomen op een economie van eindwaarden met eeuwigheidswaarde. Producten die lang mee gaan en goed te onderhouden zijn, de minder bestendige onderdelen makkelijk te vervangen. De auto die met een goede garage steeds langer mee gaat, eenmaal elektrisch en zelfrijdend op z’n eindwaarde komt. Het laatste model mobieltje dat we niet meer zo nodig hoeven, dat we hebben wel te vervangen.

De woning op eindwaarde met eeuwigheidswaarde, gebouwd dus naar de laatste kennis van zaken, met kwalitatief hoogwaardige materialen, energiezuinig, met nauwelijks nog onderhoud, die je eenmaal vrij van hypotheken vrijwel gratis laat wonen. Productiemiddelen van bedrijven op eindwaarde met eeuwigheidswaarde die heel goedkoop produceren. Bezit van onroerend goed technologisch eenmaal op dat niveau dat uiterst renderend is. Kapitaal dat als het dat weet te monopoliseren daarmee steeds rijker wordt. De prijs van medicijnen dan naar willekeur te verhogen, voor technisch afgeschreven woningen extreme prijzen afdwingen. De economie op weg naar vooral bezitten. Met monopolies die alleen door overheden te regelen en ontmantelen zijn.

 

Bezit altijd van de aarde te bieden heeft en wat arbeid z’n waarde heeft gegeven. De aarde eens van iedereen, een commune eindwaarde. Inmiddels getransformeerd door die arbeid in een cultureel landschap van vooral privébezit. Kapitaal dat zich steeds meer de vruchten van arbeid toe-eigent. De economie met alleen nog werkgelegenheid door almaar groeien.

Wat de aarde niet meer aan kan. Met als oplossing die eindwaarden met eeuwigheidswaarde. De woning daarmee over vele generaties heen bestendig, daarmee de economie drastisch afremt, die beperkt tot alleen onderhoud en incidenteel renovatie. Wat eveneens geldt voor alles wat we deze waarde weten te geven, producten die zinvol bezit blijven over vele generaties en circuleren via kringlopen. Het antwoord dat ook een einde maakt aan die eeuwig noodzakelijke groei van de economie. Die brengt in balans met wat de aarde aan kan.

 

De woning eenmaal afbetaald die de kosten van wonen reduceren tot onderhoud en renovatie. Kosten te beperken door die woning op eindwaarde met eeuwigheidswaarde te brengen. Sociale woningbouw naar dit beleid dat dan uitkomt op steeds lagere huren. Dit commune bezit verder ontwikkelen tot een nationaal bezit van woningen, voor wonen voor iedereen voor die kosten, dat dan een basisinkomen voor iedereen wordt.

Schiphol op een eiland in zee. Voor de komende generaties tegen de kosten van onderhoud en beheer. Net als nu het Noordzeekanaal als een commune zaak. Tenzij het een belegging wordt van te veel geld elders in de wereld. Privébezit met tevens een monopolie en dus duur te huren tot in het oneindige. 

Een herstel van het eens commune van de aarde op basis van gezamenlijk gerealiseerd gezamenlijk bezitten en vererven. Nu al manifest aan het openbare, publieke van onze stedelijke structuren. Waaraan we op die manier de structuren voor wonen toevoegen. Eveneens voor de plekken van het kleinschalig werken en ondernemen gewenst. De middenstand die moet wijken voor de beleggingen van kapitaal. Herstel van het commune, met eigen economisch initiatieven, als coöperaties, collectieven.

 

Het commune dat zich moet bewijzen op de vrije markt. Het systeem waarvan we vinden dat het beste is voor de economie. Alles wat we maken goed afstemt op wat de markt wil. Bedrijven die het goed doen beloond met winst en zo niet met faillissement. Waardoor overheden zich kunnen beperken tot beveiliging van die vrijheid, garanderen van concurrentie, bestrijding van monopolies. Elk dirigisme overbodig maken.

Het commune dat met eindwaarden met eeuwigheidswaarde op die vrije markt altijd winnar is. Een nationaal woningbezit met die waarde dat het particuliere bezit dwingt tot eveneens huren gebaseerd op de kosten van beheer en onderhoud en kwaliteit.

Overheden met als taak die vrije markt te regelen en garanderen, zorgen voor een eerlijke handel. Een internationaal verhaal en daarmee afhankelijk van wat de grote wereldmachten er van maken. 

 

Het commune dat zich verder kan herstellen door te sparen voor later. Inmiddels met pensioenfondsen, maar dan ook voor iedereen. Fondsen die alleen kunnen beleggen in bedrijven met eeuwigheidswaarde. Als overheden zorgen voor die vrije markt. Daarop  immers de overgebleven winnaars zijn. Zo ook die fondsen eeuwigheidswaarde geven, tot een almaar groeien bezit maken voor iedereen. We in plaats van steeds later steeds eerder met pensioen kunnen. Deze fondsen zich ontwikkelen tot een basisbezit en daarmee een basisinkomen voor iedereen. Voor rekening van de economie en niet van belastingen en premies. Een bezit dat gezien z’n eeuwigheidswaarde een erfenis wordt over steeds meer generaties.

 

Een mogelijke ontwikkeling voor al het bestendige dat we produceren tot op eindwaarden met eeuwigheidswaarde. Als we daarvoor kiezen. Waarmee ook wij als soort in balans komen met onze basis moeder aarde, en in het reine met onze voorfamilies.

 

Mits we ook onze energievoorziening in die balans krijgen. Nu vooral met fossiele brandstoffen, de CO2 in miljoenen jaren in de aarde opgeslagen. Waarmee we de atmosfeer vervuilen, er een broeikas van maken, de lucht die we inademen vergiftigen. ernstig vervuilen. Inmiddels een punt van internationale zorg. Vooral die vergiftiging van de atmosfeer. In veel steden goed voor vroegtijdig sterven van tienduizenden. Die inmiddels dan ook alles elektrisch willen. Van duurzame windmolens en zonnepanelen. Die nu nog maar enkele procenten van het energieverbruik dekken. In eerste instantie dus van het fossiele. Dat zich in moderne centrales goed laat reinigen. En gezien de capaciteiten van het duurzame alternatief nog voor vele decennia. Waarmee we met dat CO2  blijven zitten, we nu al vrij zeker van zijn Parijs niet te halen.

 

De oerknal, ineens heel veel energie. Die werd opgeslagen in waterstof, in de ruimte van een met die knal uitdijend heelal. Door zwaartekracht samengeperst in sterren tot kernfusie, om daarmee die energie gedoseerd vrij te geven voor de verdere evolutie van dat universum. Waterstof, een eerste eindwaarde met eeuwigheidswaarde. Het mogelijke model voor eens ook onze energievoorziening.

De vele miljarden die internationaal worden besteed voor eens dat proces van kernfusie op aarde. Een langlopend prestigeproject, verwacht een aantal  decennia proberen en met onzekere uitkomst. Terwijl materie in energie omzetten sneller en goedkoper kan met thorium. Een grondstof in elk land ruim voor het opscheppen, en met een paar scheppen al voldoende voor vervanging van een centrale op fossiel. Een ontwikkeling die het moet doen met enkele miljoenen, gezien de emotionele weerstand tegen kernenergie. Maar alle centrales kerncentrales, en we hadden deze problemen niet gehad. Kerncentrales in vergelijking met de fossiele met nauwelijks slachtoffers. Ook voor de toekomst met een overvloed van honderden miljoenen jaren stabiele aardlagen voor de opslag van gevaarlijk afval in de orde van grootte van m3.  Centrales op thorium, waarschijnlijk wel de voornaamste eindwaarde voor het CO2 probleem worden. Gecombineerd met waterstof voor energieopslag dan ook met eeuwigheidswaarde.

 

Eeuwigheidswaarde is een keuze. Een economie met welvaart voor iedereen of voor selecte elites. De aarde een commune zaak of van een paar procent. Sociaal maar wel eigen volk eerst of internationaal. Duurzaam versus wegwerp. Alles elektrisch en we zien wel hoe of met alleen schone energie.

Ons weten dat vrijwel alles mogelijk maakt, maar alleen toegepast in technologieën naar keuze, naar wat de markt wil, de politiek gedoogt, unieke belangen dient. Incidenteel hevig verontwaardigd en met raketten. Of continu bezorgd over wat aan mensenrechten te over laat. Over slavernij in het verleden of die van ons hier en nu.

Keuzes vanuit de taal waarin we leven, waarnaar we denken en handelen. De woorden daarvan betere dimensies geven en daarmee nieuwe perspectieven. Vanuit ons vermogen daarmee te kunnen denken en bedenken. En het gegeven dat we alles kunnen zien en weten. Bewust daarmee wat wel willen, dwars op wat schijnbaar blind over ons heen komt.

 

 

Zinvol voor eeuwen.

 

Kies voor eeuwigheidswaarde. Al het rationeel technische komt in een vrije wereld uit op eindwaarden. Op producten, waarden die meer zinvol te verbeteren, hun innovaties gehad hebben. Geef ze dan eeuwigheidswaarde, zorg dat ze heel lang praktisch bruikbaar blijven, een duurzaam bezit voor eeuwen worden. De keuze tussen wegwerp en duurzaam.

Eindwaarden met eeuwigheidswaarde, een natuurlijke uitkomst van de evolutie van het universum. Direct al na z’n begin, de oerknal, die van waterstof. Dat zwaartekracht samenperst in sterren en zo laat fuseren tot de elementaire elementen, eveneens een reeks van eeuwige eindwaarden. In aantal beperkt, ruim negentig. Met onder andere zuurstof, dat met waterstof water is, voorwaarde voor het ontstaan van leven. Met koolstof voor de koolwaterstoffen voor dat leven. De natuurlijke elementen die wij gebruiken voor alles wat we maken. Dat met een evolutie door ons heen eveneens belandt op eindwaarden, en als we willen met eeuwigheidswaarde.

 

Eindwaarde, niet meer verder te innoveren, in de natuur aan het eind van hun evolutie. Het principe van het wiel, de stoel, het paard, de mens als soort. Waarop wel eindeloos te variëren valt. Gebracht op eeuwigheidswaarde waarden voor eeuwig. De vele producten door ons als praktisch volmaakt beleefd en nauwelijks nog te verbeteren. Wel binnen het alfa en omega van hun ruimte en tijd. De stoel zolang er mensen zijn. Die weer zolang de aarde ze tolereert. De aarde voor de tijd ons zonnestelsel gegeven.

 

Het universum dat naar een wil besloten in die natuurwetten, als van zelf, blind op die eindwaarden met eeuwigheidswaarde uitkomt. Die kringlopen behouden voor steeds weer hergebruik. De eerste sterren die aan eind van hun proces van kernfusie explodeerden tot sterrenstof voor nieuwe sterren met planeten. Nu voorzien van die elementen voor voortzetting van die evolutie met leven. Op aarde met een ecosysteem voor planten en dieren. Materieel geconstrueerde sterrenstof naar instructies geschreven op z’n DNA. Dat in staat is zichzelf te reproduceren, zo soorten met eeuwigheidwaarde realiseert. Die zich voortdurend aanpassen aan veranderingen van dat systeem. Zo evolueren tot steeds hogere en complexer vormen van leven. Bijgeschreven in dat DNA, het zo eveneens evoluerende verhaal voor leven.

 

Een evolutie van het eerste iets van de oerknal, het voor ons materiële, tot op het uiterste wat die natuurwetten mogelijk maken. Zich daarbij beperkend tot wat praktisch bruikbaar is voor wat die evolutie wil. Die zich met de mens zich daardoorheen voortzette naar menselijk willen. Resulterend in het materiële dat die aan zich toevoegt, z’n van nature materieel mee verlengt. Een verlenging met materiële middelen eveneens op weg naar eindwaarden met eeuwigheidswaarde. De vele kwaliteitsproducten door innovatie tot op het technologisch uiterst mogelijke uitontwikkeld. Die we beleven als goed bruikbaar tot praktisch volmaakt. Die niets meer te wensen over laten, niet meer zinvol te verbeteren is, dan ook liefst zo lang mogelijk moeten meegaan. De apparaten die bij vervanging niets nieuws te bieden hebben.

De woning, weldoortimmerd, van nauwelijks te verslijten materialen, met weinig onderhoud, energielabel A, met voor alles optimale kwaliteit, die eenmaal de hypotheek afbetaald wonen vrijwel gratis maakt. Een eindwaarde met eeuwigheidswaarde is voor vele generaties. Het team dat zo’n waarde van expertise en onderlinge samenwerking uitontwikkelt, met als doel winnaar te zijn en te blijven. Voor bedrijven, organisaties, samenlevingen met die lange termijn doelstelling. Die daarmee op eindwaarden met eeuwigheidswaarde belanden. Materiële middelen naar verhalen, recepten, formules, gebruiksvoorschriften, die we elkaar doorgeven en steeds verder ontwikkelen. Verhalen van hoe samen te werken, taken en verantwoordelijkheden te verdelen. Rationeel technische verhalen die zo eveneens uitkomen op eindwaarden met eeuwigheidswaarde.

 

              De taal waarin we leven.

 

Het verhaal dat de mens op aarde tot winnaar maakte. Begonnen met het immaterieel kenmerkende van dierlijk leven. Materieel bezien een constructie, organisatie van die natuurlijke elementen, sterrenstof. Met het vermogen van waarnemen van de wereld waarin en waaruit het is. Door voor licht, geluid, geuren gevoelige cellen, die verbonden zijn met een brein. Dat net als een computer met programma’s, algoritmen, die waarnemen duiden. En met gebruiksaanwijzingen waarop zich te focussen en hoe te reageren. Kansen zien en weten te vluchten. Daarmee immateriële belevingen hebben, een vorm van bewustzijn voor instinctief reageren op de buitenwereld. Begonnen met een oerbrein dat de evolutie verfijnde, de hogere vormen van leven meer beheerst liet leven. Met programmering mede genoteerd in z’n DNA en zo voorgeprogrammeerd, plus wat ieders leven zelf vertelt. De vogels die als vanzelf weten hoe hun nesten te bouwen en te zingen. De dolfijnen die samen unieke manieren bedenken om vis te vangen en daarover met geluiden communiceren.

 

Programmeringen met verhalen die elk leven laat leven naar z’n taal. Verhalen, woorden die duiden en om mee te communiceren. Recepten en formules voor het zijn met en in de wereld van het leven. Vooral in het brein voorgeprogrammeerd. Woorden die nieuwe dimensies krijgen met het zelf verhalen schrijven aan de hand van eigen ervaringen. De door het leven zich evoluerende verhalen voor talen voor levens van steeds hogere niveaus. De mieren, pinguïns, steppedieren die zo zijn uitgekomen op hun bijzondere en eigen manier van samen overleven.

 

De taal die de primaat mens uiteindelijk in staat stelde tot denken en bedenken met die woorden. Die daarmee z’n buitenwereld steeds meer wist te beheersen, die mede maakte naar ratio en rede. De primaat met handen die zich verwonderde over wat z’n vingers deden en konden. Gereedschappen en wapens gebruiken, en dank zij z’n vermogen tot denken ze kunnen bedenken en maken. Die z’n leven inrichtte met steeds nieuwe en beter duidende woorden. De primaat die zo een praatgraag dier werd. Zich in toenemende mate materieel ging verlengen. Het schrift bedacht om de woorden daarvoor door te geven en ze eeuwigheidswaarde te geven. Inmiddels digitaal en op internet voor door iedereen te lezen.

 

De soort met de beleving van ‘ik denk en dat ben ik’. Die een al aanwezig bewustzijn maakte tot een zelfbewustzijn. De soort die wij de mens noemen. Geënt op de evolutie van het leven op aarde. Een ‘mens zijn’ in combinatie met de genetische driften en instincten van onze voorfamilies.

 

De soort waarmee de evolutie van het universum ziende werd. De evolutie een bewuste wil kreeg. De mens die voor rekening en verantwoording kreeg. Die evolutie door ons heen van materiële waarmee het natuurlijke landschap van de aarde een culturele werd naar waarden die wij wensen. Waarin onze voorfamilies bestaan bij de gratie van wat wij met ze willen.  

 

De taal die we verteld krijgen in het milieu van geboorte en opvoeding. Die we aanvullen met wat het leven te vertellen  heeft. Voor zover we dat hebben leren verstaan, kunnen lezen, begrijpen. Waarmee elk ‘mens zijn’ dan ook uniek is. We ons onderscheiden naar de taal waarin we leven. Door verschillen in die milieus, lokaal, nationaal, klasse, kaste. Ons zijn naar hun signatuur, talenten, ambities. De vreemdeling die we daardoor niet altijd goed begrijpen, ook al spreekt die onze taal. Talen met ieder z’n eigen uitvoering en daarmee accenten en nuances. Allemaal Engels spreken en toch net iets anders bedoelen. Talen die door de tijd heen veranderen. De antieke volken de we dan ook anders dachten en hun wereld verantwoordden.

Talen door globalisering, wetenschappen en technologieën steeds meer op één noemer gebracht. De taal van de wiskunde die voor iedereen één manier van spreken is. Muziek, kunst, literatuur die genetisch wereldwijd worden begrepen. De Olympische spelen, het doneren van organen; allemaal talen die bewijzen dat we allen naar één DNA zijn. Met variaties naar wat we verteld kregen, hebben willen, moeten, mogen lezen. De evolutietheorie die niet mag, de ongelovige die dood moet, het soort zoekt soort. Kinderen die nauwelijks verhalen verteld kregen, die dan ook weinig mens worden.

 

              De evolutie door ons heen.

 

Talen maakten denken en bedenken mogelijk, het ‘mens zijn’ naar ratio en rede. Ontketenden daarmee een evolutie door de mens heen. In aansluiting op de natuurlijke en eveneens naar die natuurwetten. Maakte deze soort tevens tot een manifestatie van mens zijn met materiële middelen. De materieel verlengde en daarvan afhankelijke mens. Gecombineerd met programmering van het brein met gebruiksaanwijzingen. Ontleent aan het verhaal van verkregen en verzamelde kennis en ervaring, mede product van die evolutie door ons heen. Waarbij die programmering eveneens materiële verlenging is, in ons brein elektromagnetisch en dus materieel geschreven.

 

Materiële verlenging naar wat we weten van die natuurwetten, verkregen door het beoefenen van wetenschappen. Een verlenging in aansluiting op en ten dienste van ons van nature, ons ook een primaat zijn met driften en instincten. Vooral praktisch bruikbaar om ons te voorzien in wat we van daaruit nodig hebben. Voedsel, kleding, beschutting, beveiliging, vertoon, verleiding.

 

Materiële middelen met hun verhalen hoe ze te maken en gebruiken. Altijd de vruchten van arbeid, vrijwel altijd gezamenlijke. Gebaseerd op verhalen hoe die organiseren, van samenwerking en verdeling van taken. Verhalen waarmee we ons met anderen verlengen. Wederzijds als die ieders belang dient. De grondslag van moderne bedrijven waarin het leuk werken en verdienen is. De productie niet zonder verkoop kan en beide gediend met een bekwame directie die de juiste beslissingen neemt. Eenzijdig met slavernij, horigheid, moeten werken voor de kost.

 

Materiële middelen naar wat de natuurwetten mogelijk maken, én tot op de grenzen daarvan. De gegeven eindigheid van de wereld waarin en waaruit we zijn. Het heelal dat rond is en zonder einde maar wel eindig. Net als het oppervlak van onze aarde. De eindigheid die besloten ligt in het beperkt aantal natuurlijke elementen. Theoretisch tot in het oneindige te bedenken, praktisch begrenst tot die ruim negentig. Alle wetenschappen die dan ook stuiten op de grenzen van hun weten. Technische ontwikkelingen die alle uitkomen op eindwaarden. Principes voor producten die niet meer zinvol te innoveren zijn. Voor de traditioneel producten vrijwel bereikt, voor de complexe in het verschiet. Bouwmaterialen die vrijwel uitontwikkeld zijn. De nieuwe wasmachine net zo goed als de oude. De auto die eenmaal zelfrijdend en elektrisch wel z’n eindwaarde heeft bereikt. De medische wetenschappen die nog perspectieven zien, maar al beloven dat ze eens alles genezen.

 

Materiële middelen eenmaal op hun eindwaarden; laat ze dan ook zo lang mee gaan. Met zo weinig mogelijk kosten aan beheer en onderhoud. Dus met optimale kwaliteit. Innovatie tot op het uiterst mogelijke en beperkt tot wat praktisch is en voor iedereen betaalbaar. Het uiterste in ascese. Eindwaarden die daarmee ook eeuwigheidswaarde krijgen. Die eenmaal afbetaald de kosten ervan beperkt zien tot die voor beheer en onderhoud. Een technisch verhaal met maatschappelijke en economische consequenties. Die vragen om een andere taal om daarmee te leven.

 

              Nieuwe paradigma’s .

                                                      

Een andere taal met nieuwe woorden voor ons maatschappelijk en economische besteld. De woorden met deze nieuwe dimensies, die van eindwaarden met eeuwigheidswaarde. Gestoeld op ons vermogen tot zuivere rede en dienstbaar aan ons ‘mens zijn’ vanuit zowel ‘ik denk en dat ben ik’ als ons lekker dier willen zijn. Ratio, rede en menselijke liefde. Robots die nimmer verliefd zullen worden en die we dan ook nooit worden.

Innovatie van een aantal woorden:

 

  Bezit. Eeuwigheidswaarde van bezit transformeert de economie van consumeren naar bezitten. Zorgt er voor dat eens alles al hebben en dat als we wat nieuws willen primair ruilen. De werkgelegenheid van maken wordt die van beheer, zorg en onderhoud van dat bezit. Met het accent op variatie, producten en diensten met design persoonlijk en begeerlijk maken. Deels dus weer terug naar het ambachtelijke, nu met geavanceerde middelen. Perfect passende schoenen laten printen naar een zelf gekozen model. Kunstmatige intelligentie die dienstverlening optimaliseert, op internet je laten adviseren. Medische zorg om mensen zolang mogelijk gezond houden. Waarmee veel producties zich verleggen van ver weg en heel goedkoop naar dicht bij de klant, naar de werkplaats, het lokale atelier in de wijk. Vaak ook assemblages met wat wereldwijd te koop is.

 

Bezit met eeuwigheidswaarde realiseert een almaar groeiende erfenis over de generaties heen. Manifest in het onroerende van het culturele landschap, de kringlopen van roerende goederen. Middelen voor producties van bedrijven, die op eindwaarde met eeuwigheidswaarde gekomen steeds goedkoper produceren.

 

Met de problematiek van monopolisering van al dit bezit. In het bijzondere de meest essentiele, grond, productiemiddelen, werkgelegenheid. Het stedelijk onroerende dat daardoor een interessante belegging wordt. Afzuigkappen op de lonen van de mensen afhankelijk van het daar die daar moeten werken. Dominant kapitaal dat het kleinschalig ambachtelijke de pas afsnijdt, winkelstraten alleen nog voor hun ketens en formules reserveert.

 

Privaat bezit, een voor ons onvervreemdbaar recht, persoonlijk monopolie. Door overheden gegarandeerd en beveiligd. Verkregen door arbeid. De vruchten daarvan die dan ook voor de arbeider moeten toekomen. Een liberaal standpunt. Door monopolies ze vaak onthouden. Te repareren door die monopolies gezamenlijk te laten regelen, ieders bezit ook eerlijk te maken. Door overheden die we gezamenlijk overeenkomen. Dus alleen mogelijk met democratie als eindwaarde voor onze samenlevingen. Goed geregeld als die ook die op eeuwigheidswaarde brengen.

 

Bezit met deze dimensies dat een basisbezit en daarmee basisinkomen voor iedereen kan zijn. Door herstel van het commune Naar het principe van gezamenlijk gerealiseerd gezamenlijk ook bezitten en vererven. Gebaseerd op een economie naar deze nieuwe taal.

 

 

  De markt. De markt moet het doen. Het liberale principe. De markt waar de klant immers koning is. Mits die vrij is voor alle particulier initiatieven en onderlinge concurrentie. En de klant beschikt over geld. Op deze markten zien we bedrijven dan ook hun best moeten doen om te overleven. Ze winst maken als ze het goed doen en verlies faillissement betekent. Ze daarop gedwongen worden tot kwaliteitsconcurrentie en eerlijke prijzen, met design optimaal zien te variëren op die principes met eindwaarden. Het principe horloge, auto, keuken in eindeloos veel variaties en prijsklassen. Naar wat de klant wil en kan betalen. De zegeningen van de vrije markt.

 

Tenzij de markt bedrijven koning maakt, concurrentie ontbreekt en die het voor zeggen krijgen, de klant kunnen afschepen wat het hun belangen het beste dient. Als de vrije markt verzandt in monopolies, patenten, auteursrechten, kartels, een door anderen niet meer in te halen voorsprong en door overheden bevestigt. Als kwaliteit geen prioriteit meer is maar maximalisering van het aandeelhoudersbelang de voornaamste doelstelling. Steden waarin het wonen onbetaalbaar wordt door het ontbreken van voldoende aanbod. Met almaar in stijgende prijs voor woningen die technisch waardeloos zijn, iedere eindwaarde missen en zonder enige eeuwigheidswaarde.

Bedrijven met vooral korte termijndoelstellingen, te realiseren door daarop gerichte en extreem geloonde expertise. Voor rekening van hun eindwaarden met eeuwigheidswaarde gericht op lange termijndoelstellingen, van zowel hun middelen als het team. Het Angelsaksische model versus het Rijnlands model. De landen die daardoor technologisch op achterstand raken, hun openbare middelen zien verloederen. Met bedrijven de internationale markt niet meer aan kunnen. Daarom hun grenzen sluiten om concurrente van elders te weren.

 

Overheden die vinden dat alleen de markt problemen mag oplossen, overheidsingrijpen economisch gevaarlijk is. De markt die het energievraagstuk moet oplossen, maar wel gedomineerd door partijen met enorme belangen in het fossiele. De woningnood in steden opheffen door investeringen van particuliere beleggers. Die van die nood juist zo leuk weten te verdienen, hoge rendementen maken en die zeker niet in gevaar willen brengen.

 

De markt die volop profiteert van zeepbellen, bijvoorbeeld op de woningmarkt. Kopers van woningen na het knappen van die bel financieel onder water laten staan. Hypotheekverstrekking dan ook baseren op de technische waarde van onroerende goed, wat ze werkelijk waard zijn. Daarmee aan het licht brengen van de werkelijke waarde daarvan, de achterstand hun de ontwikkeling naar eindwaarden met eeuwigheidswaarde. De grond weer onvervreemdbaar bezit van het commune, de gemeente, te pachten voor wat het kost aan onderhoud en beheer, bereikbaar maken, groenvoorzieningen.

 

  Kapitaal. Essentieel voor onze huidige welvaart, de motor voor internationale handel, om het effect van arbeid te versterken, zwaar werk verlichter, met automaten en robots dom en onwaardig werk op te heffen, ontwikkelingslanden uit hun achterstand haalt. De zegeningen van het kapitalisme, inmiddels dan ook wereldwijd als winnaar in de economie gevierd. Met wel als probleem de kapitalist.

 

Kapitaal, geld dat met z’n financiële kringloop de economie laten lopen. De kringloop waarin bedrijven zorgen voor lonen om hun producten af te nemen en rendementen om te sparen. Spaartegoeden weer te injecteren in deze kringloop met nieuwe investeringen om ze renderend te maken.

 

Een kringloop die drastisch verandert door nieuwe technologieën met eeuwigheidswaarde.

De opbrengsten van bedrijven verleggen naar vooral het rendementen op het geïnvesteerde kapitaal. De arbeid reduceren tot sturend en leidinggevend aan steeds zelfstandiger producerende middelen. De kapitalist die zo steeds rijker wordt en de arbeid die steeds minder deelt. De Nederlandse economie die het geweldig doet maar waarvan de lonen niets merken.

Lonen die wel nodig zijn voor de afzet van producten. Consumenten die voor grote aankopen dan ook aangewezen zijn op lenen. De schuldenmaatschappij met een economie van geld met geld verdienen, waarin de kapitalist steeds rijker wordt, die niet meer rechtvaardig is. Geld dat immers altijd een claim is op de arbeid van anderen. Een claim die niet eerlijk is als het niet met werken is verdiend. Geld dat dan arbeid horig maakt.

 

Kapitaal dat zich ook in toenemende mate laat verspreid, iedereen min of meer kapitalist kan maken. Door die groeiende welvaart over generaties heen, voor zover gezamenlijk gerealiseerd ook gezamenlijk laten vererven. Pensioenfondsen te promoveren tot spaar- en beleggingsfondsen voor iedereen. Die ontwikkelen tot commune, coöperatieve partijen, investeerders op de markt. Met als lange termijn doelstelling een basisvermogen en daarmee basisinkomen voor iedereen. Dan voor rekening dus van de economie en niet van belastingen en premies. Zoals nu het ondersteunende geld van de verzorgingsmaatschappij. Die door die drastische veranderingen op de tocht staan.

  

 

  Het commune. Diamanten voor eeuwig zijn in de aarde vrij voor het oprapen. De aarde dan bezien als van en voor iedereen. Die primaat alfamens zich zijn gaan toe-eigenen, dit commune hebben privatiseerden. Inclusief arbeid. Terwijl bezit altijd de vrucht is van arbeid. De piramides en tempels van Egypte van vrij te vergaren stenen bewerk en gestapeld door aan een elite horig gemaakte arbeid. Die van zijn vruchten werd beroofd. Het in Europa geprivatiseerde landelijk commune waarop schapen beter rendeerden dan horige boeren en dan ook moesten wijken. De uittocht van velen van hen naar beloofde landen elders in de wereld. De kolonies als wingewesten voor het rijke westen. Met slaven voor het daarvoor benodigde werk.

Het commune dat weer in opkomst en aanzien is in de welvaartslanden, met openbare en publieke voorzieningen. Beheerd en onderhouden door democratische overheden en bij goed bestuur op weg naar eeuwigheidswaarde. Het stedelijke dat steeds meer een publiek karakter krijgt met sociale woningbouw en plek voor kleine ondernemingen en starters. Dat gebrek aan plek oplost met hoogbouw. Het silhouet van de megasteden. Structuren die plek maken met verticale voorzieningen voor transport en verkeer. Met eeuwigheidswaarde als ze die open houden voor de toekomst, steeds anders laten invullen zijn. Dan onze nieuwe piramides worden. Een publiek karakter krijgen, deel gaan uitmaken van het stedelijke dat we als erfgoed koesteren en gezamenlijk beheren. Het stedelijk dat dat mist dat verandert in ellendig landschap.

Het commune initiatief gericht op woningen voor iedereen. Die eenmaal afbetaald leiden tot kosteloos wonen, zo een basisinkomen voor iedereen worden. Op gelijke wijze werken aan een coöperatief  bezit van werkplekken voor de dienstverlening, voor ZZP ers, starters.

 

Bezit van goud en sieraden als zekerheid voor onzekere tijden. De gouden ring in het oor van zeelieden voor een waardige begrafenis, zouden ze eens ergens aanspoelen. Een handje vol diamanten, bezit handig om mee te vluchten. Voor bijvoorbeeld pogroms. Dan ook geliefd bij criminelen. Het commune dat streeft naar zekerheid voor iedereen. Van vooral het meest essentiële, plek voor wonen en persoonlijke creativiteit.

 

Het beheer van het commune dat het liberalisme graag overlaat aan de markt. Met subsidies gerealiseerde openbare voorzieningen, windmolenparken, overdekte marktplaatsen, verzekering van gezondheidszorg, door particuliere bedrijven beheerd. De markt die zich autonoom stuurt, doet wat de klant wil, dienst belangen dient, met winst voor die bedrijven als ze het goed doen en anders failliet laten gaan. Tenzij ze dat beheer het weten te monopoliseren en vermengen met andere doelstellingen, gestuurd worden door andere belangen. De systeembanken die het commune betalingsverkeer regelen, de lonen en spaartegoeden van de gewone burger beheren. Maar beheerd worden door hun aandeelhouders vanuit alleen hun belangen. Met dat geld mogen speculeren. En als dat fout gaat door het commune gered moeten worden. Voor deze vormen van beheer van het commune moeten de aandeelhouders altijd de direct belanghebbende burgers vertegenwoordigen. Met voor de bestuurders geen marktgerichte maar publiek gebruikelijke beloningen.

Publiek beheer naar de principes van de  democratie. Delegatie van de publieke macht naar daarvoor geschikte expertise. Door de burgers gekozen overheden met delegatie over die instellingen. Door scheiding van machten te vrijwaren van vermenging van belangen. Zoals die van de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende machten. Voor dat commune beheer dan ook verder uit te breiden. Het kabinet Lubbers dat vrij de pensioenfondsen mocht plunderen. Sociale woningen door regeringen gedwongen tot marktconforme huren om andere overheidstaken te financieren of tekorten te dekken, belastingen te verlagen. Tot verkoop verplichten als een zeepbel dat aantrekkelijk maakt.

 

Publiek beheer op basis van democratie, dat niet zonder een onafhankelijk pers kan. De media waarin unieke belangen binnen sluipen en dat beheer vervuilen met nepnieuws. Versluierde reclame voor hun doelen. Journalistiek bedrijven inmiddels als een gevaarlijk beroep. Journalisten de onafhankelijke status en plichten geven als van artsen, gegarandeerd en beveiligd voor die democratie.  

  

Herstel van het commune van onze aarde. Nu dat verdeeld is met nationale grenzen, particulier hekken en muren, handelstarieven, het eigen volk eerst, sociaal maar alleen nationaal. De enclave Nederland alleen als heerlijkheid voor wie het Wilhelmus kan zingen.   

 

  Energie. De huidige welvaart is gestoeld op energie van fossiele brandstoffen. Koolstof in honderden miljoenen jaren opgeslagen. Die daarmee in een paar eeuwen vrij komt. Waarop ecosysteem aarde geen passend antwoord heeft, z’n kringlopen grondig verstoord ziet raken. De markt die dat probleem moet oplossen. Internationaal gedomineerd door belangen in nog voor eeuwen vrij op te rapen fossiele voorraden. Concurrentie met anderen middelen dan ook alleen mogelijk is vanuit overheidsbeleid en met publieke middelen.

Reizen binnen Europa dat sneller, comfortabeler, milieuvriendelijker is met hoge snelheidstreinen dan met vliegtuigen. Belet doordat we zo weinig mogelijk Europa willen en de atmosfeer vrij mogen vervuilen met belastingvrije kerosine.

Overheden die milieubewustwording suggereren met subsidies op windmolenparken. In de orde van grootte van honderden. Terwijl voor de vervanging van één fossiele centrale enkele duizenden nodig zijn. Groene stroom die voor meer dan de helft van versnipperde bomen elders gekapt is.

Het taboe op kernenergiecentrales, het enige serieuze alternatief. Met vermogens als van fossiele centrales, snel op eeuwigheidswaarde en daardoor uiterst concurrerend, met brandstof overal vrij voor het oprapen. Die een snelle overgang van alles elektrisch mogelijk maken. De kernramp door een tsunami in Japan die tot op heden nog geen doden heeft geëist. Alleen door overheden te realiseren. Die ze nu sluiten en vervangen door centrales op fossiel en nepnieuws over wind- en zonne-energie als duurzaam. De tientallen miljarden voor een internationaal prestige onderzoek naar energie met kernfusie, eens de zon op aarde. Terwijl centrales op thorium mogelijk de eindwaarde voor deze vorm van energiewinning wordt. Een product in alle landen vrij voor het opscheppen en maar een paar scheppen nodig. Voor research niet interessant geacht omdat ze geen bijdrage leveren voor kernwapens. En we immers nog kolen, olie en gas in overvloed hebben.

 

Terwijl er energie is in overvloed. Van de zon, die water laat stromen, winden waaien, planten groeien. En het feit dat materie energie is. Voor alle middelen voor productie op eindwaarden, technologisch uitontwikkeld. Die gebracht op eeuwigheidswaarde heel goedkoop in energie kunnen voorzien. Energie waarmee veel problemen zijn op te lossen. Waren alle centrales kerncentrales en de aarde had geen CO 2 probleem. Wij niet die jaarlijks miljoenen doden door fijnstof en kwalijke gassen. In 2030 zijn wereldwijd longziekten de derde doodsoorzaak.

 

Voldoende energie maakt alles elektrisch mogelijk. Met als meest duurzame opslag waterstof. 

Woningen met zonnepanelen en waterstof die voor opwekking van elektra en warmte zijn volledig energiezelfstandig. Auto’s op waterstof kunnen weer tanken. Maar wat wordt hiervoor de eindwaarde? Die trachten in te schatten en beleid daarop richten en bijsturen. Zijn auto’s op accu’s tijdelijk, voor vooral lokaal, warmtepompen op lucht de oplossing voor het elektrisch verwarmen van woningen? 

Energie maakt verticale landbouw vlak naast de supermarkt mogelijk, fabrieken voor vleesvervangers. Die dieren verlossen van de plaag van ons ‘mens zijn’. Dat materie energie is van de terreur van anti verlossen. Met voor al het bestendig materiële wat we maken eindwaarden met eeuwigheidswaarde en daarmee de daarvoor gebruikte energie behouden. Het antwoord op de huidige wegwerpeconomie. Nu bewust gewild om die constant te laten groeien. Een keuze dus.

 

Ecosysteem aarde. Hersteld van z’n kringlopen. De steppen en bossen die zich in stand houden door wat ze verbruiken terug geven. De planten en dieren in balans door eten en gegeten worden. Met hun kringloop van koolstof, waterstof en zuurstof, de planten die koolwaterstoffen en zuurstof maken uit CO2, die dieren leveren door ze verbranden.

Onze samenlevingen op gelijke wijze laten functioneren. Met eindwaarden met eeuwigheidswaarde een antwoord, het daarmee behouden. Het apparaat waarvan onderdelen die niet meer werken te vervangen zijn. De containerschepen die dan alleen nog die onderdelen vervoeren. Behouden wat we de aarde hebben ontnomen voor alles wat we maken. Te bevorderen door standaardisatie en normalisatie. De auto met alleen eigen merk en gereedschappen te onderhouden. Voor al onze elektrische apparaten één aparte oplader. Bewust vermeden om de wegwerpeconomie in stand te houden. Normalisatie die ook kwaliteit en veiligheid garandeert. Die nepinformatie van reclame bestrijdt. De appelmoes met een paar procent aardbeien als aardbeienjam verkocht. De Europese normen voor voedselveiligheid. 

 

Het mensgrensdraagvermogen van onze aarde. In de natuur voor de dieren van nature geregeld. Voor ons een opgave voor ons denken en bedenken. Kinderen in veel landen als essentieel om te overleven. Vrouwen zodra ze rijp zijn vrij daarvoor te kunnen benutten.

Voedsel en drinkwater dat in een aantal landen schaars wordt.

Welvaart en bestaanszekerheid voor vrouwen blijkt daarop een hét antwoord. 40% van de huwelijken die stranden en de zorg voor de nieuwe generaties legt bij de vrouw. 80% van de kinderen in achterstandswijken waarvan de vader weg is.

 

  Zingeving. De huidige zingeving aan ons ‘mens zijn’ is vooral werken en vergaren van bezit. De waardering van de mens naar z’n economisch nut. Waarbij de nutteloze worden afgeschreven. Met voedselbanken om ze in leven te houden. Voor veel mensen allemaal heel gewoon. Het rijke dat zorgeloos verpaupering wil kunnen tolereren. De actuele politiek met z’n accenten op veiligheid. Was het doel van het leven eens vooral voorbereiding op een eeuwig leven na dat leven. Leven  naar ‘ik denk en dat ben ik’ beperkt tot het hier en nu. Daarin werken voor eigen doelstellingen. Carrière maken verleggen naar daarvoor creatief bezig zijn, willen excelleren in kunst, cultuur, sport, vermaak. Daartoe opvoeding en onderwijs gericht op de ontplooiing van persoonlijke aanleg en talenten. Het perfect instrument als basis, persoonlijk daarmee muziek kunnen en willen maken. Praktisch volmaakte verven en penselen voor het unieke schilderij. Werken gericht op creatief bezig zijn naar eigen ambities.

De economie wordt dan secundair, een noodzakelijk moeten om dit mogelijk te maken. De mens tijd en middelen te geven voor die zelfvervulling. Z’n functie te bepalen in die evolutie door ons heen. Met de problematiek van verslavingen om doelloos denken en tijd te doden. Zich verdoen met droomstaren op beeldschermen, versluieren met drugs. De inleiding voor de verdere evolutie van ons ‘mens zijn’. Uniek zijn, bijzonder, vrij van elk dictaat. Zonder eindwaarden en met incidenteel iets van iemand voor eeuwig. Menselijke existentie altijd voor eigen verantwoordelijkheid. Voor een mensheid die nog maar kort bestaat en waarschijnlijk nog honderden miljoenen jaren te gaan heeft. Met ook nog vele talen te gaan, door die tijd heen te schrijven. Altijd geënt op de bestaande. Die dan ook nog eens lezen.

Ons denken daaraan toetsen, blijven slijpen op die monumenten van voltooide verledens. Vele ook met eeuwigheidswaarde Die dan ook zorgvuldig te behouden zijn, ook die van bedenkelijk daden en denken. Opdat we ons blijven toetsen en leren leren.

 

De bestaande verhalen herlezen, een advies ook van Peter Sloterdijk (1947). ‘De huidige generatie staat voor een mondiale breuk in z’n verhaal, heeft z’n filosofen opnieuw te herlezen. Om zich daarmee een geschiedenis te geven en zo een door lering en verdieping opnieuw en anders beginnen, een zicht op verder en beter. Onze grote thema’s zijn niet anders dan ontwijkingen en halve waarheden. De huidige westerse maatschappij is vooral gebaseerd op nihilisme, met als antwoord cynisme. We moeten op zoek naar methoden om ons opnieuw te temmen, te oefenen voor het leven, immuun te maken voor gevaren, te ontworstelen aan het lot. Het lot dat iedereen opzadelt met een invalide begin, lichamelijk en geestelijk. Om vervolgens daarmee wat van het leven zien te maken, te proberen door oefening en training de eigen onvolkomenheden te compenseren. Waarin velen maar beperkt in slagen, slechts weinigen wat van weten te maken.

Wat zich manifesteert in de anarchie van de volkswil vanuit woede over het lot getrokken en de onmacht om daarmee te leven. Met kwalijke politieke consequenties, de boze burger die vooral nee wil zeggen, het genante politieke debat dat met alles willen en mogen zeggen de werkelijke thema’s ontwijkt.

Met dus de vraag wat daaraan te doen, hoe nieuwe generaties te trainen voor het ongewisse van de moderne wereld, die elk geloof in hogere of wijze meesters hebben afgezworen en alle moraal vrijblijvend vinden. Een wereld waarin zij die het wel maken geen visies meer hebben, vooral afwachten wat er komt en bekijken hoe daarop adequaat valt te reageren, het veel te veel almaar laverend naar daarvoor veilige havens. De winnaars die het leven beleven als een bevrijding. Verliezers die op zoek gaan naar troost in drugs van schijnzekerheden.

Met dan wel de vraag hoeveel zijn daartoe in staat, zullen en kunnen de fakkels van onze filosofen overnemen. En zijn dat er voldoende als tegenwicht tegen die boze burger?

 

Verhalen voor de talen waarin we leven.

 

We zijn naar onze talen, naar wat we verteld krijgen. De linguïstische wending in de filosofie, Inmiddels ook bepalend gebleken voor de ontwikkeling van hersenen, het vermogen tot denken en bedenken. Kinderen die mens worden naar ze verteld krijgen en daarmee zelf leren lezen, de taal creëren waarin ze leven.  

 

‘Andere verhalen, andere woorden, in andere talen. Al onze bespiegelingen resulteren in verhalen met verklarende en zingevende woorden. Iedere betekenis van een woord is naar z’n context in een zin en de taal gebezigd’. Gottlob Frege (1848-1925). Een woord, een zin krijgt betekenis en valt alleen te begrijpen naar de taal waarin die gesproken wordt. Met dus de vraag van de relatie tussen die duidingen in de diverse talen. Voor ieder ‘mens zijn’ geldt het ‘er zijn’ in de eigen taal met de daarmee geschreven verhalen. ‘We zijn naar onze nationale verhalen’.

 

De taal van de wiskunde is wereldwijd de meest eenduidige en logische. Dan ook hét instrument voor een logische en ondubbelzinnige analyses van beschrijvingen. Aldus Bertrand Russell (1872-1970). Maar ook die taal stoelt op axioma’s, het niet te bewijzen vanzelfsprekende. Zoals ‘de kortste verbinding tussen twee punten is een rechte lijn, en die snijden elkaar in het oneindige, dat wil zeggen nooit.’ Maar wat als de ruimte rond is, als het oppervlak van een ballon, waarop geen rechte lijnen mogelijk zijn?

 

Ferdinand de Saussure (1857-1913)  ‘De taal is een systeem van tekens met betekenissen waarmee we met elkaar communiceren en zelf kunnen denken’. Woorden, verhalen die ons maken tot betekenisdrager en zo tot het ‘ik denk en dat ben ik’. De mens als object bekijken, wetenschappelijk bestuderen, wordt zo het bestuderen van z’n taal. Hij maakte daarbij een onderscheid tussen de structuur, het gebouw van de taal, de ‘langue’, en het spreken, het ‘parole’, het in dat gebouw met elkaar zijn en het er zelf mee verkeren.

 

De linguïstische filosofie die z’n focus van het wezen van de dingen verlegde naar het wezen van de mens als praatgraag dier. En dan vooral bezien vanuit z’n taal als drager van tekens. Die binnen een taalstructuur dat z’n ‘ik denk en dat ben ik’ bepalen. De inleiding ook van de sociologie, de studie naar de relaties tussen mensen in een samenleving naar het discours, van hoe gepraat wordt en de daaruit volgende moraal. De nationale identiteit.

 

‘Samenlevingen worden bijeengehouden door morele regels.’ Emile Durkheim (1858-1917)

Een moraliteit die evolueert van primitief naar complex, van het collectieve naar het individuele. Traditionele samenlevingen stoelden op één moraal voor handelen en denken. Disciplines bevestigd door religies en met straffen voor afwijkend gedrag. Terwijl de moderne samenlevingen zich kenmerken door tolerantie voor non-conformisme, voor verschillen in moraal, denken, geloven. De cultus van het individu met gelijke rechten voor iedereen. Met als probleem de gelijke plichten. De erosie van de samenleving als alleen het dienen van het eigen belang de moraal wordt. ‘Want met alleen egoïsten geen samenleving’. Onze huidige zoektocht naar nieuwe morele regels voor alles en iedereen vrij kunnen zijn, het vrije marktdenken, het onbeperkt alles mogen zeggen.

 

De relatie tussen taal, gedachte en de werkelijkheid. De taal als verbinding tussen gedachten en werkelijkheden. Doordacht door Ludwig Wittgenstein (1889-1951). ‘Taal is de waarneembare vorm van denken’. De logica van zinnen moet dan ook een afbeelding, afspiegeling zijn van de essentie van de beschouwde werkelijkheid. Alles dat over iets in die zin gezegd kan worden kan helder gezegd worden, en zo niet dan is het beter daarover te zwijgen.

Taal is niet alleen om waarheden te presenteren, fenomenen te beschrijven, maar ook om vragen te poneren, orders te geven, te prijzen of af keuren, spelletjes te spelen. Woorden zijn dan ook altijd naar de context waarin ze worden gebruikt, de activiteiten en doelstellingen van taalgebruikers, hun ‘parole’, hun ‘er zijn’ in de langue.

De problematiek van het verwoorden van wat we vinden van de wereld, z’n zijn, wezen, ons willen of niet willen. Woorden zoeken voor de verbazing dat die wereld er is en niet niet is. De pogingen van Wittgenstein tot vernietiging van de westerse metafysicacultuur, het verhaal van het gewaand hogere achter de dingen en een te gehoorzamen buitenmenselijke ethiek. Waarover immers alleen maar te gissen valt, niets zinnigs te zeggen is en dus beter over te zwijgen.

 

‘Taal: een systeem van tekens die staan voor betekenissen in de geest van de spreker of schrijver. Vanaf onze jeugd zijn we afhankelijke van de taal, de verhalen van de gemeenschap waarin we geestelijk opgroeien door opvoeding, indoctrinatie, scholing, gecombineerd met eigen keuzes vanuit een eigen individualiteit. Genetisch is ieder mens naar eigen aard taalgevoelig en praatgraag. Kinderen leren als vanzelf praten, hebben daarvoor een aangeboren aanleg.’ Avram Noam Chomsky (1928)

In balans met het niveau van de verhalen die men verteld krijgt ontwikkelt zich ook het materiële brein en daarmee het vermogen tot bewust denken. In het algemeen tot een gezond verstand met de vanzelfsprekende aanvaarding van de alledaagse werkelijkheid naar die vertelde verhalen. Kinderen die geen of nauwelijks verhalen verteld krijgen worden dan ook beperkt verstandelijke en slecht aanspreekbare mensen.

Schrijven, het in feite vertalen van denken in tekens met betekenis, maakt de mens bewust van z’n beperktheid en falen in dat denken, van niet anders dan met de eigen woordenschat te kunnen denken. De filosoof, wetenschapper, kunstenaar die worstelt met z’n gedachten om die met woorden en beelden op orde te krijgen naar de eigen belevingen van de werkelijkheid. Dat soms leidt tot nieuwe woorden en daarmee tot de evolutie van het menselijk verhaal.   

 

Claude Levy-Strauss (1908) ‘Culturen zijn naar hun mythe en geven samenlevingen structuur, een ‘langue’ voor actueel praten. Naar individuele verschillen, aanleg en ambities: het persoonlijke ‘parole’. Maar wel steeds binnen die gemeenschappelijke structuur. Die onderhevig is aan een constante evolutie, aanpassing aan de ontwikkeling van opvattingen, kennis en ervaring. Die mythe is dan ook niet tijdloos maar naar een proces van opeenvolging van steeds nieuwe paradigma’s, steeds weer wezenlijk andere visies op een cultuur.

 

‘Denken van onder af, het actueel gebeuren, de blikseminslagen nu’. De onderkenning in de universele geschiedenis van het incidenteel toevallige. De enkeling die nieuwe mogelijkheden bedenkt en daarmee die actuele mythe radicaal laat kantelen.’ De eerste wereldoorlog die zomaar met een moord begon in 1914. Michel Foucault (1926-1984). Wat en hoe is de relatie tussen persoonlijke kennis met die van de heersende machten? Hoe bepalend zijn hun verhalen voor ons denken? Waarom trokken miljoenen toen enthousiast ten strijde?

‘Is wetenschappelijke kennis niet meer dan een middel tot sociale controle?’ Al die concepten waarmee we onszelf menen te begrijpen en verantwoorden, vinden wat normaal is, hoe het hoort, seksualiteit wel en niet mag naar de actueel mythe. En voortdurend onderhevig aan veranderingen. Die niet gericht zijn op vooruitgang, maar naar de behoefte van de machten die het gedrag van individuen willen reguleren en controleren. De mythes van het nationalisme, neoliberalisme, van dictators, over vreemdelingen, van kwakzalvers, IS.

 

‘In de mens vallen de structuren van taal, spreken en denken samen. Elk woord is een verhaal en daarmee verbonden, is verweven met de actuele structuur van denken. Het woord ‘bacterie’ is gekoppeld aan de kennis daarvan nu, het woord ‘oerknal’ aan de vele bedachte thesen daarover. De waarheid is de illusie van de filosofie waarin men gelooft. Het idee dat de mens greep heeft op eigen taal, en daarmee een rationeel autonoom denkend wezen is, vergeet het maar.’ Jacques Derrida (1930). Tien jaar toen de tweede wereldoorlog begon. ‘Onze kijk op de wereld is altijd subjectief, reikt niet verder dan de actuele taal, de mythe die we hebben meegekregen en waarmee we te leven hebben. Een mythe die evolueert en dus steeds weer andere mensen maakt’.

Een visie die elke objectieve structuur voor die mythe voor taal en denken ontkent. Derrida ondergraaft daarmee ook het idee van de mens als rationeel bewust z’n denken beheersend subject. Iedereen is naar de relativiteit van zijn tijd en met z’n mythen. De negatieve mens verdwaald in z’n gegeven tijdelijkheid, gevangen door de sociale media. In zijn tijd die van radio en film.

 

Met als tegenhanger de positieve mens die blijft geloven in steeds beter leren weten door nauwkeuriger kijken. Die dat verhaal vertellen wil, dat de wereld op weg is naar steeds welvarender. Die daarbij verdrinkt in een zee van woorden waarmee elk ander verhaal ook te vertellen is. Praktisch weten om de weg verder te vereffenen ook maar een mening is.

Alle waarheden die slechts vermoeden zijn. Bevlogen, ideologisch denken die gelijk willen krijgen in plaats van hebben. Wetenschappelijke kennis die niet past die niet mag. Wetenschappers die blijven steken in thesen, die ze niet weten te bewijzen, maar vinden dat ze best wel eens waar zouden kunnen zijn. De zee die de taal waarin we leven ernstig vervuilen.

 

‘In die diepdonkere diepzee van woorden lukraak wat grijpen en dat rijgen tot zinnen zonder zin’. De Alan Sokal affaire (1969). De natuurkundige Alan Sokal (1955) die een nepartikel met alleen bewust zinloze beschouwingen opstuurde naar een gerenommeerd academische tijdschrift, dat gepubliceerd kreeg en met vervolgens veel internationale aandacht en waardering. Filosofen die vinden dat je ze meerdere keren moet lezen wil je ze kunnen begrijpen. Lege codes die circuleren in een systeem van betekenisloosheid. Bewegingen die met absolute thesen ontwikkelingen in de weg staan, partijen in de politiek alleen maar voor de oppositie, partijbonzen die vooral toeteren.  Nederland bezien als puinhoop en aan de rand van afgronden. Beeldende kunsten die mee liften met die extase in verwarring met verbeeldingen van hyperrealiteiten. De kunst als teken van z’n tijd.

 

De kunst dan ook als taal om de eigen tijd te begrijpen en daarin te leren leven. Die even ernstig te nemen als wetenschap en religie. De mens en daarmee je zelf leren kennen door het lezen van romanciers. De kunsten die elke tijd spiegels voor houdt, elke tijd z’n signatuur geeft en daarmee kenmerkt, die het wezen daarvan ademt. De kunsten die mede essentieel zijn voor de taal waarin we willen om leven.

 

Een kolkende zee van woorden, inmiddels ook op internet, voor steeds neer mensen beschikbaar voor de hem of haar passende taal. Die mensen altijd uniek maak, boeiend, verrassend, dul, bedenkelijk. De individuele mens met z’n eigen antwoorden op maatschappelijke problemen. De vegetariër die met zijn levensstijl de wereld wil redden

Politieke splinters die er weten, actiegroepen, lobby’s die uit zijn op gelijk krijgen.

 

Vragen met als antwoord steeds weer nieuwe vragen. Maar die ook praktische antwoorden kunnen zijn. Nederland met ik heb het goed maar de ander nog niet, en daar gaan we wat aan doen.

 

 

 

De taal van praktische weten.

 

Geef me je vragen dan krijg je de mijne. Het spel van denken en bedenken over de wereld waarin en waaruit we zijn. De antwoorden die altijd nieuwe vragen blijken. Het stellen van vragen dat wel de weg is naar praktisch bruikbaar weten.

 

Wat is onze gemeenschappelijke noemer, welk weten is voor iedereen waar? D e vraag die Thales van Mylethe (620-540 vCr) eens stelde. Hebben de objecten die we waarnemen een gemeenschappelijk principe? Is er een algemene grondslag voor het alledaagse? ‘Alles ontspringt uit water en gaat daar in ten onder’., was zijn antwoord. De kringloop van het stoffelijke en het leven die hij daarin meende te zien. Een veronderstelling, een these, maar nog zonder nog een proefondervindelijk bewijs. De introductie van een nieuwe vraag, die van het principe van water.  Democritus, eveneens voor Christelijk, dook dieper, bedacht als het fundamentele het ondeelbare atoom, een eindwaarde met eeuwigheidswaarde, niet te vernietigen en voor altijd. Het elementaire ondeelbare deeltje, inmiddels onze kijk op die essentie. Heraclitus, ook uit die tijd, zag de wereld als een voortdurend proces van verandering, beweging, van scheiding en vereniging. Een voorloper dus van het verhaal van de evolutie.

 

Thesen met mystiek profetische bijbedenksels, bedacht vanuit de valkuil van het voor ons vanzelfsprekende. Het verhaal dat de wereld logisch in elkaar zit en dus met logisch denken te verklaren valt. En dat wat we zien ook werkelijkheid is.

 

‘Laten we beginnen met het verzamelen en ordenen van wat we zien’. Aristoteles (384-322 vCr) ging dat op een rij en in vakjes zetten. En bedacht een universele wil . ‘Alles heeft een universeel natuurlijke functie heeft en probeert die waar te maken’. De wil die wij nu zien als die van de natuurwetten. ‘Logisch redeneren is onze natuurlijke functie om die wil te ontdekken’. Inmiddels de opgave voor de fundamentele wetenschappen. Terwijl de technische ze praktisch bruikbaar maken. Wel vanuit een deugdzaam redeneren gericht op deugdzaam leven. De politiek die uiteindelijk beslist wat wij daarmee willen.

 

‘Kennis is macht en wordt vooral verkregen door de wetenschappen’. Francis Bacon (1561-1626). ‘Geef het woord dan ook aan rationeel denkers en doeners. En die verhalen van Plato en Aristoteles: spinsels aan de binnenkant van het hoofd’. Laat de dingen van de wereld hun verhaal vertellen door er almaar en steeds beter naar te luisteren. Wat je dan hoort nooit absoluut nemen maar proberen te weerleggen. Elke antwoord mede zien als de volgende vraag in een proces van steeds beter weten. Zijn aanzet voor een wetenschapfilosofie.

 

‘Kennis valt alleen te vergaren via onze zintuigen’. David Hume (1711-1776)  Hij verwierp alle kennis niet door waarnemingen verworven, rekende af met de vele bedenksels van goden, veronderstelde causale verbanden, het idee van oorzaak en gevolg, dat het gemaakte een maker bewijst. In dit soort verhalen is de mens was niet anders dan een product van persoonlijke percepties, is z’n rede niet meer dan de slaaf van passies. Verlangens zijn de drijvende kracht van de mensheid en niet zijn verstand. Z’n genen kleuren z’n verhalen. Wetenschappelijk weten blijft daardoor vaak steken in een onbewezen thesen, meningen die we graag als waarheid willen zien.

 

‘Wat zijn de voorwaarden om een ervaring te hebben, te kunnen begrijpen wat we waarnemen, om te kunnen oordelen? Wat zijn de grenzen van ons kenvermogen?’ De zoektocht van Immanuel Kant (1724-1804) naar de grondslagen voor objectief oordelen over de waargenomen werkelijkheid. ‘We zijn voorgeprogrammeerd, we hebben een aangeboren intellect om uit alles wat we waarnemen de geest van die wil te selecteren’. Een tafel zien we als een ellips terwijl we weten dat ze rond is. ‘We hebben een ‘a priori’. Ruimte en tijd, substantie, eenheid en veelheid, we begrijpen deze categorieën vanuit intuïtie. Van nature weten we dan ook wat goed en kwaad is, hebben we een moreel oordeel. Deze ‘zuivere rede’ is aangeboren kennis en onafhankelijk van de zintuiglijke ervaring, is het ons wezenlijk kenmerkende. ‘Laat het gerecht van die zuivere rede dan ook alles verantwoorden, ook onze politiek en daarmee de economie’. Het transcendent idealisme van Kant. ‘Handel volgens de regels die u tevens als universele wet zou wensen. Laat deze menselijke geest autonoom zijn’.

 

Arthur Schopenhauer (1788-1860) was getuige van de ontreddering van Europa na de slag van Waterloo, het debacle van de revolutie en het herstel van feodalisme. De vrije republiek der Nederlanden die degradeerde tot een koninkrijk met een alleenheerser. De revolutie was dood en Europa verwoest door rondtrekkende en plunderende legers. ‘Het resultaat van de wil die de wereld regeert, de weerspiegeling van de chaos van een heelal zonder een god en hemelse verwachtingen. Het is leven kort, maar de waarheid reikt ver en leeft lang, laten we die dus spreken.’ De wereld heeft een wil, maar wij ook. Gebaseerd op wij die ons voorstellen, verbeelden, kunnen begrijpen. Zijn inspiratie voor zijn ‘Die Welt als Wille und Vorstellung’, een boek dat je volgens hem wel een aantal keren moest te lezen om het goed te kunnen begrijpen.

De uitwendige wereld, de echte realiteit, leidt met ons waarnemen tot een verbeelding daarvan in onze geest, brein. Een verbeelding die we projecteren als ons begrijpen van de werkelijkheid. Een geest, niet als een product van materie, maar naar een aangeboren en onstoffelijk ‘a priori’. Kant’s zuivere rede. Die ons dan ook laat begrijpen naar die wil van de wereld. ‘Daarbij presenteert ons bewustzijn slechts het oppervlak daarvan, de korst op ons onbewuste. Dat gedirigeerd wordt door de vitale krachten van onze driften en instincten. ‘Wil je iemand overtuigen speel dan in op z’n begeerten. Het daarop gebaseerde verstand is niet meer dan een uitvoerend orgaan om gewilde verhoudingen met de buitenwereld te regelen. Onze vrij wil is slechts een illusie, is steeds wat de universele met ons wil’.

Onbewust zijn is de natuurlijke toestand van alle dingen. Planten zijn zich volkomen onbewust. Met het dierlijke ontwikkelt zich daarop die korst van bewustzijn. Alleen in ruimte en tijd lijken we vrije en individuele wezens, maar in feite zijn we onderdeel van een soort die de ‘universele wil’ in stand wil houden. ‘Had een de ruimte in geworpen steen bewustzijn dan zou die denken zich uit vrije wil te bewegen. Maar in die steen noch in de mens is die persoonlijke wil vrij’.

‘De wereld van deze wil is er een van vooral lijden. Want de begeerte is eindeloos en de bevrediging altijd eindig, is nooit helemaal naar het verbeelde, het gewaande ideaal, en maakt dus nooit volmaakt gelukkig, introduceert steeds nieuw lijden, de prikkel voor nieuwe begeerten.  Aristoteles zei al: de wijze zoekt niet het geluk maar de bevrijding van zorg en smart. Wees dus tevreden met het betrekkelijk goede.’ Wees tevreden met het bereikte en we streven naar beter, maar het komt nooit voor iedereen helemaal goed.

 

Hoger ontwikkelde dieren worden steeds gevoeliger voor smart. Insecten voelen nauwelijks pijn, zoogdieren veel meer. Kennis vermeerdert eveneens smart, maakt gevoeliger voor kwaad en ellende. De gedachte aan de dood is veel pijnlijker dan de dood zelf. ‘Talmt de dood dan is dat als het spelen van de kat met een hulpeloze muis.’ Zelfmoord lost dit algemene probleem niet op, elimineert wel de individuele smart maar niet die van de soort.

 

Wijsheid kan verlossing bieden. Openbaart bijvoorbeeld  het nutteloze van die begeerte naar het stoffelijk. Naar steeds meer rijkdom die verzandt in te veel overbodig, zinloos bezit. ‘Beperk je bezit tot wat je zinvol weet te maken, waarmee je wat kunt doen, dat je opbeurt. Bevredig vooral de geestelijke behoeften. Want rijkdom resulteert slechts in verveling en alleen wijsheid is de ware weg om daaraan te ontsnappen. Hoe beter we onze hartstochten kennen des te beter kunnen we ze temmen’. De problematiek van genoeg is genoeg, het zinloze van een economie die alleen maar wil groeien. Een oproep tot het geven zingeving en nut aan wat we bereikt hebben.

 

Het verhaal van een klagend en vermoeid Europa met het herstel van de oude regimes en mislukte revoluties. Met wel een groeiende besef dat goed nadenken en geduldig en gedurig streven, dat een evolutie gebaseerd op innoverend denken een betere benadering is dan revolutie. ‘De wereld is een blijspel voor hen die denken en een treurspel voor hen die voelen’. Horice Wallpole (1717-1797), Brits schrijver en politicus. Evolutie dus. ‘Waarbij de diepten en de immense krachten van het onderbewuste mede bepalend zijn’.

 

De revoluties waren dan mislukt, met de verlichting was de geest van ratio en rede uit de fles. Thales bedacht als essentie van de wereld water, Schopenhauer de wil, maar poneerde ook de a rationele geestelijke levenshonger van de mens als tegenhanger van de bovenaardse wil. Dat zag hij als een elan, uniek heersend over al het rationeel technische praktisch mogelijke. Die de wetenschappen openbaarden als wil van de natuurwetten. Vanuit de menselijke existentie daarmee dus zelf iets te willen en durven verantwoorden. Een existentie wel weer naar die universele wil. ‘We doen wat we willen, maar kunnen niet willen wat we willen, zijn een slaaf van die eeuwige wil’.

 

‘Laat die wil gelden naar z’n talenten in deze slechtste wereld van alle werelden, in de mens, een ding naar die universele wil, daaraan overgeleverd, een instrument van z’n eisen’. De universele wil, die zaait in overvloed, miljarden maal miljarden sterren in sterrenstelsels, met planeten met soms mogelijkheden voor leven tot op intelligent leven, en ook dat uitbundig overvloedig, om het doel van de schepping eens aan het einde van z’n tijd te bereiken. Met de mens dus mede als slaaf, middel, materiaal van deze wil, na verbruik afval. Met als enige uitweg de kunst, en dan vooral de muziek, het eigen unieke geluid’. Zijn sombere visie op het wezenlijke van de mens. Schopenhauer had net geld genoeg om zich een arbeidsloos bestaan te kunnen permitteren, kon zich dus ook mateloos te vervelen.

 

‘Een evolutie die uitkomt op de ultieme waarheid’. Hegel (1770-1831) met wel een positief geloof in de toekomst. Op weg naar dat heil op weg met een dialectisch proces, waarin contradicties noodwendig leiden tot nieuwe ideeën en dan steeds betere. De antithese die bewijst dat een these onwaar is en leidt tot het zoeken naar de synthese, de overbrugging van beide. Een synthese, die dan als de volgende these weer een antithese oproept, een nieuwe vraag stelt, enzovoort. Tot dat het ultieme bereikt is als eindwaarden en –waarheden voor die evolutie.  Met als voltooiing van dit proces die waarden brengen op eeuwigheidswaarde. Filosofisch bezien dan ook het einde van de menselijke geschiedenis.

 

Francis Fukuyama (1952) die het kapitalisme als eindsynthese van de geschiedenis van de economie zag. Industriële producties die tenderen naar een eindsynthese met eeuwigheidswaarde, volmaakte kwaliteit door innovatie tot op het uiterst mogelijke naar de natuurwetten. Wetenschappen die de grenzen voor hun eindsynthese in het vizier krijgen. Materialen en producten die nauwelijks nog te verbeteren zijn. De koets met een motor tot op de huidige auto, met als eindsynthese, elektrisch en zelfrijdend. Producten die dan ook liefst zo lang mogelijk moeten mee gaan. Te realiseren door steeds betere kwaliteit. Die als ze zinvol blijven dan uitkomen op eindwaarden met eeuwigheidswaarde, zinvol bezit en weten over steeds meer generaties heen.

 

Friedrich Nietzsche (1844-1900),  de filosoof  van de metafysica van de creatieve mens, van de vraag wat is het wezen van de mens, en wat wil die met al dat materieel praktisch volmaakt bruikbare. Wat doen we met alles wat te koop is? De mens, die naar Hegel maar had klaar te staan als middel en materiaal voor vervolmaking van het heil grote verhalen. Zijn verhaal als uitdaging tot zelfverwerkelijking, naar eigen willen je zelf vervolmaken. Übermensch zijn, zingevend en leidinggevend aan wat zich door ons heen realiseert. Der Wille zur Macht’ dat ja zegt tegen het leven. En weg met die gepredikte slavenmoraal met z’n wrok van de zwakken tegen de sterken. Wees een deugdzame mens met grote levensvormen die goed zijn voor de samenleving en die zwakken. De actuele wereld met z’n supersterren van cultuur, wetenschappen, politiek, vermaak, glamour. Übermenschen die de wanen over voltooide filosofieën en versteende religies herijken en nieuw elan geven. De mens als vrij en zingevend moment, existentie in zijn zelf verbeelde en verantwoorde wereld. Laten we de baas blijven over alles wat we kunnen en weten te maken. De mens blijvend bevorderen tot zin- en leidinggevend principe van al het materiële dat het aan zich toevoegt, tot  Übermens. De materiële waarden met eeuwigheidswaarde alleen als materiële verlenging, volmaakte middelen en in dienst van ons mens willen zijn naar uniek vrij denken en bedenken.

 

De wetenschap is de ultieme scheidsrechter van de waarheid voor die door natuurwetten gewilde eindfase. Natuurkunde en scheikunde bewijzen dat voor die evolutie door ons heen van het materiële. Voor die van mens en samenleving wetenschappen als sociologie, economie, biologie. De these van Auguste Comte (1798-1857), gezien als de vader van het ‘sciëntisme’, het zoeken naar sociale waarheden. Het menselijk intellect op zoek naar de essenties van z’n intellect. Door thesen te stellen en die proberen te bewijzen. Bij de exacte wetenschappen empirisch, met proeven die door iedereen te herhalen zijn en dan waarheden opleveren die voor iedereen gelden. Deze minder exacte gericht op mens en samenleving, die het moeten hebben van wat zich in de praktijk als waar bewijst. Daardoor vaak blijven steken in gekleurde meningen, overtuigingen van hoe het zou moeten zijn.

 

Charles Darwin (1809-1892) rekende af met de schepping in zes dagen met zijn verhaal over natuurlijke selectie door wisselvalligheden van het lot. Het bij de voortplanting altijd ontstaan van toevallige verschillen in de eigenschappen van een soort, die bij wijziging van hun leefklimaat winnaar werden. De bruine beer die op de Noord Pool zo evolueerde tot de ijsbeer, de gekleurde mens nabij de evenaar tot de bleek blonde in het hoge noorden.

 

Henry Louis Bergson (1859-1941). ‘Het materiële van het universum is gericht op alles eens uniform. Het heelal uitdijend tot op het absolute nulpunt, een vermeende eindsynthese daarvan. Onze zon die het overgrote deel van z’n geproduceerde energie daarin ziet verdwijnen. Het verhaal van een uiteindelijk zinloze schepping.

Maar met dwars daarop een ‘élan vital’, een levenskracht, die in sterren energie en sterrenstof produceert voor planeten. het elan van de evolutie van het leven naar steeds complexer. De kracht die mensen stimuleert tot innovatie, het almaar willen vernieuwen met wetenschappen, kunsten, literatuur. Het positieve antwoord op die neerwaartse kracht van entropie, de schepping als zinvol bekeken en met perspectieven.

 

‘Wetenschap bedrijven vrij van waardeoordelen’. De strikte scheiding tussen wetenschappelijke verklaring en doel en waarde. Het pleidooi van Alfred North Whithead (1861-1947). Te vaak worden wetenschappen belast en ontsiert vanuit het culturele milieu dat ze bedrijft. Met sociale gevolgen, dat beoogde doelen en vermeende waarden danig uit hand kunnen lopen.

Het doel in zichzelf van de materie is een fictie. Wetenschappen moeten dan ook niet gaan oordelen en veroordelen, aan ethiek gaan doen. Dat is altijd aan de politiek. De academies die hun nut moeten bewijzen en op rendement worden beoordeeld. Maar laat politiek ook geen wetenschappen willen bedrijven, vertellen wat wel en niet waar is. Het vermeende beter weten gericht op gelijk te krijgen van politiek getoeter.

 

Er is slechts één bron die ons wetenschappelijke feiten onthult, en dat zijn onze zintuigen. Ernst Mach (1838-1916). Die feiten, onze ideeën over natuurwetten, zijn daardoor altijd een product van onze psychologische behoefte de natuur te kunnen beheersen en voorspellen. Atomen, elektronen, velden, golven hebben geen substantieel bestaan, geen materiële status. Wij er van weten zijn slechts informaties over hun betekenis voor ons.

De problematiek van de realiteit van de wereld los van de menselijke geest. Van dat wat weten wij van die wereld niet anders is dan het voor ons daarvan bruikbare. Dat fundamenteel weten ons nooit gegeven wordt. ‘Alles wat we van de echte realiteit kunnen zeggen is gebaseerd zijn op zintuiglijke ervaringen en daarmee betrekkelijk’. Ieder mens leeft in zijn of haar zintuiglijke wereld, in de taal waarin die leeft.

 

 ‘Laten we wel pragmatisch blijven en als uitgangspunt voor al onze opvattingen nemen dat er algemene en van ons onafhankelijke natuurwetten zijn’. Charles Sanders Pierce (1839-1914) ‘Onze kennis daarvan is niet waarheidsbevestigend, maar kan wel leidraad kan zijn voor ons actueel handelen en kunnen resulteren in voor het ons pragmatische bruikbare en toepasbare.

 

 ‘Alles in het universum is één, en dat ene is wat wij God noemen en die ligt besloten is in de natuur’. Alles wat is, is in God en niets is zonder God bestaanbaar noch denbaar. Alles, dus ook mensen zijn een expressie van die natuur en daarmee van God. God handelt alleen volgens de wetten van de natuur’. Spinoza (1632-1677). De natuurwetten als de wil van God.

De mens is mede naar deze wil en heeft dus geen vrije wil. Denkt wel vrij te zijn, maar is zich alleen maar bewust van dat denken en het daarnaar handelen. ‘De vrije wil bestaat niet en de mens is slechts een bewuste automaat’. Victor Lamme (1959).

Naar die goddelijke wil manifesteert de mens zich wel naar een eigen rede, intelligentie. Een wil die goddelijk is en uit is op goed en volmaakt. Het praktisch volmaakte naar de wil van die natuur, z’n natuurwetten. Maar wel door die mens te realiseren. De mens aan de bak, alles voor diens rekening en verantwoording. Die niet meer af te schuiven op het is zo gewild, maar altijd  naar menselijk keuzes uit dat in essentie goede.

Uiteraard alleen mogelijk in een tolerantie, een democratische samenleving. Dan ook niet in die van Spinoza, met een Nederlands Joodse gemeenschap, die hem gezien zijn visie op God in de ban deed. Zijn ideeën over een vrije en democratische republiek Nederland zag hij sneuvelen met het lynchen van de gebroeders de Witt. Zijn verhaal als inleiding in de lage landen van de verlichting en het humanisme.

 

De mens dus aan zet, voor al het materiële dat we produceren. Steeds beter naar mate we meer weten van die natuur. De inleiding ook van een atheïstisch materialisme dat z’n lot noodwendig besloten ziet in de oerknal. Op zoek naar die natuurwetten kwamen we daar immers op uit. En een schepping niet in zes dagen maar ruim dertien miljard jaar. Met als paradijs op aarde voor het leven die van de planten en dieren naar eten en gegeten worden. De natuur waaruit de mens zich met z’n steeds beter van goed en kwaad verdreef. De laatste resten daarvan aan het opruimen is. Probeert een eigen paradis te scheppen.

 

Die oerknal,wie of wat knalde en waarom? Wat voor wil schuilt in z’n eerste iets met die natuurwetten? Isaac Newton (1643-1727) dacht nog dat definitieve, finale antwoorden zonder verder vragen mogelijk waren. Albert Einstein (1897-1955) maakte daar een einde aan met zijn relativiteitstheorie. Loste alle wetenschappelijke waarheden op in vage vermoedens. Verklaarde al onze vanzelfsprekendheden van het stoffelijke tot ficties. De lichtsnelheid bewees hij als constant bewezen, altijd gelijk, of we er nu mee of tegenin bewegen. Onlogisch maar wel waar. Dat materie energie is naar de formule E = m c2, en met c de lichtsnelheid dus heel veel energie. De atoombom die dit verhaal bevestigde. Het heelal met de tijd vier dimensies. De tijd als vierde, die bij zware objecten langzamer loopt, dus niet altijd constant is. Plaatsbepaling via satellieten die daar rekening mee moet houden. Het heelal wel immens groot en almaar groter groeiend en met enorm veel sterren, maar eindig en rond, zonder rechte lijnen. Met iedereen, net als op een gesloten lijn, het middelpunt. En met daar buiten misschien wel niets. Materie die heel klein bekeken golft, trilt. Maar wel van niets. Als elementair deeltje ondeelbaar is, als foton energie, op afstand met elkaar verstrengeld tijdloos communicerend, zowel ruimte als tijd ontkennend. Gaan we toepassen in de quantumcomputer. Massa die zwaartekracht genereert door het niets van de ruimte te krommen. Explosies van massa’s die dat niets laten trillen en bewijzen als uiterst stijf. Waargenomen en te meten feiten, waarheden, die wie ze meent te begrijpen ze niet begrijpt. Die immers loodrecht staan op onze vanzelfsprekendheden van ruimte, tijd, materie en energie. Waarbij rechte lijnen oneindig zijn en de tijd continu en eeuwig. We een oneindig verleden hebben van waaruit het heden oneindig is en dus onbereikbaar.

 

Verhalen die bewijzen dat absoluut weten ons kennelijk niet gegeven is. Het is als licht willen bekijken met licht, met zichzelf, de essentie van de natuur met de mens, een expressie daarvan. De fundamentele wetenschappen stranden dan ook steeds meer uit op vage vermoedens. Die wel heel praktisch bruikbaar zijn. Het onbegrijpelijke dat wel de basis is van de quantummechanica, praktisch bruikbaar voor chips, energiewinning met zonnecellen, de weg wijzen via satellieten, kernenergie, computers, kunstmatige intelligentie, genetisch modificatie, klonen.  

 

Verhalen die tevens bewijzen dat wij inderdaad aan zet zijn, en de middelen daartoe hebben. Dat we in de evolutie het eerste zich daarvan bewuste en zingevende moment zijn. De blinde zichzelf in balans houdende evolutie, die met ons ziende wil worden en ons tot leiding gevend en verantwoordelijk principe bevordert. Spinoza zei het al.

 

Energie.

 

Energie, het élan vital voor het universum. Zonder dat is het morsdood. In sterren opgewekt met kernfusie van waterstof tot helium en de hogere elementen. Een proces waarbij materie in de vorm van energie vrij komt. Energie dus dank het mysterie zwaartekracht, dat massa’s elkaar aantrekken. Loodrecht op een kracht die het universum laat uitdijen, ruimte schept voor die energie. Heet, van hoog niveau en essentieel voor die evoluties op planeten als onze aarde. Processen van ordening naar steeds hogere niveau. Waarbij die energie laagwaardig verwaait tot wanorde naar de natuurwet van entropie.

 

Deze energie van sterren begrijpen we inmiddels als elektromagnetische straling. Het natuurkundig fenomeen waarbij een wisselend elektrisch veld, bewegende elektronen, een wisselend magnetisch veld genereren, dat omgekeerd elektronen laat bewegen. Het principe van de dynamo waarmee we bewegingsenergie omzetten in stroom. In een omgekeerde dynamo weer om te zetten in beweging. De microfoon, die met een magneet trillende lucht omzet in elektriciteit, die versterkt in een zender een magnetisch veld de ether in zendt, dat in antennes elektriciteit opwekt, die versterkt weer de magneet van een membraan van een luidspreker laat trillen en daarmee de lucht. We zo het geluid van de ene ruimte naar vele andere brengen.

 

Elektromagnetisme kunnen we begrijpen als straling, een veld met een frequentie. Maar ook  als een stroom van deeltjes, fotonen, pakketje energie. Als veld plant het zich voort met 300 000 km per uur, en door alle materie heen. Behalve die met de frequenties van licht en die zo ons het zien van materie mogelijk maken. Wisselstroom van centrales in gestandaardiseerd op 50 hertz, 50 trillingen per seconde. Verwekt een straling met deze frequentie en dus met een golflengte van 300 000 gedeeld door 50 is 6000 km. Velden met een golflengte van 1000 kilometer tot 1 millimeter noemen we naar hun benutting radiogolven. Die met golflengten van 380 nanometer (violet) tot 780 nanometer (rood) passeren niet alle materie ongehinderd. Noemen we licht. Waarmee we materie zien in de kleur die het niet absorbeert. De energie van licht laat planten groeien. Röntgenstraling heeft golflengten tussen de 1 picometer en 10 nanometer, gammastraling nog kortere. Deze zeer energierijke stralingen beschadigen organisch materiaal en zijn dan ook gevaarlijk.

 

De aarde vangt ongeveer 0,0022% op van de straling van de zon, vooral als licht. Het overgrote deel van wat de zon produceert heeft dus bestemming warmtedood. De atmosfeer en het aardmagnetisme beschermen ons tegen de schadelijke stralingen van de zon. Deze zo ontvangen energie is circa 9000 maal onze totale behoefte. De golflengten van deze straling liggen vrijwel tussen de 300 en 3000 nanometer. Zonne-energie is in Nederland goed voor gemiddeld 100 J per m2, in de zomer oplopend tot 700 J per m2.

 

Zonne-energie verwekt in planten fotosynthese, een proces waarbij water en koolstof in de vorm van CO2 uit de lucht worden omgezet in suikers. Daarvoor verbruiken ze circa 1% van de energie die aarde ontvangt. Deze suikers worden door dierlijk leven weer verbrandt tot CO2.

 

De joule is onze eenheid van energie. Gedefinieerd als de energie die een kracht van 1 N (newton) levert over 1 meter. Daarbij is 1 N ongeveer 0,1 kg zwaartekracht op aarde. 1 joule is gelijk aan 1 W.s (watt.seconde),  het energieverbruik van één watt stroom gedurende één seconde. Elektrisch vermogen worden uitgedrukt in watt (W). 1 KW = 1000 W en 1 MW = 1000 000 W. Voor elektriciteit is de gebruikelijke eenheid van energieverbruik de KWh, het verbruik per kilowatt gedurende één uur.  1 KWh = 1000 x 3 600 W.s = 3 600 000 J = 3,6 MJ = 3,6 106 J.

De gebruikelijke indicaties voor de exponent van 10 zijn: 10-6  micro, 10-3 milli, 103 kilo, 106 mega, 109 giga, 1012 tera, 1015 peta.

 

Het aanbod en daarmee verbruik van energie in Nederland was in 2016 circa 3100 PJ. Kolen 465 PJ (12%), aardolie 1165 PJ (39%), aardgas 1215 PJ (40%), duurzaam 145 PJ (4,2%), kernenergie 40 PJ (3%), elektra van elders 30PJ, overige bronnen 40 PJ. In MW uitgedrukt 3100 x 1015 J = 3100 x 109 MW.

De verdeling van het verbruik van deze energie is: huishoudens 15%, transport 15%, diversen 20%, energiebedrijven 25%, industrie 35%.

 

De productie van elektriciteit in Nederland bedraagt circa 45 000 MW. Voor ruim 90% door fossiele centrales, 4% door kerncentrales en de rest duurzaam, wind, zonnepanelen, biomassa. Kabels naar Noorwegen en Engeland kunnen respectievelijk 700 MW en 1000 MW leveren.

Huishoudens in Nederland verbruiken gemiddeld rond 0,4 KW aan elektriciteit. Met een aantal van 7 700 000 komt dit uit op 3080 MW. Verwarming van woningen, nu vooral met aardgas, ligt rond 4,5 maal dit vermogen.

 

Nederland heeft vijf oude kolencentrales en drie nieuwe. Die respt. 3800 MW en 3500 MW produceren. Totaal dus 29 500 MW. Ze zijn goed voor 15% van de CO2 uitstoot van Nederland. De moderne centrales hebben een rendement van 45% en een uitstoot van 745 g CO2  per kWh. Deze centrales draaien mede op biomassa, in 2014 voor 1,4%, voornamelijk geïmporteerd houtsnippers.

 

Kolen komen voor over de hele wereld, zijn goedkoop en met voorraden voor honderdduizenden jaren. Op de vrije markten zijn ze dan ook uiterst concurrerend. Toegepast in moderne centrales belasten ze het milieu alleen met CO2 en waterdamp, kunnen schadelijke stoffen worden uit gefilterd. Landen die menen geen problemen te hebben met CO2 blijven dan ook kolen gebruiken.

 

De sluiting van de mijnen heeft Nederland overgeleverd aan het aardgas uit Groningen, en kan nu dan ook niet zomaar zonder. Woningen kunnen ook op aardwarmte, restwarmte van centrales en elektra. Gascentrales stoten 50% minder CO2 uit dan die op kolen. Een gasturbine laat zich makkelijk aan en uit zetten, bijvoorbeeld voor de opvang van fluctuaties van stroom van windmolens en zonnepanelen.

 

Dank zij dat verhaal van elektromagnetisme kunnen we bewegingsenergie van water en wind omzetten in elektriciteit.  Naar de formule E = M.V2. Vallend water met grote massa’s levert dan al snel grote vermogens. Waterkrachtcentrales zijn in de orde van grootte van 5000 MW. Voor Nederland interessant via die kabels naar Noorwegen en Zweden voor circa 700 MW. Landen met bergen en daardoor veel watervallen.

Voor vlak Nederland is de energie van wind het enige duurzame alternatief. Te oogsten met windmolens. Die omdat de massa M van lucht klein is het vooral moeten hebben van die V, z’n snelheid. Waarbij die winden niet altijd waaien. Op zee het vaakst en hardst. Met daardoor rendementen rond 35%, op land beduidend minder, 15 tot 20%.

Windturbines met een vermogen van 3,5 MW zijn op zee dus goed voor 1 MW.  Molens tot 10 MW komen op de markt. Deze energiewinning moet altijd worden gecombineerd met aan en uit centrales op gas of olie, en opslag van energie in bijvoorbeeld accu’s en waterstof voor als het niet waait. De opslag van elektrische energie met waterstof kost circa 20% van die energie. Accu’s zijn mede van zeldzame metalen die mogelijk eens op zijn.

 

De 29 500 MW van onze kolencentrales opvangen windmolens vereist dus een aantal in die orde van grootte.  Nederland wil in 2030 rond 7000 MW hebben opgesteld, effectief zo’n 3200 MW. De illustratie van de problematiek van windmolens, er zijn er heel veel van nodig en de plannen benaderen nauwelijks de totale hoeveelheid energie die we verbruiken.

Waterstof is een alternatief voor het aardgas van Groningen. 1 m3 aardgas is goed voor circa 30 MW. Het jaarlijks verbruik van 10 000 000 000 m3 aardgas is dan 300 000 000 000 MWjaar. Gedeeld door 365 x 24 x 3600  is dat 20 000 MW. Te compenseren door een aantal windmolens in die orde van grootte. Te bezien in het licht van plannen die zich steeds beperken tot enkele honderden molens. Het effect van windmolens wordt dan ook graag uitgedrukt in ‘goed voor zoveel woningen’. Dat wil zeggen wat die nu aan elektriciteit verbruik, gemiddeld 0,4 Kw, circa 7,5% van onze totale energieverbruik.

 

Per vierkante meter aardoppervlak bedraagt de maximale hoeveelheid energie van de zon circa 1350 watt of joule. Aan de evenaar, op de Sahara dus. In Nederland gemiddeld 100 joule met een maximum van 700 joule. Zonnepanelen zetten circa 30% van zonlicht om in elektra. 25 m2 zonnepanelen zijn goed voor het gemiddelde verbruik aan elektriciteit van een Nederlands huishouden.

Het energieverbruik van Europa, rond 10 20 joule per jaar, een netto oppervlakte van 300 x 300 km2 in de Sahara zou dit kunnen dekken. Te exporteren met waterstof. Rotterdam dat overschakelt van kolen en olie op waterstof. Voorlopig een utopie, heel veel georganiseerde ruimte en in een onstabiele regio. 

 

Zonnepanelen zijn tot nu toe vooral interessant voor het lokaal opwekken van energie. Lokale verlichting, ambachtelijke producties, voor landbouw.  De nu verdorrende en in wanorde rakende regio’s met vaak een overvloed van zonlicht daarmee verheffen. Met lokaal daarvoor de expertise niet aanwezig die van elders. Nederland kan daarin koploper zijn. Willen we naar Mars, laten we dan in die gebieden ons daarop voorbereiden.

 

Windmolens en zonnepanelen leveren energie tegen de prijs van hun onderhoud en beheer. Wat ze vangen is immers gratis. De prijs van deze energie is daarmee afhankelijk van die keuze voor eeuwigheidswaarde, van hoe lang ze mee gaan en met hoeveel onderhoud. Technisch zijn ze vrijwel uitontwikkeld  en dus op eindwaarde.

 

Biomassa, het verstoken van plantaardig materiaal wordt mede gezien als duurzaam. Houdt  CO2 in een kringloop. Met wel een vertraging van dertig jaar. Een boom die zoveel jaren nodig heeft en snel verbrand. Dan ook het verhaal om de schijn van duurzaam bezig zijn uit te stralen. Tevens in concurrentie met de voedselproductie, met verbruik van kunstmest en te wereldwijde transporten. Van houtsnippers van bomen ver weg gekapt en palmolie van plantages die oerbossen opruimen. De gekapte woudreus die in een oerbos een hectare vruchtbare grond bloot geeft aan wind en water. Waarmee die kringloopvertraging komt op miljoenen jaren. De geregeld optredende modderstromen.

Het huidige aandeel duurzaam in Nederland is circa 5%. Voor 55% van biomassa, 45%  wind, de rest zon en water. Dat van de zon valt daarbij in het niet, 06%. Water doet het iets beter, 3%. Zonder die bedenkelijke biomassa dus slechts 2%.

 

Materie is energie naar de formule E=Mc2. Kernenergie en kernfusie zijn dan ook mede mogelijkheden voor altijd energie in overvloed. Moderne kerncentrales produceren rond 1000 MW per reactor. Met als brandstof uranium en plutonium, door opwekking voor 95% te verbruiken. De CO2 uitstoot voor het maken van centrales is te vergelijken met die van windmolens, de grondstof uranium is goedkoop en in vele landen te winnen, alsmede uit zeewater. Een wezenlijk nadeel is de radioactieve afval, voor circa honderdduizend jaar op te slaan. En dat het bijproduct plutonium zich leent voor kernwapens.

 

1 kg uranium235 levert 23 miljoen kWh. Makkelijk te winnen uranium is voorradig voor circa honderd jaar. Voor de lastiger te winnen maar wel beter te verwerken brandstof is er genoeg voor 100 000 jaar. In ontwikkeling is de kweekreactor met een hogere opbrengst en zonder gevaar van een meltdown.

 

Veel wordt verwacht van de gesmolten zoutreactor op thorium. Deze thoriumreactor produceert zelf uranium233 uit thorium.  De voorraden daarvan zijn aanzienlijk, wereldwijd verspreid te winnen, ook uit zee. Dit type reactor heeft 1000 maal minder afval dan de huidige, dat tevens minder lang gevaarlijk is, circa 300 jaar radioactief, en produceert nauwelijks plutonium. Toegepast in gesmolten zoutreactoren kan het proces niet op hol slaan.

 

Niet warmteproducerend afval wordt in beton gegoten, het warmteproducerende voor 96% opgewekt voor hergebruik. Het daarna onbruikbare wordt verglaast opgeslagen.

De kerncentrale Borselen levert per jaar 1 m3 verglaasd hoogwaardige afval. 100 000 jaar gevaarlijk en op te bergen in een over die tijd stabiele en niet waterdoorlatende aardlagen. De aarde  heeft vele honderden miljoenen jaren stabiele aardlagen, ook onder Nederland.

 

Een kerncentrale levert stroom tegen 0,4 tot 0,6 euro per kWh, de prijs als die met aardgas. Ze gaan lang mee, komen uit op eindwaarden met de keuze voor eeuwigheidswaarde.

 

Kernfusie, het proces waarbij deuterium en tritium samen smelten tot helium met afgifte van energie. Waarop de zon draait. Dat op aarde toepassen, die ontwikkeling vraagt zeker nog een aantal decennia, en met een onzekere uitkomst. Brandstof daarvoor is overvloedig beschikbaar, tot aan het einde van de mensheid. Helium als afval is ongevaarlijk. Demontage van een kernfusiecentrale levert materiaal dat tientallen jaren veilig is op te slaan.

 

Kerncentrales, geen CO2 en geen smog, willen we (nog) niet. De discussie daarover mag niet, kost politieke partijen stemmen. Frankrijk heeft er geen moeite mee, Duitsland wel, wil ze sluiten en zal ze dan moeten vervangen door centrales met kolen en bruinkool. China dekt 3%  met kerncentrales en wil, z’n grote steden stikken in smog, dit percentage aanzienlijk opvoeren. Engeland heeft plannen voor een kerncentrale. Alle fossiele centrales kerncentrales en we hadden geen klimaatprobleem, aanzien minder doden en leefden een stuk gezonder.

 

Het probleem van de huidige energiewinning is z’n vervuiling. Met CO2,  een broeikasgas dat leidt tot opwarming van de aarde. Stijging van de zeewaterspiegel veroorzaakt, klimaat z’n regelmaat laat verliezen, nooit meer een Elfstedentocht, oceanenstromen die daardoor ineens anders gaan stromen. CO2 dat op zich ongevaarlijk is, voor al het leven op aarde zelfs onmisbaar.

Wel gevaarlijk, giftig zijn de bij het verstoken van fossiele brandstoffen vrij komende kwalijke gassen en fijnstof. In Nederland resulterend in 5000 doden per jaar. Voor de megasteden in China geschat op 1 miljoen vroegtijdig stervenden per jaar, voor Parijs 30 000, Londen 9000. Het inmiddels vermoedde verband tussen dementie en wonen langs een snelweg. Deze luchtvervuiling is dan ook het op drie na grootste risico voor de mens op aarde. Volgens de gezondheidzorg van de VN leeft 92% van de wereldbevolking in een ondermaatse atmosfeer. 90% van de dodelijke slachtoffers komen uit de lage- en middeninkomenlanden. In Nederland roken we iedere dag 5 sigaretten mee door vuile lucht.

 

Een probleem dat zich laat oplossen met energie. De werkelijke rede waarom we zo nodig alles elektrisch  willen, de auto, de verwarming van gebouwen. Gezien het bovenstaande wel in overvloed te produceren, maar niet alleen met windmolens en zonnepanelen. Ons voor de keuze stellen van fors doorgaan met fossiel of op grote schaal kernenergie inzetten. Van willen we Parijs wel halen of niet.

 

Oplossingen mede door energiebesparing op wat we eten. Innovaties die gericht zijn op wat planten en dieren kunnen en ons leveren. Fotosynthese voor het kweken van suikers en eiwitten in fabrieken. Boter is zo al eens vervangen door margarine, inmiddels tot smeersels bevorderd die je niet mag missen. Vleesvervangers, de ‘fast food’ industrie heeft ze al, smakelijk, goedkoop, gezond. Kleinschalige, biologische, diervriendelijke veeteelt geeft kwalitatief wel een antwoord maar niet op de benodigde kwantiteit. Landbouw in kassen en met kunstlicht, vertikaal gestapeld naast hun markt.  Innovaties die tevens veel landbouwgronden vrij maken voor vrije natuur. Kunnen we de relatie met onze voorfamilies op orde brengen. Alleen nog vlees van dieren die daarin een leuk leven hebben gehad. Steden verweven met de natuur. Inrichten op vooral lopen, onze natuurlijke en prettigste manier van verplaatsen, gecombineerd met mechanische middelen, van fiets tot sneltram. Een kwartier lopen, een kwartier elektrisch op de plek van dagelijkse bestemming. 

 

Transporten, 15% van ons energieverbruik, vooral elektrisch. Treinen, trams die op rails, magneetbanen eenmaal in beweging energiezuinig doorrollen. Voor de Zijderoutes uit China volop in aanleg. Ter vervanging van zware olie vretende door water zwoegende containerschepen. Hoge snelheidstreinen als alternatief voor vliegen over middellange afstanden. Op die transporten besparen door ter plekke maken wat daar nodig is. Landbouw en veeteelt daar waar de markt is en niet voor de export. In de steden groente en fruit telen in gestapelde kassen met zonnepanelen en ledlampen naast de supermarkt. Producten assembleren daar waar de markten zijn. Met onderdelen vanuit daarop gespecialiseerde regio’s over de hele wereld. Maar inmiddels ook ter plekke te printen. De auto primair design en zo lokaal geproduceerd.

 

De productie van staal, het reduceren van ijzeroxide tot ijzer is nog steeds met kolen, met uitstoot  van CO2. Kan H2O worden als we het doen met waterstof. Dat wil zeggen elektrisch, namelijk nodig om dat te maken.

 

Kiezen voor eeuwigheidswaarde voor alles wat we produceren. Nu nog goed voor 35 % van ons energieverbruik. De bestendigheid van onze alledaagse producten optimaliseren. De auto, vroeger na vijf jaar verroest, die nu vijftig jaar mee gaat en eenmaal elektrisch mogelijk nog veel langer. Het mobieltje dat we als wegwerpartikel niet meer willen, te renoveren moet zijn. De weldoortimmerde woning voor vele generaties. Die met waterstof kan voorzien in al z;n benodigde energie. Niet te verslijten producten die via marktplaats nieuwe gebruikers vinden.

Innovatie gericht op eeuwigheidswaarde in plaats van het huidige wegwerpconcept. Ontwerpen op optimaal mogelijk onderhoud, revisie, renovatie, vervanging van onderdelen met een beperkte levensduur. Kunnen die transporten zich daartoe beperken. Ze met design maken tot dierbaar bezit. Stedelijke structuren bedenken die vele eeuwen lang zinvol praktisch bruikbaar blijven. De tobbende warenhuizen in binnensteden deels bevorderen tot bloeiende kringloopwinkels.

 

Alles elektrisch stelt ons voor keuzes. De welvaartscentra met emotionele weerstand tegen kernenergie. Die kerncentrales sluiten en vervangen door die op kolen. CO2  dat voor hen geen gevaar is. De schijn van goede wil ophouden met nepnieuws, dat windmolens en zonnepanelen alles eens ten goede keren.

Rijke landen hebben voldoende geld en expertise heeft om op veranderingen van het klimaat te kunne reageren. Koffie- en cacaoboeren elders die niet meer weten wanneer ze moeten zaaien en regens zien uitblijven niet. Nederland dat z’n dijken weer wat verhoogt en rivieren meer ruimte geeft, stranden opspuit. Indien nodig ook land, en op water wonen dat ook heel leuk kan worden. En die ijsberen, worden gewoon weer bruine beren, toch.

 

De stem van het volk dat leuk en boeiend reizen wil. Met hoe ver kunnen we gaan? Een onvervreemdbaar recht immers. De stem die zich bij verkiezingen steeds minder laat horen, niet mee wil doen en steeds minder verantwoording neemt.

De door deze welvaart gemonopoliseerde energievoorziening, gevestigde belangen in het fossiele. Die niet gebaat zijn met consolidatie daarvan op een eindwaarden eeuwigheidswaarde.   

 

De zuivere rede die vertelt dat het anders en beter moet en hoe dat kan. De duistere wil in die dicteert op de oude voet door te gaan. Het bestaande, gevestigde dat al het nieuwe in de weg staat. De machteloosheid van Schopenhauer na het debacle van de verlichting. De machteloze Wille zur Macht van milieubewegingen met onduidelijke remedies. Het herstel van het economisch feodale met figuren als Trump. De revoluties die daardoor overal uitbreken.  

De mensheid die kennelijke nog eeuwen te gaan heeft om z’n eigen natuurlijke balans te vinden.

Remmend bezit. Bezit dat nieuw in de weg staat. Bestaande woningen die plek voor nieuwe blokkeren. Hun bezitters die ze niet willen, tegen hoogbouw zijn die tekorten van anderen moeten opheffen. De steeds meer asfalt om openbaar vervoer te weren, de auto die z’n positie daarmee ziet aangetast, dat wil zeggen de bezitter daarvan. De rijke wijken die geen bus- of trambaan willen. Bezit van grond dat het vrij benutten daarvan opheft, het vrij oprapen van grondstoffen verbiedt, met rechtssystemen bevestigd. Kapitaal dat zich de vruchten van arbeid toe-eigent, aandeelhoudersbelang primair stelt. De moderne samenleving gebaseerd op banen creëren om de meeste mensen daarvoor te laten werken, daaraan horig maken. Een en ander bekeken vanuit een andere taal om in leven. 

 

  Verhalen en talen die door de tijd heen veranderen.

 

Economie, het verhaal van ons gezamenlijk huishouden, van hoe onze samenleving reilt en zeilt. Van bezit verkregen door arbeid en hoe dat te verhandelen. Boeren en ambachtslieden die hun producten op de markten brengen om ze te ruilen voor andere. Gemaakt van wat hun leefomgeving biedt, vruchtbare grond voor landbouw en veeteelt, te delven bodemschatten. Bezit als de vrucht van arbeid, door rechtssystemen gegarandeerd, beschermd en met wapens verdedigd. Bezit ook van land, in de natuur een commune zaak voor alles wat daar leeft. Voor mensen ook eens een collectief niet te vervreemde recht, van stammen, families, staten, te verdedigen, niet zelden ook veroverd.

Maar al snel bezit van elites met de nodige macht om het te handhaven. Het commune maakten tot privébezit van enkelen, met voor anderen recht op gebruik tegen betaling. Dat ontaardde in een plicht en zo mensen horig maakte aan dat bezit. De burchten, kastelen, landhuizen in horig landschap.

 

Kapitalisme maakte handel mogelijk, de afzet van lokale producties op verder gelegen markten. Kooplieden met geld, die ze opkochten en karavanen organiseerden naar landen die ze graag wilden afnemen. De Zijderouten naar het welvarende Midden Oosten en Zuid Europa. De Vikingen die tochten in Midden Europa organiseerden voor het oogsten van slaven voor deze welvarende regio’s. Steden aan de Middellandse Zee die met handel rijk werden.

Welvaart gebaseerd op bezit, dat van de kapitalist. Mensen met talent, kennis en ervaring hoe daarmee te handelen, die wisten hoe de hazen liepen, hoe de daarvoor benodigde arbeid te organiseren. In antieke tijden vooral van slaven. In de Middeleeuwen die van de aan de heerlijkheden gebonden horigen. In de moderne samenlevingen zij die het moeten hebben van de werkgelegenheid.

 

Weten hoe het moet en kan, kennis en ervaring; wetenschappen gaven dat steeds nieuwe dimensies. Met technologieën om de opbrengst van arbeid groter te maken. Materiële middelen te realiseren met kapitaal. Plus expertise, hoog opgeleide mensen en goed geschoolde arbeid om die kennis waar te benutten en laten functioneren. Een ontwikkeling die geleidelijk aan leidde tot de goed betaalde werkgelegenheid. De industriële revolutie die uitkwam op welvaart voor steeds meer mensen. Geld voor steeds meer consumptie en daarmee versnelling van die revolutie. Het verhaal van het circulerende geld in de economie. Bedrijven die investeren in middelen voor hun producties. Daarmee zorgen voor lonen en rendementen. Voor geld om hun producties af te nemen en te sparen. Spaartegoeden weer te injecteren in deze kringloop met nieuwe investeringen om ze renderend te maken.

 

Een verhaal met nieuwe wendingen door die ontwikkeling tot op eindwaarden. Waarbij wetenschappen de limieten van hun weten in het vizier krijgen. En daarmee ook de daarop gebaseerde technologieën die de economie bepalen. Mechanisering, automatisering, robotisering die veel werk licht en boeiend maakten, maar ook overbodig, voor de dommen. Die de menselijke inzet beperken tot leidinggevend, doelstellend, sturend. De controlekamers die produceren wat het management wil. Robots die het zware en eentonige werk overnemen,

Die in die financiële kringloop het accent verleggen naar vooral het rendement op kapitaal.

Met voor de arbeid dat van hooggeschoolden, mensen met geld voor het daarvoor benodigde onderwijs. En voor wat met ongeschoolden nog goedkoper is, de flexwerkers voor vakken vullen, orders pikken, bezorgen, schoonmaken. Goedkoop door ze daarvan afhankelijk te houden. De booming economie waarvan een deel van de samenleving niets merkt. Het verhaal van Piketty van steeds minder mensen die steeds rijker worden.

 

Eindwaarden met eeuwigheidswaarde ook voor de productiemiddelen. De traditionele bedrijven die winnaar werden die daarop uitkomen. Vooral de multinationals met eliminatie van de verliezers, voor een groot deel de middenstand. De staalindustrie die zich beperkt tot een paar daarvan. Bedrijven die een niet meer in te halen voorsprong opbouwen op wereldmarkten. Met auteursrechten die voor iedereen moeten. De besturingsprogramma’s van computers. Waarmee de vrije markt op de tocht staat. Het kapitaal dat alles opkoopt, monopoliseert  en duur verhuurt.

Het verhaal van geld met geld verdienen. Winkeliers die vooral werken voor de eigenaren van hun pand en de bank, warenhuizen die failliet gaan als ze de huur niet meer kunnen opbrengen. Geïnvesteerd geld dat niet meer primair rendeert voor aandeelhouders maar voor de bezitters ervan. Die de daarvoor benodigde slimheid en intelligentie fors belonen. De bonuscultuur. Die 1% van Piketty die alles al heeft en alleen nog geïnteresseerd is in een economie die dat beheerd en onderhoud.

 

Het verhaal van eens van eerlijk verdiend circulerend geld daarmee verstoord door het maken van schulden, afzuigkappen vooral boven die lonen die alleen maar nemen.

Voor zover arbeid nog nodig op zoek naar het goedkoopste. Door in overvloed te vinden in arme landen. De ontwikkeling die geen boodschap meer heeft  aan welvaartontwikkeling, die de markt ziet als wingewest voor winsten, weet af te schepen met slechte kwaliteit en nep producten. Het niet meer weten wat je eet met fastfood. Honderd procent maïsbrood zonder maïs. 

 

Geld eens geïntroduceerd om de ruilhandel makkelijker te maken. Met in het begin als onderpand zichzelf, munten van waardevolle materialen als goud en zilver. Tot banken het beheer ervan overnamen en geld een notering werd. Inmiddels digitaal en met het recht van het zelf te mogen scheppen. Voor het laten maken van schulden. Verstrekken van hypotheken die ze vervolgens als derivaten verkopen. Zelf verzonnen geld zo omzetten in concreet geld. Systeembanken werden en mochten speculeren met de gedwongen inleg van hun klanten. Die als dat fout ging door overheden moesten worden gered om het betalingsverkeer in stand te houden en spaarders te sparen.

 

Eindwaarden met eeuwigheidswaarde die de economie transformeren van consumeren naar bezitten, werken van maken naar beheren en onderhouden. Een nieuwe taal voor het beheer van die economie. Te funderen op, te evolueren naar de bestaande.

 

‘Welke krachten beheersen de economie en welke politiek is de  juiste, de meest rechtvaardige?’ Adam Smith (1723-1790): ‘Als iedereen zijn eigen belang nastreeft dan wordt daarmee ieders belang gediend.’ Ondernemingszin met als doel rijk te worden dat zorgt voor producten én voor werk en daarmee voor inkomen om die producten te kunnen kopen. In concurrentie met velen met die zelfde instelling, die een eerlijke prijs afdwingt. De zegeningen van de vrije markt zonder monopolies. Wel met een overheid die deze vrijheid bewaakt, vrij ondernemen en eerlijke concurrentie garandeert, die kartels bestrijdt, de monopolies van patenten en auteursrechten regelt. De markt waarop de klant koning is.  Concurrentie alles zo goedkoop mogelijk maakt en met optimale kwaliteit vereist. Kwaliteit in de zin van wat de markt wenst en kan betalen.  Met monopolies als grote bedreigingen van de vrije markt. Een markt waarop ook arbeid een product is en moet concurreren.

Die daarom nooit zonder regulering door een overheid kan. Die alleen rechtvaardig is als die overheid democratisch is.

 

Het verhaal van Adam Smiht als de natuurlijke gang van zaken, die als vanzelf ook de meest doelmatige is. Zelfsturend is en geen overheidsdirigisme behoeft, die sturing zelfs kan verstoren. Een verhaal al ingeleid door Aristoteles (384 – 322 vChr). ‘Het doel van een fluit is muziek maken. De beste fluit is dan ook voor de fluitist die daarmee de beste muziek maakt. Het doel van de politiek is een deugdzame samenleving. De macht dus aan hen die dat het beste weten waar te maken. ‘Iedereen moet krijgen wat hij verdient en wordt daarmee ook eer bewezen. Sommigen zijn vooral geschikt om slaaf te zijn, en verdienen dat dus’. Werken was in zijn tijd heel gewoon vooral voor slaven. Oorlogen en veroveringen een verantwoord middel om ze te verkrijgen. Ook van bezit, grond. In zijn tijd was het met arbeid bezit verwerven nog een absurde gedachte. Arbeid, van vooral slaven, was gewoon voor wat men nodig had voor het bewerken van de grond die men bezat. De handel in grond, land naar geboorte was dan ook strikt verboden. Land verkreeg je met de speer en het zwaard.

De motivering voor de taal van het feodalisme, waarin de besten, vooral dus de sterksten, de macht verdienen en ze zich daarmee mochten adelen. Het recht kregen anderen aan zich toe te   voegen.

Een verhaal later wel door Aristoteles betwijfeld. Wat is deugdzaam en wie bepaalt dat? Aristoteles voorzag al de consequenties van het feodalisme, het aan de machtigen horig maken van arbeid. Hun land vooral voor hen als een onaantastbare heerlijkheid, met voor de anderen een sociaal contract dat ze verplichtte tot betalen, tol, de boeren met een deel van hun oogsten, de tiende penning. Een overeenkomst die in een vergadering van de Staten Generaal van de Nederlanden in 1581 werd opgezegd. Ons erfgoed ‘Het Plakkat van Verlatinghe’.

 

‘Landbouwgronden en bodemschatten, van origine gemene zaken, leveren alleen meerwaarde door bewerken en delven. Elk product is dan ook de vrucht van arbeid. Arbeid creëert welvaart en rijkdom, maakt woeste gronden voor de mens bruikbaar, delft grondstoffen voor wat we nodig hebben. Arbeid  maakt wat we wat we nodig hebben en is voor alles prijsbepalend. Alleen arbeid geeft het gemene materiële z’n waarde en schept zo eigendommen. Die dan ook die arbeid toekomen’. De motivering van het persoonlijke en daarmee privébezit van John Locke (1632-1704).  ‘Alles wat de mens met arbeid ontrekt aan z’n natuurlijke toestand wordt persoonlijk eigendom’. Een geweldig verhaal, mits die arbeid niet wordt onteigend.

 

Een verhaal dat de rechtvaardiging werd van kolonisatie van gebieden waarin de mensen zich beperkten tot het natuurlijke, daar niets mee deden en dus die ontwikkeling van welvaart en rijkdom in de weg stonden. Het verjagen van de indianen van hun gezamenlijke jachtvelden daarmee als moreel verantwoord. Het zich toe-eigenen van nutteloos besteed goud en zilver in Zuid Amerika te bezien als economisch juist handelen. Het verjagen van kleine boeren van hun akkers voor grootschalige landbouw, winning van delfstoffen, toerisme, omdat dat de economie ten goede komt. Wat woest, leeg, verwaarloosd is maakt noeste arbeid tot zinvol en persoonlijk eigendom. De moraal van het oorlogskapitalisme met gewapende steun van de overheid. De zeevarende naties die in oorlogen met elkaar zich de wereld toe- eigenden, elkaars handel kaapten, Piet Hein de zilvervloot. Zo monopolies afdwongen en daarmee concurrentie uitsloten. De vrije markt met competitie en daardoor eerlijke prijzen elimineerden. De bron nog steeds dominant aanwezig oud geld.

 

De teelt en verwerking van katoen die de ontwikkeling van dit kapitalisme goed illustreren. Sven Beckert in zijn boek Katoen (2014). Katoen, een inmiddels gewild en een mondiaal product. Al duizenden jaren voor onze jaartelling verbouwd in Azië, Afrika en Zuid Amerika. Gewonnen uit de zaden met daaraan een lange pluis om zich in de wind te laten verwaaien. Stevige en zachte vezels, die zich goed laten spinnen tot draden voor verwerking tot textiel. Prettig te dragen, heel fijn te weven, goed te verven en bedrukken, makkelijk te wassen. In antieke tijden al geteeld door boeren in combinatie met andere landbouwproducten, en er als weinig te doen was thuis verwerkt voor eigen gebruik, om lokaal te verhandelen en om heersers te betalen. Alleen te verbouwen in subtropische gebieden met redelijk wat water, in droge gebieden met irrigatie. In Europa met het monopolie van textiel van wol en linnen dan ook heel lang een onbekend product.

De productie van katoenen textiel, het scheiden van het pluis van de zaden, spinnen en weven, kwam in India tot grote hoogte. De latere kolonie van Engeland. Technieken die later werden geïntroduceerd in het Midden Oosten. Leidde in die landen tot de kasten van spinners en wevers. Ondersteund door handelaren om hun producten te verhandelen, ruwe katoen te kopen, spinners en wevers te betalen, transporten te organiseren naar koopgrage markten. Handel die zo de bron werd van grote kapitalen. Mondiaal. De verwerking van katoen die via het Midden Oosten ook in Europa werd geïntroduceerd. Duitse ondernemers die met in hun land grote en goedkope boerenbevolking strek concurrerend werden en grote winsten genereerden. De Fugger’s in Augsburg die zich zo vermogende bankiers werden.

Tot het Ottomaanse Rijk hieraan een einde maakte door de aanvoer van ruwe katoen uit India naar Europa te beletten om deze handel voor zichzelf te houden. Brengen ze het niet dan gaan we het zelf halen. Het begin van een oorlogseconomie door de zeevarende naties van Europa, die met bewapende schepen om de Kaap de Goede Hoop heen de katoen uit India verscheepten naar hun landen. Engeland dat daar bekeek en leerde hoe te verwerken. Heerser over India, dat als geen ander de technieken van spinnen en weven beheerste, met hoge kwaliteit en geliefd op alle markten. Dat zich deze technieken eigen te maakte. Later ook de textielindustrie in Twente die vooral Nederland Indië als grote markt had.

Katoen dat zich in Engeland goedkoop en massaal liet verwerken. Door het begin daar van de industrialisatie, in eerste instantie met waterkracht. Producties vooral voor de van origine al grote markten, de landen dus waar de katoen als grondstof vandaan kwam. In Europa hadden wol en linnen een monopolie. In concurrentie met de lokale producenten, die deze al gauw niet meer aankonden. Spinners en wevers in India die dan ook gewoon dood gingen.

De overzeese handel ontdekte de Amerika’s ontdekt. Met regio’s die eveneens uitermate geschikt bleken voor plantages voor uitheemse producten als suiker, tabak, en katoen. Bij de verovering grondig ontvolkt, de daarvoor benodigde arbeid dus in te voeren. Slaven voor die plantages die goedkoop waren te winnen in Afrika. Te betalen met katoen dat daar al een geliefd product was.

De globalisering van de economie naar de VOC mentaliteit, gezegend door Joods – Christelijke religies. Colombus met z’n kruizen op de zeilen van z’n schepen.

 

De industrialisatie in Europa die veel bezitlozen van de straat haalde, ze met kinderarbeid verschoonde van hangjongeren, onderwijs overbodig maakte De fabriek die redde van de hongersdood. Met in het begin ongezond lange werkdagen en lonen voor net overleven en kunnen werken voor zolang als bruikbaar. De gemiddelde leeftijd van arbeiders zo’n veertig jaar. Mensen gedegradeerd tot verlengstuk van machines. Wat Thomas More (1478-1535) inspireerde tot zijn Utopia. En hem gezien de taal waarin zijn land leefde de kop koste. Maar wel het bedenken van andere vormen van ideaalsamenlevingen uitlokte. Een voorname inleiding van revoluties, evoluties tot op democratisering en het huidige kapitalisme.

 

‘De samenleving is primair gebaseerd op de productie van goederen en diensten en een systeem van ordelijke distributie’. Robert Heilbroner (1919-2005), een Amerikaans econoom met een grimmige kijk op de huidige economie. Maar wel hoopvolle visies voor het kapitalisme. ‘Veilig te stellen door een disciplinering met overeengekomen gedragsregels. Maar wel anders en beter te ordenen dan nu’.

Ook een introductie van de eendimensionale mens als motor van de economie. Met alleen z’n hebzucht als geschenk voor de samenleving. De economie als primair gesteld. Terwijl de mens meer drijfveren heeft, ook behoefte aan samen zijn en delen, aan ontplooiing, behoud en bescherming. Als praatgraag dier bij uitstek ingesteld is voor overleg om belangen gezamenlijk te realiseren. Niet ieder voor zich maar samen de samenleving voorzien van wat die nodig heeft. De economie als de mens dienend.

De moderne verzorgingsstaat op de tocht door dit eenzijdig liberalisme met alleen de hebzucht als formule voor de economie. Die het einde betekende van de gilde, de garantie van vakbekwaamheid, betrouwbaarheid, de moraal van een rechtvaardige prijs. Het opzeggen werd van de filosofie van de solidariteit en zorg voor de naasten. Het tolereren van het ellendig landschap waarin iedereen het zelf mag uitzoeken. Met een overheid die zich te beperkte tot het handhaven van recht en orde. ‘Mijn belangrijkste opgave is het land veilig houden’. Mark Rutte. Het aantal daklozen dat ook in Nederland toeneemt.

 

‘Antieke verhoudingen die met de triomfen van de toegepaste wetenschappen een radicaal fatale wendingen nemen’. Arnold Toynbee (1852 -1883) in zijn colleges over de industriële revolutie. Stoom en elektriciteit die de energiewinning overnamen van mensen, wind, water, dieren. Die de eens van hun gemene gronden verdreven dorpelingen, waarop schapen beter rendeerden dan boeren, broodwinning gaven in de industrie voor verwerking van de wol van die schapen. Ze stonden er bij en keken er naar, de christelijke naties. Met altijd mensen die vonden dat het anders en beter moest. In eerste instantie met weinig bijval en veel tegenwerking. Maar uiteindelijk toch winnaar in dit proces van de evolutie van onze economie. De wereld die steeds welvarender wordt.

 

Maar met tot op heden vrijwel iedereen horigen aan deze economie, met als hoogste moraal werken voor de kost. De juiste opleiding kiezen en continu bijscholen om zolang mogelijk bruikbaar te blijven, de economie dienstbaar te kunnen zijn, kapitaal optimaal te laten renderen. Tenzij men kapitalist is en kan leven van dat rendement. Door vererving van oud geld, succesvol ondernemerschap, daarvoor sparen, de gepensioneerden. Met als mogelijk ideaal iedereen eens rijk, kapitalist.  

 

De economie naar Darwin, van de sterkste wint is goed. ‘Laisser-faire et laisser-passer’. Met dus ook verliezers, te bezien als noodwendig en sanerend. De mens als motor en materiaal voor een hoger willen van de geschiedenis. In het verleden en heden met voor velen fatale uitkomsten. Arnold Toynbee en met hem vele anderen: ‘De taak van de mens in dit blind genadeloos gebeuren moet zingevend zijn, al het kapitalistisch materiële moet de mens toegevoegd worden’. Hij pleitte voor de oprichting van vakbonden, het stem geven aan een segment van de vrije markt dat nog nauwelijks werd gehoord.

 

‘Een systeem van eeuwenoude zelfvoorziening, verstoord door de opkomst van loonarbeid en de introductie van geld. Met voor velen verlies van het recht op overleven door het ieder voor zich en het wegvallen van wederkerigheid.’ Ivan Illich (1926-2002). Hij voorzag een langdurige oorlog zowel daartegen als voor het behoud ervan. ‘De gemeenschap versplintert tot losse individuen, afhankelijk van arbeidsmarkten en persoonlijke mogelijkheden, posities, kwalificaties tot eigen initiatieven, de plek waar men geboren wordt.’

 

Naomi Klein (1970), en met haar inmiddels vele anderen, pleit voor herstel van het traditioneel collectieve, de ‘commons’ binnen gemeenschappen. Binnen de transformatie van het natuurlijke in het culturele landschap als primair privé. Manifest al in het huidige voor iedereen publieke, openbare, samen te onderhouden. Dat uitbreiden met alles wat we in feite gezamenlijk realiseren, de vrucht is van publieke arbeid. Het vele coöperatieve dat daaraan probeert gestalte te geven, gezamenlijk volkstuinen, elkaar verzekeren, financieel en voor zorg, voedselbanken om samen te delen, kringloopinitiatieven. Met de problematiek dat de plekken daarvoor steeds meer privaat bezit zijn. Overheden het collectieve meer kansen moeten bieden. In principe op de vrije markt. Waar ze met ontwikkeling van eeuwigheidswaarde winnaar kunnen worden.

 

De regimes gebaseerd op onteigening van het commune. De elites van de rijke oliestaten. Met nauwelijks behoefte hebben aan alternatieve bronnen van inkomsten. Die hun ingezetenen in het gareel houden met deze orde bevestigende religies. De ontdekking van Amerika die de economie van Spanje een dip bezorgde, door de roof van goud en zilver. De Spaanse elite die kon af zien van ondernemen. De economie in Nederland die in de zestiende eeuw stagneerde toen rijke stedelingen polders drooglegden om van de pacht te kunnen leven. Waardoor toen de reële lonen van arbeiders zelfs lager waren dan in de twaalfde eeuw. Geld belegd in steden dat verkeerd overheidsbeleid uiterst renderend maakt.

 

Traditioneel is ‘het gemene’ een morele beleving van de betreffende groep’. Marcel Mauss (1954).  ‘Daarbij behoren ook het accepteren van giften en het onderhouden van goede relaties’. Het naborschap in dorpsgemeenschappen, de mantelzorg, de uitwisseling van geschenken bij huwelijken, ontvangsten, alle bedoeld om de groep bij elkaar te houden.

 

Claude Lévi-Strauss (1908-2009). ‘Wie niet geeft wie niet leeft’. Manifest in de vele clubs, verenigingen, vriendenkringen, carnaval, vuurwerk met oud en nieuw.

 

Instellingen het ideologisch neoliberaal kapitalisme volledig vreemd. ‘Op mijn leven en mijn liefde ervoor zweer ik dat  ik nooit zal leven ten behoeve van een ander mens , noch dat ik dat van iemand anders voor mij zal vragen’. Ayn Rand (1905-1982). Haar pleidooi voor een vrije markt zonder enige overheid, van ieder voor zich en belasting is diefstal. De ideologie van de tea party. Haar boeken die in de VS na de bijbel het best verkocht worden.

Allan Greenspan, bewaker van het banksysteem van de VS, was een groot bewonderaar van haar. ‘Ben bijzonder geschokt, kan het haast niet geloven. Er moet een fout zitten in onze overtuiging dat de vrije markt zichzelf beter reguleert dan enige overheid’. Greenspan voor een commissie van het congres in 2008 naar aanleiding van de kredietcrisis.

 

‘Een samenleving moet rechtvaardig en eerlijk zijn’, John Rawls (1921- 2002). Die niet alleen funderen op de natuur van mens, z’n genen, maar mede op z’n vermogen tot zuivere rede. ‘Die ons in staat stelt tot autonoom en naar eigen verantwoording ethisch handelen’. Het sociaal contract denken, in de VS het bedenkelijk liberalisme, in Europa het sociaal liberale. Een sociaal denken dat hij ontleende aan de filosofie van Immanuel Kant (1724-1804). ‘Van nature weten we wat goed en kwaad is, hebben we een moreel oordeel.’ Deze zuivere rede van de mens is aangeboren kennis, onafhankelijk van de zintuiglijke ervaring, is z’n wezenlijk kenmerkende. Laat het gericht van die zuivere rede dan ook alles verantwoorden, ook onze politiek en daarmee de economie.’ De menselijke rede die zich vrij weet te maken van de genetisch hebzuchtige mens.

 

Ralf Dahrendorf (1929) stelde economische vrijheid boven de gelijkheid, maar onder de voorwaarde van een voor iedereen gelijke grondslag, startpositie, geborgenheid. ‘Zowel naar de natuur als geboorte is de mens oneerlijk bedeeld. Dat zien als een natuurlijk gegeven’. De verzorgingsstaat die iedereen meeneemt. De chirurg mag rijk worden van medische pech van anderen door die kosten samen te verzekeren. Onderwijs voor iedereen tot op het hoogste niveau. De economie niet naar de natuur maar naar de menselijke ratio en rede, naar z’n cultuur.

Een kapitalisme naar ons vermogen tot zuivere rede. Mondiaal bevestigd met de formulering van de mensenrechten door de Verenigde Naties. ‘Het recht op autonoom denken en vrije meningsuiting, recht op voedsel, inkomen, onderdak, scholing, recht van naties op zelfbeschikking en beheer van eigengrondstoffen, een eerlijke welvaartsverdeling’. Door iedere natie op eigen wijze te realiseren en al z’n inwoners te garanderen. De autonome mens primair en elk systeem secondair dienend en daarop gericht. Een internationaal overeengekomen bedding voor een kapitalisme wereldwijd op weg naar een zegen voor de mensheid.

 

Voor zover kapitalisten dit streven niet in de weg staan en populisten het niet bederven.

Kapitaal dat zich onttrekt aan de gemeenschappen waarvan het wel steeds rijker wordt. Het verhaal van Piketty (1971). De mens in egoistisch landschap met hekken en muren, forten en paleizen, compounds, trumptorens, zwaar bewapend. Waarin het nog gemene, openbare verloedert, op instorten staat, gevangenissen gebrek aan algemeen onderwijs en zorg compenseren, drugs de medische zorg vervangen.  

 

Actuele culturen zijn niet buiten beschouwing te nemen bij die beoordeling van rechtvaardig en eerlijk. Michael Sanders, actueel hoogleraar Harvard university. Per land hebben die hun eigen fase in een ontwikkeling. Het liberaal westers denken waarin andere delen van de wereld zich niet herkennen, ze geen boodschap hebben. China die anders denkt en eigen wegen vindt. Rusland dat z’n eigen geschiedenis heeft. Westerse mensenrechten als universeel verklaren, westerse hoogmoed!? Hoe krijgen we de hele wereld op één noemer met al die mensen naar, naties, geloven, verhalen? Maar we zijn wel naar één DNA.

 

‘Crises bewezen het vrije marktprincipe als niet alleen de ideale oplossing, dat geregeld overheidsingrijpen mede noodzakelijk was om uit zo’n impasse te komen. ‘De economie is niet genetisch zelfregulerend’. Het verhaal van Maynard Keynes (1883 -1946).  ‘Economie is geen natuurwetenschap maar een morele wetenschap’. Het woord daarvoor is mede aan de zuivere rede. Crises kunnen daarmee beheerst worden. In economisch slechte tijden moet de overheid de taak van het bedrijfsleven overnemen, investeren om stagnaties te doorbreken. 

 

Overheidsbeheer. ‘Maar wel binnen het kader van cultuur, tradities, instituties, riten van z’n samenleving’. Friedrich August Hayek (1899- 1992), een vurig bepleiter van het liberalisme. ‘Daarom de maatschap baseren op de daarin aanwezige spontane zelfregulering. Maar wel met een democratisch overeengekomen rechtssysteem’. Het accent op democratie als grondslag van samenlevingen en het marktmechanisme als de spil van de economie. Die producties immers volmaakt laten afstemmen op wat mensen willen en de prijs die ze er voor over hebben. Als ze vrij zijn’. Het idee van de zuivere rede, het rationalisme, als middel om de natuurlijke instincten te beheersen zag hij als de fatale hoogmoed. ‘Ieders werkelijkheid ent zich op de culturele verworvenheid van de samenleving, de klasse waarvan men deel uit maakt’. Particulier bezit maakte mensen vrij, verloste de mens van de druk en dwang van zo’n groep. Hayek had het communisme en het nationaal socialisme moeten meemaken.

 

‘Individuen hebben hun rechten en niets en niemand mag daar inbreuk op maken.’ Robert Nozick  (1938 ). Het individu is volledig eigenaar van zichzelf en van wat het daaraan weet toe te voegen. Omdat dit recht individueel moeilijk valt te handhaven vraagt het altijd om een contract met anderen om dit samen te doen. ‘Laat mensen dan ook zelf kiezen voor de  bescherming die ze persoonlijk het best past en het minst kost’.

Muren om welvaart veilig te scheiden van verpaupering, weg met de Obama care, het eigen volk eerst. Katrina, de orkaan in 2095 die het lage en minder welvarende deel van New Orléans onder water zette. 1800 doden. Het afsluiten van de openbare bruggen over de Mississippi om voor het water vluchtende mensen te weren.

De vestigingen van staten binnen de staat van de grote techbedrijven. Leefgemeenschappen alleen voor mensen die zijn nodig hebben, met alles er op en er aan en streng gereglementeerd en gecontroleerd.

 

‘Levenskansen voor zoveel mogelijk mensen, hoe meer hoe liberaler een maatschappij is. Maak daartoe een vloer waarop iedereen kan staan’. Ralf Gustav Dahrendorf (1929-2009) Zijn pleidooi voor een financiële basis en goed onderwijs voor iedereen. Het principe van de verzorgingsstaat. die iedereen mee neemt en niemand door het ijs laat zakken. De gedachte dat er een basisinkomen moet komen.

 

Kate Raworth stelt in haar boek ‘doughnut economics’ de voor ons geldende grenzen. En daarbinnen het recht van iedereen op primaire voorzieningen. De donut die dat symboliseert, de koek waar we het mee moeten doen. Met een pleidooi die dan ook eerlijk te verdelen. Niemand verbannen naar het lege midden. Haar afrekening ook met het verhaal van een eeuwige groei van die donut. Door de aarde immers niet op te brengen. Het koekoeksjong van de eeuwige groei uit ons economisch nest zien te dumpen. De illusie van het verhaal van continue groei als voorwaarde voor werkgelegenheid. De mensheid enten op de koek die de aarde wel aan kan. Die twaalfduizend jaar geleden kwam op een vrijwel cirkelvormige baan rond de zon, die schommelingen in het klimaat sterk reduceerde en zo leidde tot stabiele en voorspelbare seizoenen voor landbouw. Zo mogelijk de mens mogelijk maakte. De boeren die wisten wanneer ze moesten zaaien en oogsten en zeker waren van regen en zonneschijn. De periode van het holoceen, die geschat nog zo’n vijftigduizend jaar zou kunnen duren, maar waaraan wij vroegtijdig een einde maken. De teelt van cacao en tabak die inmiddels mislukt door onzekerheden van het weer. Stormen die regio’s moeilijk leefbaar maken. De mondiale afbraak door woestijnvorming en ontbossing van de landbouw. De welvaart in een beperkt aantal landen die zich al bewijst als te hoog voor onze aarde. Met een cultuur die ons wel in staat stelt dat te herstelen. Als we bereid zijn te kiezen voor een andere taal van leven. 

 

Consolidatie van de industriële revolutie tot op het praktisch volmaakt bruikbare. Naar de mogelijkheden die we zien tenderen naar eindwaarden. Met daarvoor het perspectief van eeuwigheidswaarde. De economie transformeren van consumeren naar bezitten, van verbruiken naar behouden, op lange termijn eens alles hebben. Met werkgelegenheid voor beheer, zorg, onderhoud, renovatie van dit bezit. De donut deels niet meer alleen om te eten, te verbruiken, maar mede om te bezitten en zien te behouden. Als erfenis voor komende generaties. Naar het principe van gezamenlijk gerealiseerd gezamenlijk te vererven. De erkenning van het recht van iedereen op de vruchten van zijn of haar arbeid en de vererving daarvan.

Waarmee we uitkomen op een basisbezit en daarmee basisinkomen voor iedereen. Het herstel ook van eens het commune van steppen en oerbossen, door ons eens getransformeerd in een praktisch volmaakt bestendig cultuurlandschap. Dat steeds meer z’n evolutie wel gehad heeft.

Een uitkomst die afrekent met dat continue moeten groeien van de economie als voorwaarde voor werkgelegenheid en daarmee voor de meeste mensen overleven.

 

Kapitalisme naar een nieuw verhaal, een anders denken, niet meer gericht op een groei tot in het oneindige, maar uit op consolidatie van wat we inmiddels hebben bereikt. Een nieuw paradigma. De afronding van die evolutie door ons heen van het materiële. De economie toegevoegd aan de mens en niet omgekeerd.

Met wel als vervolgverhaal ‘wat we willen daarmee?’. Zowel gezamenlijk als persoonlijk. De volmaakte auto, maar waarheen? Het beste linnen, penseel, verf, maar nu gaan schilderen. De kanteling in die evolutie door de mens heen. Nu niet meer naar de wil van de natuur maar naar wat wij denken en bedenken. De opgave voor ieders tijdelijk er even mee zijn. De persoonlijke uitdaging tot ascese in schoonheid met die waarden met eeuwigheidswaarde.

 

Kwaliteit creëert eeuwigheidswaarde.

 

Kwaliteit van leven, voor de pinguïns een natuurlijke zaak. Volgens rechts denken, zij die het hebben, niet voor iedereen waar te maken. Voor links iets om in te blijven geloven.

 

Kwaliteit, de hoedanigheid die we wensen. Voor bedrijven is kwaliteit dan ook wat de markt wil en kan betalen. Voor de kunstenaar de creatie die tevreden stelt, te verantwoorden is. Voor consumenten het product dat het gewoon goed doet, prettig en praktisch bruikbaar is. Voor de technologie het optimaal mogelijke naar de laatste stand van wetenschappelijk weten.

 

Kwaliteit door eliminatie van alles wat fout gaat. Voor bedrijven op een vrije markt de voorwaarde voor overleven.  Het nulfoutenconcept, in de tweede wereldoorlog geïntroduceerd voor William Edwards Deming (1900-1993).Voor het altijd passen van reserveonderdelen aan het front. De tank met slechts één onderdeel kapot geschoten die helemaal uitgeschakeld is. Inmiddels een concept voor alle technische producten, geassembleerd uit vaak vele duizenden onderdelen van overal vandaan, en die alle foutloos moeten zijn wil het eindproduct dat ook zijn.

 

Na de oorlog werd Deming gedetacheerd in Japan. Waar hij vertelde ‘zo doen wij dat in de VS’. Men daar meteen die methode begreep als de langetermijnstrategie om te kunnen overwinnen.  Manifest toen de Japanse auto-industrie daarmee een einde maakte aan die van de VS. Waar Deming inmiddels al lang vergeten was en industrieën vooral gebaseerd waren op korttermijnstrategieën, die van direct geld verdienen.

 

Het foutloze product, te bereiken door alles wat bij z’n productie fout gaat direct te melden. Opdracht directies die dit verhaal door hebben. Ze daarom willen elimineren. De werkvloer die ze meldt, expertise die de oorzaken analyseert en zoekt naar oplossingen, het management dat beslist en betaalt. Die Begrijpen dat bedrijven die daarin falen, die de evolutie van hun product niet weten bij te houden, van de markt verdwijnen.

 

Producten zonder fouten en naar de laatste technologie zijn uiterst concurrerend, kennen geen uitval kennen, zijn goed te garanderen zijn. op vrije markten winnaar. De Japanse camera’s die de Duitse van de markt veegden, hun auto’s die een succes werden. De cd die de grammofoonplaat verving. De chip die het filmrolletje verleden tijd maakte. De printer die de afdrukcentrales liet verdwijnen. Internet dat muziekcollecties overbodig maakt. Met altijd restanten van die oude technieken naar wat de markt wil. De grammofoonplaat, het filmrolletje voor wie daarin blijft geloven, paarden omdat paardrijden leuk is.   

 

Kwaliteitsborging van producties. Inmiddels vastgelegd in de internationale norm  IOS 9000 voor kwaliteitsborging. Professionele klanten die eisen dat een toeleverend bedrijf produceert naar deze norm. Met geregeld onafhankelijke controle of zich ook daaraan houden.

Kwaliteitsborging gebaseerd op het melden van fouten, op de werkvloer, en altijd daarop reageren van het management. Kwaliteit die begint aan de top. Van vooral melden wat chronisch fout gaat en wat dus continu geld kost. Vaak moeilijk, want we doen het al zo lang zo. Daardoor niet de benodigde mentaliteit. Incidentele fouten, die melden zich vanzelf, doen het goed, krijgen meteen aandacht, verwekken verontwaardiging, leiden tot beschuldigingen. De chronisch vereisen bewustwording, zorgvuldige analyse van wat mis is en hoe het beter kan. En het willen kiezen daarvoor.

 

Wie is verantwoordelijk voor wat? Wat veroorzaakt de fout? De vier M’s: mens – methode – middelen – materiaal. Op de werkvloer spijkeren ze al jaren hout op elkaar. Kennelijk niet slecht want het bedrijf bestaat nog steeds. Tot ze merken dat het niet goed gaat, ze spijkers krom slaan. het hout splijt. Wat ze meteen melden voor nader onderzoek. Dat verkoop heeft gemerkt dat die markt andere houtsoorten prefereert. Waarop inkoop heeft gereageerd met materiaal dat niet te timmeren blijkt. Waarna georganiseerde expertise samen met de werkvloer, eigenaar van het probleem, uitzoekt hoe anders, lijmen, schroeven, doken. Dat eenmaal bedacht en beproefd, investeren in de daarvoor benodigde middelen en omscholing van de werkvloer. Die tenslotte vertelt of het werkt of niet.

 

Het principe van kwaliteitsborging, dat na een aantal jaren kan leiden tot alles in één keer goed doen. Dat faalt als producten achterhaald worden door nieuwe ontwikkelingen - de kolenkachel, de cassetterecorder – het geld daarvoor ontbreekt, onderwijs beneden de maat is, regio’s daardoor op achterstand raken. Als ook de mentaliteit ervoor ontbreekt, een langetermijnstrategie gericht op steeds beter en continuïteit ontbreek. Het Angelsaksische model versus het Rijnlandse. De automobilist in de VS over een brug gereden blij dat die het nog gehouden heeft. De kwaliteit staal van IJmuiden die ze daar niet kunnen maken.

 

Het bedrijf gericht op continuïteit versus direct winst maken. Financieel slim opereren vanuit financiële centra met voor de buitenwereld duistere doelen. Expertise ontwikkelen die een bedrijf onoverwinnelijk maakt. De door de oorlog verwoeste bedrijven die met overleefde teams snel weer de oude waren op de markt. De bedrijven die duur betaalde winstmakers van buiten hun expertise laten verkopen of ontslaan en hun afgang in zicht krijgen.  

 

Kwaliteitsborging tot op het uiterste mogelijke voor al het materiële wat we maken brengt hun eindwaarden op eeuwigheidswaarde. Een vrije samenleving open voor die meldingen van wat mis gaat en met een overheid die daarmee aan de gang wil komt daarop uit. Kan kwaliteit realiseren voor alles wat zich rationeel laat beheersen, naar ratio, wat de wetenschappen mogelijk maken en naar rede, het overleg over de gezamenlijke keuze. Dat van de expertise met de eigenaren van het betreffende probleem. Ratio en rede die in ons maatschappelijk bestel altijd verweven zijn met het menselijk niet rationele en persoonlijk belangen.

Kwaliteitsborging voor onze samenleving door ook daarvoor die ISO norm te stellen. Overheden die samenlevingen motiveren hun problemen te vertellen. Die vervolgens daarop reageren met inzet van expertise. Voor het samen met de mensen die een probleem aankaarten een oplossing te vinden. En vervolgens geld genereren om ze te waar te maken. Vrije en onafhankelijke media die daarbij een grote rol spelen. als ze ontbreken te organiseren zijn. De politiek die dit proces controleren en uiteindelijk beslist wat wel en wat niet. Gekozen door de burgers, in vele gevallen die eigenaren van problemen. Nederland die van het Groninger gas af gaat, expertise die uitzoekt hoe, en de burgers die dat gaan betalen.

 

Techniek is exact, doet het wel of niet. Een samenleving is echter veel meer dan alleen techniek. Laat zich ook misleiden. Een nulfoutensamenleving daarvoor is dan ook geen optie. Een gestaag streven naar eeuwigheidswaarde wel. Eeuwigheidswaarde die altijd een keuze is. Burgers kiezen voor de partij die hun problemen het beste meent te begrijpen en met oplossingen komt. Door deskundigheid op hun waarde te beoordelen. Met andere compromissen sluit tot op de grenzen van mogelijk is en te financieren is. Met de problematiek voor de gewenste kennis te beschikken, van nepnieuws,verdraaiing van feiten. Politici die zelf deskundig wanen. De politiek wel snel klaarwakker voor het incidentele, maar die het chronische graag ondergronds, achter de voordeur houdt.  Oplossingen snel ziet met de factor mens. De minister – expertise - die meteen weg moet. De klokkenluiders die niet geliefd zijn, eigenaren van een probleem die moeten afwachten wat anderen voor ze beslissen.

 

Kwaliteitsborging als de opmaat voor de kwaliteit van samenlevingen. Naar de mogelijkheden van de wereld waarin en waaruit we zijn, door wetenschappen geopenbaard. Inmiddels voor vrijwel alle aspecten van ons zijn en handelen in die wereld. Met alle min of meer al het ultieme einde van hun weten in het vizier. Ons denken en bedenken daarmee op weg naar voltooiing van dat weten. Voor een samenleving naar de stem van het volk. Nog op zoek naar het recept voor eeuwig leven, kunstmatige intelligentie, het snelste voertuig, Mars koloniseren. Met als nieuwe opgave wat we samen daarmee willen.

 

              De wereld naar de  stem van het volk.

 

De samenleving naar de stem van het volk, naar ieders wens. Gebaseerd op die perspectief van eindwaarden met eeuwigheidswaarde. Voor al het materiële waarmee we ons materieel verlengen. Middelen, methoden, recepten, programma’s die dan eindeloos meegaan voor de kosten van alleen beheer en onderhoud. Aan de stem van het volk daarvoor te kiezen. Een samenleving met een economie waarin de klant koning is. Met scheiding van de machten die ze beheren, democratisch gecontroleerd. Met herstel van het commune, inmiddels ontwikkeld tot het culturele landschap voor ieders overleven tot leuk en interessant leven. Gebaseerd op de erkenning van wat gezamenlijk is gerealiseerd ook gezamenlijk, publiek bezit is. De daarvoor verrichte echte arbeid ook z’n vruchten laten toekomen en laten vererven.

 

Het commune dat op de vrije markt de concurrentie aangaat met het kapitaal dat zich steeds massaler daaraan onttrekt. Coöperatief bezit van woningen met eeuwigheidswaarde dat huisjesmelkers dwingt tot eveneens wonen voor de prijs van beheer en onderhoud. Volkstuinen tijdens oorlogen een voorwaarde voor te eten hebben. Gemeenschappelijk te realiseren in de winkelcentra in competitie met voedselketens met postadressen om belastingen te ontwijken. Systeembanken tot een publieke zaak maken. De monopolies op internet internationaal regelen.

 

De stem van het volk naar de taal waarin het leeft. Inmiddels mede naar het verhaal van gelijkwaardigheid van alle mensen, politieke participatie voor iedereen, voor ongeveer de helft van de wereldbevolking.

 

Een rechtstaat voor iedereen. Volgens Charles de Montesquieu (1689-1755) alleen eerlijk door scheiding der machten te realiseren. Zijn introductie van de trias politica, drie elkaar controlerende machten: de wetgevende, de uitvoerende en de, die zorgvuldig van elkaar gescheiden te houden. In veel landen al gecombineerd met de scheiding tussen kerk en staat. Die daarmee de individuele rechten van burgers beschermt tegen de willekeur van machten, de uitspraken van onafhankelijke rechters onschendbaar maakt. ‘Barbertje moet hangen. Maar zij is onschuldig, zij zou immers zijn vermoord, maar leeft nog. Mooi toch, dan kan ze alsnog hangen.’ Vrij naar Multatuli (1820-1887).

 

Scheiding van machten voor alle machten de samenleving beheersen. Het beheer van basisbezit en daarmee basisinkomen voor iedereen. Het nationaal bezit van plek voor wonen en werken. De verzekering van medische en sociale zorg. De monopolies op internet.

Montesquieu zag deze machten graag in beheer van een daarvoor geschikte elite. De grootsheid van Frankrijk was volgens hem vooral te danken aan de adel. Het edele dat het zakelijke en normloos banale alleen in toom moet houden. Tegenwoordig het professioneel bedrijfsmatige beheer. Maar dan met als aandeelhouders de stem van het volk. Vertegenwoordigd door hun commissarissen.

De stem van het volk die wat ze wil delegeert aan mensen die daarmee wat kunnen. Deze delegatie eenmaal op eindwaarden gebracht en gekozen voor eeuwigheidswaarde kan de democratie zich beperken tot ook daarvoor alleen het beheer en onderhoud.

 

Winston Churchill (1874-1965) zag democratie als de minste slechte. Ga maar in discussie met de gemiddelde burger.

‘Alleen een samenleving bestuurd door wijze mannen kan sterk zijn.’ Socrates (470-399vCr). Als gewezen soldaat wist hij van het nut van bekwame officieren die de juiste bevelen gaven. Athene was in oorlog met Sparta en werd slecht bestuurd door de heersende kaste, die volgens hem leed aan democratie, het te veel en te willekeurig daaruit gekozen bestuurders, die zich te vaak hadden te verantwoorden op de angora, de publieke ruimte van het marktplein, tegenover die kaste, voor hun onbekwaam besturen, bizarre politieke ideeën naar geloven in te vele goden en waarzeggende priesteressen.

Zijn leerling Plato (427-347 vCr) was het daar helemaal mee eens. Een republiek moest geleid worden door een elite van bestuurders, meesters. Volgens hem alleen door geboorte daarvoor te bestemmen. Hij leefde in tijden met ferme onzekerheden, die van de Peloponnesische oorlogen, zag dan ook redelijk scherp hoe de hazen liepen. ‘Alleen bekwame en vermogende bestuurders zijn in staat hun kinderen goed voort te brengen, opvoeden en opleiden’. Het belang van het niveau van een gezin en onderwijs voor de kansen van kinderen. De blauwdruk voor het elitaire regiem, de feodale staat geleid door meesters en met goede en volgzame burgers.

 

Roofridders, in hun regio eens letterlijk het sterkste en daarmee de machtigste, de beslissende stem. De stem van een deel van het volk die het met de opkomst van steden voor het zeggen kreeg. Overheid konden kiezen die belangen dienden. De vereniging van economie en overheden. De handelsoorlogen uitgevochten door onze zeehelden. De VOC om met geweld alleenrechten af te dwingen. Met een groeiende behoefte aan een internationale rechtsorde. Het manifest ‘Over het recht op oorlog en vrede’ van Hugo de Groot (1583-1645) Zijn pleidooi voor de vrije toegang tot de zee en de vrijhandel, het Mare Liberum, de aanzet voor het huidige zeerecht.

 

De stem van de vrouw, de vruchtbare bodem voor het zaad van mannen. Het eerste mannelijk denken en bedenken, dat ze ijverig bezig zag met het verzorgen en voeden van wat zij gezaaid hadden, hun eten klaar maken, en tijdens dat wachten alle tijd om zich daarover te verwonderen en te filosofen, te bedenken dat het zo goed was en dat hogere machten dit kennelijk zo gewild hadden. De filosofie over vrouwen tot op heden.

De Venusbeeldjes, tussen de 200.000 en 800.000 jaar oud, enige tienduizenden opgegraven, gesneden porno, poppetjes met geprononceerde borsten, billen en geslachtsdelen, een knop als hoofd, zonder enige expressie van een iets dat ook wat te zeggen heeft. Miljoenen als heks bedachte en daarom verbrande vrouwen. Nog steeds de landen met een tekort aan vrouwen, bezien als bijvangst en deels overboord gegooid.

 

Het huishoudelijk werk van vrouwen nog steeds niet erkend in de economie. Dat die wel mogelijk maakt, zorgt voor nieuwe aanwas van arbeid, die dat verzorgt en opvoedt, te eten geven, de was doet. Werk tot op heden niet in de statistieken te vinden noch financieel genoteerd.

 

Vrouwen nemen het woord. Mary Wollstonecraft (1759-1797). Die beschreef hoe het onderwijs hun kwaliteiten verwaarloosde en ontplooiing onderdrukte, de mannen daardoor in de maatschappij konden domineren. Het begin van het feminisme, de strijd voor de rechten van de vrouw, voor hun bevrijding uit de slavernij van huwelijk, politiek achterstelling, kerkelijke indoctrinatie.  Met 200 jaar later weer een vrouw van dit kaliber, Simone de Beauvoire (1908-1986) ‘Men wordt niet als vrouw geboren maar er een gemaakt. We worden vrij geboren en hebben dan ook een vrije keuze’. Vrouwen moeten die vrijheid leren zien en benutten. Vrouwenkiesrecht dat tot het einde van de 19de eeuw zeer uitzonderlijk was. Onder de adel kwam een vrouw soms tot een titel met macht. Vrouwelijke religieuzen kozen hun voorgangers. In 1917 kregen de Nederlandse vrouwen passief kiesrecht. In 1918 werd Suze Groeneweg als eerste vrouw in de Tweede Kamer gekozen, en kregen vrouwen ook actief stemrecht. Pas in 1994 was er volledig kiesrecht voor zwarte vrouwen in Zuid Afrika, in 2015 voor de vrouwen van Saudi-Arabië stemrecht.

 

Democratie, gezamenlijk overleggen en beslissen over wat we willen. Georganiseerd door politieke partijen, verenigingen, vakbonden, consumentenorganisatie, actiegroepen. Aan een ronde tafels met voor iedereen een gelijke positie hoor en wederhoor. De vrijheid om die tafels te mogen organiseren. Vastgelegd in de grondwet van de betreffende samenleving.

Overleg met hoor en wederhoor is alleen mogelijk in kleine kring, aan tafels van hooguit tien. Dus op basis van delegatie van je stem, kiezen voor meesters waar je het mee eens bent en die dit vak verstaan, begrijpen wat in te schakelen expertise vertelt en in staat tot het maken van de keuzes. Met verantwoording in de publieke ruimtes van de democratie.

 

De stem van het volk die het beste tot z’n recht komt in het lokale, de wijken van het regionaal stedelijke met wat zich daaraan toevoegt. Regio’s door globalisering genoodzaakt tot samenwerking met andere. Eveneens weer via delegatie voor overleg aan tafels van tien op hogere niveaus. Europa dat met tegen de dertig aan tafel dan ook slecht functioneert. Een overleg internationaal inmiddels met vijf niveaus, de wijken, de stedelijke regio’s, verenigd in natiestaten, gebundeld naar werelddelen, met als hoogste orgaan de Verenigde Naties.

 

Overleg ondersteund door expertise die vertelt wat er te kiezen valt. Door internationale instituties en wetenschappen met objectieve en onbevooroordeelde verhalen. Vrij van waardeoordelen. De strikte scheiding tussen wetenschappelijke verklaring en doel en waarde. Alfred North Whithead (1861-1947) zag de wetenschappen belast en ontsiert vanuit het culturele milieu waarin ze werden bedreven, met ook sociale en politieke gevolgen. ‘De beoogde doelen en vermeende waarden kunnen daardoor danig uit hand kunnen lopen. Wetenschap is altijd een menselijke perceptie, opvatting, te verantwoorden door de sociale wetenschap, door de politiek. Het doel in zichzelf van de materie is een fictie. Het doel, dat is democratisch, altijd wat wij samen menen te weten en denken te willen’. Het pleidooi voor een strikte scheiding tussen het bedrijven van wetenschappen en de zingeving aan hun resultaten daarvan vanuit ons ‘elan vital’. ‘Laat politiek geen wetenschappen willen bedrijven en laten wetenschappen niet gaan oordelen en veroordelen, aan ethiek gaan doen’.

 

Die evolutie door ons heen, in hoeverre is die naar wat wij willen? Het dictaat van de natuurwetten, de natuur naar Spinoza, naar het verhaal van Darwin. De eindwaarden waarmee we deze evolutie van het ons dienende materiële afsluit. Een afsluiting wel met eeuwigheidswaarde naar wat wij willen. Die weldoortimmerde woning met eeuwigheidswaarde, van niet te verslijten materialen en met zonnepanelen en waterstof energieneutraal, vrijwel gratis wonen voor iedereen. Kan even duren maar de mensheid is nog veel de tijd gegeven. Misschien dat Nederland dan deels onder water komt en met die woningen op terpen of drijvende plateaus. Met die keuze die blinde onze wil opleggen. De economie ondergeschikt maken aan wat wij willen.

 

We ons steeds meer beleven als een bewust moment met een eigen wil in die evolutie door ons heen. Onze existentie die vooraf laten gaan aan onze essentie Jean-Paul Sartre (1905-1980). Het zijn en het niet zijn, ‘L étre et le néant’, ons beginnen zonder doel en definitie. Dat we pas krijgen door te leven naar we kiezen en hebben te verantwoorden.

 

Zin te geven aan het iets van een op zich zinloze wereld. De mens als zingevend element in de evolutie, ‘in de onredelijke stilte van een absurde wereld’. Albert Camus (1913-1960). We leven zonder iets te bereiken. Als Sisyphus duwen we een steen een berg op opdat die steeds weer terug kan rollen. Het genie van de mens gedoemd om ten onder te gaan met de dood van ons zonnestelsel. ‘Waarom dan nu al geen zelfmoord plegen? Of moeten we rebelleren, leven tot op het maximale?’ In zijn boek ‘de pest’ doet die mens gewoon wat te doen is, anderen bijstaan. Daarbij zou zelfmoord plegen een nederlaag betekenen, de ontkenning van de menselijke existentie, de mens met zowel zijn existentiële angst als vrijheid, beide te beleven naar eigen vrije keuzes. Het verhaal van een intellectueel rationele beleving van absurditeit van de wereld. Waarin overvloedig wordt gezaaid, met maar kansen voor slechts enkelen tot ontkiemen. Het uitzichtloze van mensen die in het hier en nu niet meekomen, werkloos zijn, worden verstoten, vervolgd, geëlimineerd.  De periode tussen de eerste en de tweede wereldoorlog. De tijden met z’n talen waarin Camus leefde.

 

              Visies moeten weer mogen.

 

Films zien de toekomst graag dramatisch somber en bizar. De aarde die zich met natuurgeweld van de mensheid probeert te verlossen. Die elkaar op leven en dood bestrijdende groepen om te overleven, wel netjes verdeeld in goed en kwaad. Buitenlands leven gericht op kolonisatie van de aarde, zoals wij gewend met geweld. Presentaties van de taal waarin wij nu leven.

 

Die zich moet instellen op wat te verwachten is. Consolidatie van technologie, economie, financiën tot op eindwaarden. En als we daarvoor kiezen met eeuwigheidswaarde. Die leiden tot een enorme reductie van deze activiteiten daarin. Nu nog bepalend voor de taal waarin we leven. De basisindustrieën die zich internationaal concentreren. De kantoren van multinationals die vrij komen voor verbouwing tot woningen, de bijkantoren van banken die we zien verdampen. Internet dat hun markt is.

Met alles goed geregeld en digitaal georganiseerd, nauwelijks nog advocaten nodig om conflicten te beslechten. Voor slimme nerds financieel niks meer te vissen, elkaar vliegen af te vangen. Politiek alles op orde steeds minder ambtenaren nodig. Met alles eerlijk verdeeld minder misdaad, daarbij steeds meer te verliezen. De samenleving een matriarchaat als vrouwen daarin vrij en zelfstandig zijn en beslissend voor de eeuwigheidswaarde van de menselijke soort.  De mannen nog steeds graag bij ze komen eten en logeren.

 

In de steden verdampen de nu dominante zakencentra, worden de onroerende accenten die voor cultuur, educatie, recreatie, sport, spel. Met voldoende woningen is wonen weer waar je werkt.

Le Corbusier (1887-1965) schetste steden als linten met wonen boven de plek voor werken en verkeer. Langs de kunst met aan de ene kant uitzicht op zee met daarin buitelende zeedieren en andere kant op je balkon ‘s avonds kunnen luisteren naar brullende herten en huilende wolven in wouden en steppen tot aan de einder. Met daarin villawijken voor wie het goed doet in die maatschappij, voor iedereen een tweede optrekje, avonturen in de vrije natuur. De steden daarmee verweven. Ingericht voor onze natuurlijke en prettigste manier van voorbewegen, lopen. Binnen het stedelijke als kunstwerk en verweven met de natuur.

Le Corbusier reduceerde ook het dorp tot een flat op poten om te wonen, een schuur voor het gereedschap en een paar silo’s voor de oogst.

 

De werk met alles al hebben wordt vooral het daarvoor benodigde beheer en onderhoud. Voeding en zorg om fit en gezond te zijn en blijven. Eenmaal oud voor een waardig einde. Als we kinderen willen die leren denken en bedenken met het daarvoor benodigde. Als praatgraag dier zorgen dat we ook wat te praten hebben, in het discours een verrassing zijn. Werken voor wat we vinden dat een zinvolle invulling is van ons tijdelijk zijn. en wat we verder weten te bedenken.   

 

D e mensheid in balans met de aarde. Door kringlopen naar z’n denken en bedenken. Die niet meer wil verkassen naar elders in het heelal. Daarin mogelijk  ander maar intelligent leven leert kennen. Ons verhaal dan verrijken met hun denken en bedenken.

 

 

 

 

 

 

 

Literatuur.

 

Hans Achterberg – de utopie van de vrije markt.

Jean Baudrillard en Jean Nouvel- Filosofie in dialoog.

Sven Beckert – Katoen. De opkomst van de moderne wereldeconomie.

Gegory Bergman – Filsofie voor in bed, op het toilet, of in bad.

C.P.Bertels en E.J.Petersma – Filosofen van de twintigste eeuw.

W.Durant – In den hof der wijsbegeerte. Van Socrates tot Bergson.

Peter Frankopan – De zijdenrouten.

Internet.

Victor Lamme – De vrije wil bestaat niet.

J.Luyendijk – Dit kan niet waar zijn.

Ruben Mersch - Oogkleppen .

Kate Raworth – Doughnut economics.

Kranten, radio, tv.

Philip Stokes – Filosofie. 100 essentiële denkers.

Peter Sloterdijk – Filosofische temperamenten.

Dick Swaab – Wij zijn ons brein.

A.Vloemans – Leven en leer der grote denkers.

Frans de Waal – Een tijd voor empathie.

 

 

 

Willem Semeins

Den Haag 2018