Eeuwigheidswaarde.

 

†††††† ††††††††††† De evolutie door ons heen.

 

De waarde weten van waargenomen feiten voor overleven, een kenmerk van elk leven. Fossielen laten zien dat voor die bewustwording van waarnemingen de eerste vormen van dierlijk leven al voorzien waren van een brein. Dat geprogrammeerd was om op waarnemingen adequaat te reageren en zich te verstaan met anderen. Met geluiden, gebaren, geuren, dat bij het mensachtige praten werd in een taal met woorden die duidden en verklaarden. Het praatgrage dier, dat daarmee ook denkend werd, een Ďik denk en dat ben ikí. Een immateriŽle beleving aansluitend op die van het lichamelijke. Dat we gingen beschouwen als onze essentie, ons Ďmens zijní met een rede vrij van het genetisch bepaalde.

Mens zijn, een tijdelijk er zijn naar de taal waarin die leeft. Ontleend aan het zich door tijdelijke heen evoluerend verhaal met woorden. Op vele manieren genoteerd om het te vertellen en door te geven. De bron voor de taal van elk Ďmens zijní. Naar wat die daarvan verteld krijgt, mag, moet en kan lezen. Voor ieder mens uniek en daarmee elke samenleving multicultureel en pluriform. Wel binnen het kader van het actuele verhaal van de mensheid. Daarmee een collectief zijn niet meer naar de mens als groepsdier maar naar dat evoluerend verhaal met toenemende eeuwigheidswaarde. Van jagen en verzamelaar tot een digitaal consumerend.

 

De evolutie van het verhaal voor talen resulteerde mede in een evolutie van het materiŽle door de mens heen. In aansluiting op zín natuurlijke, het verhaal van een eerste iets uit niets, dat zich organiseert naar de wil van de natuurwetten. De ordening van elektronen rond een kern in sterren tot de natuurlijke elementen, sterrenstof voor nieuwe zonnen met planeten, sommige met leven, de ordening van die elementen tot moleculen als het DNA. Het dictaat voor de evolutie van leven tot op dat met intelligentie. Dat die evolutie van het materiŽle overneemt. Om zich met de resultaten daarvan te verlengen, zín van nature daarmee te combineren.

MateriŽle verlenging die kenmerkend werd voor het Ďmens zijní met materiŽle middelen. Op basis van het verhaal van weten hoe te maken en zinvol te gebruiken. Voor een ieder naar de daaraan ontleende taal. Die als programmering van zín brein, materiŽle verlenging elektromagnetisch met elektronen is. Een verlenging waarmee de mens oplicht in de evolutie van het eerste iets. Die van het materiŽle voor ons heen in aansluiting op de natuurlijke.

Als de meest dominante en gevaarlijkste diersoort. Die materieel verlengd zín doen, willen en weten enorm kan versterken. Ook dat van die van zín vrije rede, en daarmee al het natuurlijke transformeerde in het menselijk culturele. De menselijke rede die tevens manifesteert als zingevend moment in de evolutie. Die het blind natuurlijke en genetisch willen maakt tot een bewust willen. Naar het daardoorheen evoluerend verhaal.

 

Weten wat we niet begrijpen.

 

ĎWat zijn de voorwaarden om een ervaring te hebben, te kunnen begrijpen wat we waarnemen, om te kunnen oordelen? Wat zijn de grenzen van ons weten en begrijpen, ons kenvermogen?í Immanuel Kant. Van dat zich door ons heen evoluerend verhaal naar steeds beter willen weten. Door vragen als waarom is er iets en niet niets, en van wat is dat iets, en wat is zín waarheid? Dat strandt op het daarvan en daarin zijn, het zichzelf met zichzelf moeten begrijpen, als licht met licht willen bekijken. Waarmee we stuiten op de grenzen van ons weten. Dat wel uitkomt op het praktisch bruikbare weten en het vanzelfsprekend ware. De appel die valt, volgens Newton door de zwaartekracht van massaís. Een logisch lijkend verhaal mede praktisch bruikbaar om de gang van de planeten rond de zon te verklaren, banen van kanonskogels en satellieten te berekenen. Tot Einstein dat vallen verklaarde als glijden in krommingen door massaís van de ruimte en de relativiteit van ons weten inleidde. Met feiten als de constante snelheid van licht, ongeacht of we daarin mee- of tegenin bewegen, dat bij grote snelheden klokken langzamer lopen, de tijd zich vertraagt, in zwarte gaten tot op nul. In tegenspraak van het voor ons vanzelfsprekende van de wereld als een logisch uurwerk, naar oorzaak en gevolg, met een continue tijd tot in eeuwigheid en rechte oneindige lijnen. Met conclusies als het universum is eindig en met een uur nul. Zonder een verleden. Dat immers met een continue tijd oneindig zou zijn en van daaruit dan ook het heden. Het heelal wel immens groot en groter groeiend en met enorm veel sterren, maar wel eindig en rond, zonder rechte lijnen en met iedereen, net als op een gesloten lijn, op het middelpunt. Materie die heel klein bekeken oplost in een spel van een elementair iets in niets. Zowel te bezien als golvend, trillend, wel van niets, als elementair deeltje, maar dan ondeelbaar, als foton, een pakketje energie. Verstrengeld, lichtjaren ver uiteen tijdloos communicerend, zowel ruimte als tijd ontkennend.

De feiten van de quantummechanica, die wie ze denkt te begrijpen ze niet begrijpt. Maar wel heel praktisch bruikbaar, voor de chips van het mobieltje, vangen van fotonen, energie met zonnecellen, de weg wijzen via satellieten, kernenergie, quantumcomputers, kunstmatige intelligentie, genetisch modificatie, klonen enzovoort. Waarmee we ook ons zelf tot in details weten te verklaren maar in essentie niet begrijpen. We binnen de wereld waarin en waaruit we zijn een geheim blijven. voortdurend op zoek naar willen weten en dan uitkomen op praktisch bruikbare waarden. Die door een moeten mogen van alles wat mogelijk is ons sturen naar een door wie of wat gewilde toekomst.

 

Autonome sturing.

 

Of zo maar een zichzelf sturend proces naar het verhaal van Darwin. Het bij voortplanting toevallig het sterkste dat overleeft. Dat zo als van zelf uitkomt op het voor zín habitat praktisch volmaakte en al het onvolmaakte elimineert. Dat pinguÔns perfect heeft toegesneden op het Zuid Pool klimaat. De evolutie door ons heen die met innovatie tot op het actueel uiterst mogelijke het kwalitatief mindere en verouderde elimineert. De economie autonoom gestuurd door het principe van de vrije markt voor producties en concurrerende initiatieven. Ons actuele economische weten bewezen door bedrijven, die als de markt koning is, renderen naar ze presteren, middenstanders die dan leuk of maar net de kost verdienen. Een vrije markt die tevens het praktisch volmaakte afdwingt, leidt tot kwaliteitsconcurrentie, het beste en voor iedereen betaalbare product als winnaar. De auto met vele variaties en prijsklasse. Die elektrisch simpeler en bestendiger wordt en zelfrijdend veiliger, immers geen fouten mag maken. De concurrentie van het actueel mogelijke tot op het uiterste en daartoe beperkt, het uiterste in ascese. Dat bij daarin falen leidt tot faillissement. Autonome sturing die kruisraketten, zelfrijdende autoís zelf de weg doen vinden, automaten en robots foutloos laat werken. Een sturing die die evolutie door ons autonoom doelzoekend maakt. Doelen naar het discours van vele collectieven, bedrijven, overheden, instituties. Die mede leiden tot dirigeren van deze sturing, tot geleide economieŽn. Tot blokkades van de vrije markt en uitschakeling van concurrentie met kartelvorming, monopolies, patenten, auteursrechten. Inmiddels een steeds meer democratisch discours, door de globalisering steeds meer dat van internationale bedrijven en instituties.

 

In aansluiting op dat van het verleden met rechtssystemen voor onteigening van het van nature eens gemene van land, bodemschatten, arbeid. De bron van veel privťbezit, kapitaal en daarmee het kapitalisme. Deels ontaard in roofkapitalisme met staatsgeweld, kolonisatie, slavernij. Door Thomas More al bestreden met zijn Utopia, wat hem de kop koste. Met de overgang van de industriŽle revolutie, sociale misstanden en het vrij mogen vervuilen van het gemene van de atmosfeer inleidingen voor revoluties gericht op herstel van het eens commune van de steppen en oerbossen getransformeerd in een te privť cultuurlandschap. De sociale welvaartstaat, op weg van nationaal naar internationaal met een eerlijk en rechtvaardige sociaal contract. Met mede voor iedereen het recht op de vruchten van zín arbeid.

 

De industrialisatie consolideert zich in

eindwaarden met eeuwigheidswaarde.

 

De industrialisatie, de evolutie van het materiŽle door ons heen: een continu zichzelf sturend proces naar wat technisch mogelijk is naar de principes van de natuurwetten. In vrije economieŽn door initiatieven en innoverend denken tot op het uiterst mogelijke maar beperkt tot wat de markten als praktisch zien en kunnen betalen. Het kwaliteitsproduct als een uiterste in ascese.

Een evolutie door ons heen in aansluiting tot de natuurlijke tot op dat innoverend denken naar die principes het universum meegegeven. Van het tollen van elektronen rond een kern van alle atomen, het elektromagnetisme als energievoorziening daarvan, dat van het DNA, de codering van het leven, de bouw en het functioneren van zoogdieren, de werking van een brein. De principes ook voor alles wat wij maken van alles wat we materieel aan ons toevoegen, waarmee we ons materieel verlengen en daarnaar zijn. Voor die industriŽle evolutie van stoommachine tot mobieltje.

 

†††††††††††††††††† Een eindig aantal principes.

 

Een eindig aantal principes en daarmee met een beperkt aantal mogelijkheden voor zowel de natuurlijke evolutie als die door ons heen van het materiŽle. Waarop wel schier eindeloos valt te variŽren en mee te combineren. Het principe van atomen, moleculen, planten en dieren met zín velevarianten. Het eindig aantal principes voor autoís, meubels, horloges, huishoudelijke apparaten, radio en tv, chips. Voor materialen als metalen, cement, keramiek, glas, kunststoffen. Producten die we dan ook zien uitkomen op eindwaarden. Die zich alleen nog door design onderscheiden.

Eindwaarden met de mogelijkheid van eeuwigheidswaarde zoals die van de natuurlijke evolutie. De sterrenstelsels die miljarden jaren meegaan, de planten en dieren die miljoenen jaren al op aarde. Producten met optimale kwaliteit niet wezenlijk meer te innoveren en die op lange termijn zinvol bruikbaar blijven. Manifest voor alles wat we beleven als praktisch volmaakt uitontwikkeld, nauwelijks nog zinvol te verbeteren, die niet meer verouderen. Wel met variaties, in vele combinaties, verrassend door design. Ook geldend voor de middelen voor producties, bedrijven, die niet wezenlijk meer vernieuwen, uitontwikkeld zijn.Die vrije markten dwingen tot dat uiterste in ascese, tot het bereiken eindwaarden met eeuwigheidswaarde. Die daarmee dan immers heel lang en goedkoop kwaliteit blijven leveren. Hun kosten immers beperkt zien tot het beheer en onderhouden van hun middelen en die van te verwerken grondstoffen en te verbruiken energie.

 

†††††††††††††††††† Praktisch volmaakt bezit.

 

Eindwaarden blijvend zinvol en met eeuwigheidswaarde creŽren een bezit over steeds mee generaties heen. Die evolutie door heen die het eens natuurlijke landschap transformeerde in een cultuurlandschap met toenemende eeuwigheidswaarde. Het stedelijke met zín inrichting, aankleding, tooi, gemaakte natuur die we nu al koesteren als erfenis voor toekomstige generaties. De groeiende kringlopen van producten die nauwelijks nog verslijten en verouderen. Die door design als te begeren antiek worden beleefd. Het winnend bestendig versus wegwerp. Mede door standaardisatie, onderdelen die altijd te vervangen zijn, eens ťťn oplader en standaard accuís voor al het draadloze. Goed en altijd mogelijk onderhoud voor alles wat lang zinvol mee kan gaan, het minder bestendige daarvan makkelijk te vervangen.

De auto met steeds meer eeuwigheidswaarde op weg naar samen delen en daarmee van vooral stil staan naar optimaal rijden. Met elektrisch en zelf rijdend op weg naar niet wezenlijk meer te innoveren. De woning met vloeren en gevels die zín bewoner bevrijdt van de overlast en bedreigingen van buitenwereld en buren. Optimaal energiezuinig, duurzaam, die voor eeuwig met simpele aanpassingen fijn wonen blijft bieden. Allemaal vormen van bezit die niet meer kosten dan die voor beheer, onderhoud en renovatie. Productiemiddelen met eeuwigheidswaarde die produceren voor alleen de kosten voor beheer en onderhoud en te verwerken grondstoffen en daarmee uiterst concurrerend zijn. De waterkrachtcentrale die heel goedkoop energie levert. Vliegen rond de wereld met uitontwikkelde vliegtuigen dat vrijwel niets meer kost. De klimaatveranderingbestendige stad die de eeuwen gaat trotsere. Het koffieapparaat dat de volgende eeuw haalt, geen plastic soep meer in oceanen, het interieur dat je kinderen graag willen overnemen.

Ontwikkeling tot op het uiterst mogelijke en in ascese. Tot op de grenzen van het mogelijkeen beperkt tot wat zinvol is, kwaliteit in de zin van praktisch bruikbaar en voor iedereen betaalbaar. De auto tot en met zelfrijdend en in alle prijsklassen, voor alle segmenten van de markt. Ontwikkelingen afgedwongen door een vrije en transparante markt met concurrentie, waarop de klant koning is en goed wordt voorgelicht. Die uitkomen op het bestendig en duurzaam praktisch volmaakte bezit.

 

†††††††††††††††††† Gezamenlijk bezitten.

 

Bezit deels in toenemende mate beleefd als gezamenlijk gerealiseerd en daarom ook gezamenlijk te gebruiken, behouden, vererven. Het stedelijke dat we steeds meer erkennen als openbaar en voor iedereen. Het daar wonen dat voor iedereen mogelijk moet zijn. Het culturele dat we met musea als een gemene zaak beschouwen.

Bezit op weg naar eindwaarden met eeuwigheidswaarde dat de economie transformeert van consumeren naar bezitten, van eeuwige groei naar zinvol consolideren, de werkgelegenheid verleggen van maken naar onderhouden en renoveren. Bezit met vooral werk voor beheer, onderhoud en incidenteel renovatie. Op vrije markten met volledige concurrentie de rechtvaardige kosten en daarmee prijs. De hypotheekvrije woning door optimale kwaliteit op eeuwigheidswaarde die het wonen heel goedkoop maakt. Productiemiddelen volledig uitontwikkeld, nauwelijks nog gevoelig voor innovatie, zichzelf betaald hebbend, die uiterts concurrerend zijn. Waarbij automatisering en robotisering de factor arbeid steeds meer reduceren tot leiding gevend principe zijn van produceren, beheren, onderhouden.

Waarmee ieders levensplan verandert van vooral bedenken, maken, werken, carriŤre maken in bedrijven en wetenschappen in zorg en zingeving van bezit.

 

Investeren in eeuwigheidswaarde voor al het materiŽle voor een samenleving maakt haar welvaart almaar bestendiger en energiezuiniger. Realiseert een materiŽle erfenis over steeds meer generaties heen. Privaat en publiek al naar politieke overtuigingen en visies.

Gebaseerd op het optimaal investeren in kapitaal voor handel, productie en dienstverlening, het principe van het kapitalisme. Met als probleem de kapitalist, het met geld geld willen verdienen. In toom te houden door de vrije markt met optimale concurrentie. En door herstel van het eens gemene, de introductie van het commune als concurrerende factor op die vrije markt. Dat van het openbare, het gemeenschappelijke van sociale voorzieningen, het samen verzekeren van de risicoís.

†††

Een ontwikkeling dan ook bedreigt door monopolisering van bezit, van kapitaal, grond, werkgelegenheid en daarmee arbeid. Door blokkades van de vrije markt en belemmering van concurrentie. Waardoor rechtvaardige prijzen woekerprijzen worden voor wegwerp producten met slechte kwaliteit. De situatie in veel steden waar gebrek concurrentie wonen fors inleveren betekent op het daar verdienen of verhuizen naar elders over dichtslibbende infrastructuren. De binnensteden die het MKB geŽlimineerd zien door te hoge huren. Waarin kwaliteit geen issue is, de consument blij moet zijn met kunnen wonen in achterstandswijken. Beleggingen in dergelijk vastgoed leuk leven op stranden in de zon elders mogelijk maken. waar bezit constant op weg is naar zeepbellen.

Monopolisering door kapitaal dat zich tevens onttrekt aan de gemeenschappen waar het wel steeds rijker van wordt. Het verhaal van Piketty. Het culturele landschap met hekken en muren, forten en paleizen, compounds en trumptorens met daaraan horig gemeenschappen, mensen met twee banen om te kunnen overleven. Waarin het nog gemene, openbare verloedert, op instorten staat, gevangenissen gebrek aan algemeen onderwijs en zorg compenseren.

 

†††††† ††††††††††† Herstel van het commune.

 

Het door de eeuwen heen collectief gerealiseerd materiŽle erkennen als het bezit van dat collectief. Als een basisbezit en daarmee basisinkomen voor iedereen. Voor de bezittende elite al heel gewoon. Een bezit dat met goed beheer leidt tot een steeds duurzamer erfenis over almaar meer generaties heen. Gebaseerd op een sociaal contract dat voor zover gezamenlijk gerealiseerd dan ook gezamenlijk te bezitten en vererven inhoudt. Dat ieders recht op de vruchten van zín arbeid garandeert, ook die van zín verleden. Manifest in de structuren voor wonen, werken, onderwijs, zorg, cultuur, recreatie van rechtvaardige samenlevingen. In toenemende mate erkend als nationaal erfgoed. Van materialen die goed toegepast eindloos meegaan tenderen naar eindwaarden met eeuwigheidswaarde. Structuren die daarmee ook steeds goedkoper worden, minder kosten aan beheer en onderhoud. De huren van sociale woningbouw die dan ook steeds lager kunnen. Tenzij overheden ze conform monopoliemarkten houden om overwinsten af te romen voor hun tekorten. Van uit die doelstelling van herstel van het commune beter te besteden voor de uitbouw van dit op zich al nationaal bezit van woningen, tot ťťn voor iedereen. Te beheren door een onafhankelijk instituut democratisch gecontroleerd door de direct belanghebbenden, zij die daarin moeten wonen. Dat op de vrije markt de concurrentie aan gaat met andere initiatieven en die zo dwingt tot eveneens rechtvaardige prijzen. De vrijheid heeft om dit bezit te brengen op eeuwigheidswaarde, optimale kwaliteit. Die voor het actuele arsenaal steeds meer te wensen overlaat, dat energieverspillend is, overlast geeft, achterstallig onderhoud heeft, wonen en werken slecht combineert, voor een groot deel nauwelijks nog duurzaam is en dan ook aan nieuwbouw toe is.

Al met al enorme perspectieven voor heel veel werkgelegenheid. Een aanpak ook wenselijk voor de plekken voor werken van de kleine middenstand, nu door monopolies steeds meer in de verdrukking. Essentieel voor het beheren en onderhouden van al het bezit met eeuwigheidswaarde. Voor de inkleuring van die basis van bezit en daarmee inkomen, voor aanvullend verdienen in de vele aspecten van zorg, onderwijs, dienstverlening, cultuur, recreatie. Voor het atelier ter plekke voor persoonlijke advisering, inrichting, aankleding, opmaak, leefstijl, educatie.

 

Moderne bedrijven kenmerken zich door de wederkerigheid van daarin werken. Iedereen zowel voor het bedrijfsplan als voor zichzelf. Een lange termijn doelstelling gericht zo efficiŽnt en goedkoop mogelijk produceren van steeds betere kwaliteit. Door te investeren in middelen en mensen die daarin geloven, met de mentaliteit de markt steeds beter te bedienen.

Beursgenoteerd als kapitaal, belegging voor kapitalisten.

Die als ze snel geld met geld willen verdienen dat de primaire doelstelling van bedrijven maken. Het op korte termijn zoveel mogelijk rendement realiseren. Overbetaalde CEOís die daartoe die wederkerigheid vervangen door horigheid aan die doelstelling en kwaliteitsdoelstellingen vervangen door maximalisatie van opbrengsten.

Een tendens gekeerd door kapitalisten die wel gebaat zijn met overleven op lange termijn, met die ontwikkeling van bedrijven tot op eindwaarden met eeuwigheidswaarde. Verenigd in het coŲperatieve spaar- en pensioenfondsen. Aanzetten om ook dit bezit met eeuwigheidswaarde gemeenschappelijk te maken. Zodat we niet steeds later maar steeds eerder met pensioen kunnen, richting een fonds voor een basisinkomen voor iedereen gaan. En dan voor rekening van de economie en niet voor belastingen en premies. Voor kleine minderheden nu al een realiteit.

 

De industriŽle revolutie die we zo zien uitkomen op organisaties voor de integratie van internationale producties voor onze materiŽle verlenging. Die vrije markten dwingen tot innovatie tot op het uiterste in ascese, eindwaarden met eeuwigheidswaarde. Mede door het optimaal benutten van automaten, robots, digitalisering en het daarmee uitbannen van arbeid, de menselijke factor beperken tot leiding en zin geven van het producerend materiŽle. Door competitie gedwongen tot consolidatie en concentratie tot op de een na laatste. Internationale kartels die inmiddels nationale overheden tegen elkaar uit te spelen om zich te vrijwaren van belastingen. Monopolisten met primair het aandeelhoudersbelang en secundair dat van de consument. Die dan ook het belang onderstrepen van een sterke en slagvaardige internationale overheid. Die deze ontwikkeling keert door herstel van de vrije markt met voldoende concurrentie en eerlijk belasting betalen afdwingen.

De consumenten koning maken en houden en de kapitalist vooral die van spaar- en pensioenfondsen, eens basisinkomenfondsen. Zodat die de rendementen als inkomen krijgen en de economie volop blijft draaien en niet verzandt in belastingparadijzen voor enkelen.

Opdat innovatie optimaal kan richten op producties van eindwaarden met eeuwigheidswaarde. Voor een economie gebaseerd op alles al hebben en dat zien te behouden. Waarmee het nu vooral internationaal organiseren van producties verschuift naar het lokaal assembleren en onderhouden.Waarmee het accent van de werkgelegenheid zich verlegd naar vooral het kleinbedrijf, de ZZP er.

 

Een internationaal verhaal en dan ook alleen op dat niveau te realiseren. Eveneens geldend voor de erkenning van onze planeet als een voor iedere gemene zaak. Zín grond, bodemschatten, lucht, water, energie, niet ongebreideld privatiseren maar hun commune waarde herstellen. Herstel van ook dit commune. Door instituties beheerd door bundeling van nationale democratieŽn. Gebaseerd op verhalen waarmee iedere wereldburger kan leven. Voor vrijwel alle aspecten van onze samenleving al deels geschreven. Door wetenschappen, literatuur, verbeeldende en vertellende kunsten die geen nationale grenzen kennen. Internationale normen en standaards die wereldwijd vertellen hoe technieken overal toepasbaar en veilig zijn. FinanciŽle instituties die nationale huishoudens dicteren opdat pinautomaten blijven betalen. Die de veiligheid van voedsel van wereldmarkten garanderen. De Europese Unie en de VN die we niet willen maar wel moeten. Het akkoord van Parijs, de regulering van vluchtende mensen en kapitalen. Aanzetten voor een internationale samenspel voor herstel en beheer van het commune van dewereld. Naar een taal waarmee iedereen kan, mag, wil leven. Naar ons actuele verhaal dat wereldwijd vrij verteld mag worden.

 

De wetten het eerste iets met de oerknal meegegeven dwingen het universum een evolutie af tot op een eindwaarde met eeuwigheidswaarde. Een ordening en organisatie van zín materiŽle waarin het intelligent leven oplicht als een zingevend moment. Tijdelijke momenten voor het schrijven van blauwdrukken voor de toekomst.

 

†††††† ††††††††††† Blauwdrukken voor de toekomst.

 

De waarde weten van waargenomen feiten voor overleven. Inmiddels heel veel en voor vrijwel alle aspecten van samenlevingen. Door wetenschappen als voor iedereen als waar en praktisch bruikbaar bewezen. Vooral voor de exacte als vanzelfsprekend beleefd. Een weten beheer en verteld door instituties met expertise, technisch, financieel, economische, medisch, sociaal cultureel. Die vertellen hoe het kan, werkzaam en veilig is. Wat actueel de beste normering is voor het materiŽle dat we aan ons toevoegen.

 

Met de meeste wetenschappen wel hun eindwaarden in het vizier maar nog lang niet bereikt, laat staan praktisch volmaakt gerealiseerd, gaat die evolutie door ons heen nog wel even door.

Met als de motor energie. Waarin het universum overvloedig voorziet, op aarde met zonlicht, dat zich laat opslaan in biomassa, wind, stromend water. Plus dat ook materie energie is en de aarde erg heet. Met al deze bronnen gratis en voor de tijd de mensheid gegeven. Dus met eeuwigheidswaarde.

Die in het verleden fossiel opgeslagen het industriŽle tot op heden mogelijk maakte. Een tijdelijke bron voor energiewinning. Die heeft geleid tot een oververzadiging van de atmosfeer met CO2 en giftige dampen, inmiddels goed voor miljoenen mensenlevens per jaar. In alle opzichten dan ook geen eindwaarde voor onze energievoorziening.

Windmolens en zonnecellen presenteren zich kwalitatief als de meest duurzame oplossing. Kwantitatief echter veel minder. Voor het stroomverbruik van huishoudens, 15% van het totaal verbruik van energie, voor Nederland rond de tienduizend. Te combineren met gas- en oliecentrales voor als het niet waait en de zon onder gaat. De bijdrage van zonnecellen aan het duurzame, nu circa5%, blijft op dat niveau en vooral lokaal interessant.

Biomassa lijkt duurzaam met een vraagteken. Is nu wel meer dan 50% daarvan. Woningen elektrisch verwarmen, nog zoín tienduizend molens en heel veel beter geÔsoleerde. Nog even en de meeste autoís rijden elektrisch. Met daarvoor nog heel lang geen windmolens wordt dat op fossiele brandstoffen. Die kunnen duurzaam en gif vrij door reiniging van rookgassen en afvang en opslag van CO2. Bijvoorbeeld met waterfabrieken op zonnecellen die in droge gebieden de daarvoor benodigde hectaren groen houden. Herstel van het Midden Oosten dat door teveel CO2 verdort maar met wel voldoende, doch zout water.

Energiewinning is een internationaal verhaal, de normering eveneens. Het Parijs akkoord. Is en wordt een zaak van concurrentie met eeuwigheidswaarde. Wat is de levensduur van windmolens en tegen welke kosten? Kerncentrales zijn duur maar gaan heel lang mee met weinig onderhoud en goedkope brandstof. Met gevaarlijk afval maar veilig op te slaan in aardformaties met heel grote eeuwigheidswaarde. Zijn CO2 en giftige dampen vrij, en tot nu toe met weinig slachtoffers. Alle centrales kerncentrales en we hadden onze energie al zowel duurzaam als met veel minder doden. In de weg gestaan door vooral veel nepnieuws, de waarheid niet willen weten, het discours hierover uit de weg gaan.

 

Het overgrote deel van energie, 85%, is voor wat we maken, bouwen, produceren, transporten, verhandelen, verbouwen. Een aandeel dat met de verwachte groei van de wereldbevolking en welvaart mogelijk verdubbelt. Welvaart met eeuwigheidswaarde is dan ook het voornaamste middel om deze groei drastisch te kunnen in te perken. Gewoon alles wat we maken zoveel mogelijk eeuwigheidswaarde geven en laten behouden. Zo steeds minder hoeven te maken. Mede essentieel gezien de beperkte voorraden van veel grondstoffen.

 

Transport gaat over op elektra, en die kan dus duurzaam. In luchtledige buizen op magneten met hoge snelheid, vooral geschikt voor lange afstanden, energiezuinig en met grote eeuwigheidswaarde. Rails op de Zijderoutes beconcurreren nu al de staal- energievretende megaschepen. Voor de middellange afstanden niet meer vliegen maar hoge snelheidstreinen.

Autoís elektrisch en de lange afstanden zelfrijdend. Drones die pakketjes afleveren.

 

De landbouw verticaal telen met ledlampen op zonnepanelen, in flats naast die waar gegeten wordt, zonder grond en bestrijdingsmiddelen, met minimaal verbruik van water en kunstmest, nauwelijks nog transport. Zowel bedrijfsmatig als particulier tuinieren in commune structuren met eeuwigheidswaarde in het stedelijke.††

Wat dieren kunnen kan chemisch ook. Hoeft als fastfood en verleidelijk verpakt alleen maar lekker te smaken en gezond te zijn. Kan zelfs gezonder zijn, zoals nu al de smeersels die boter vervangen en we niet mogen missen. Met weten hoe planten dit doen met zonlicht. Gaat heel veel land vrij maken voor vrije natuur, goed om de relatie met onze voorfamilies op orde te krijgen, het stedelijke te verweven met hen in hun natuur. Vlees eten dan een vorm van wildbeheer.

 

Onze voortplanting afstemmen op het mensgrensdraagvermogen van de aarde. essentieel gezien de bevolkingsexplosies in arme landen en de rijke die al maar meer aarden opeisen. Met als antwoord van die aarde het zich steeds minder leefbaar maken. Orkanen die regioīs moeilijk bewoonbaar maken, lage gebieden die onder water komen. Het poolijs gesmolten, de toendraīs ontdooit, steeds meer bossen in brand, die van de Amazone aan de beurt, dan ook snel en radicaal. Een antwoord alleen met ons weten te beantwoorden.

Medische weten laat mensen langer leven, maar ook voortplanting beheersen. Welvaart en welzijn remmen die als vanzelf af. Gezondheidszorg tendeert naar gezond maken en houden. Kan dus heel veel goedkoper. Mensen die in welvaart leven en zonder zorgen maken dit nu al waar. DNA-technieken maken te lijden leven te vermijden. In de natuur de taak van hyenaís en dergelijke, nu die van ons. Aan onze rede wat het wordt, of en hoe we de volgende eeuw halen. De evolutie heeft zich al meerdere keren moeten resetten.

 

De industriŽle revolutie zien we uitkomen op internationale producties lokaal georganiseerd voor afzet op markten. Lokaal autoís assembleren uit onderdelen wereldwijd toe te leveren, tot op de plaatselijke autodealer en de eigen garage.Die eenmaal op eindwaarden met eeuwigheidswaarde uitkomen opwagenpark van voornamelijk old timers. Drie D printers die een deel van die toelevering overnemen. Een ontwikkeling voor alles wat we nodig hebben te bedenken en dan ook een enorme uitdaging voor lokaal ondernemen.††

 

Een revolutie die zo verschuift naar het midden en kleinbedrijf. Zonnepanelen die de aansluiting op een centrale overbodig maakt. Zelf printen wat je nodig hebt. Het atelier dat maakt wat je wil, kleding precies naar je smaak en maat, de meubels die je behagen. Uitontwikkelde producten verleggen dure research naar design. De productie van voedsel daar waar ze gegeten wordt.††††

 

Automaten en robots gaan het werk overneemt, sociale media bepalen wat we moeten denken. Naar eigen strategieŽn met verborgen doelstellingen onttronen ze ons als leidend gevend principe van ons leven. De killerdrone die zelf zín prooien mag kiezen, flitskapitaal dat digitaal bepaalt wie wint en wie verliest. Complexe organisaties die chaotisch worden door het incidenteel toevallige, de vlinderslag ver weg die een orkaan veroorzaakt. De revoluties in het Midden Oosten ingeleid door internet die ontaardden in terreur. Verkiezingen gedirigeerd door sociale media met nepnieuws en wetenschap is ook maar een mening. Lokale democratieŽn die hun greep verliezen op de internationale instituties, voor jong talend slechts een tijdelijke opstap naar hoger pluche. De democratie die zich dan ook opnieuw moet uitvinden, die de mens tot leidend beginsel moet zien te brengen van deze op zich logische en praktisch bruikbare ontwikkelingen.†††††††

 

Herstel van het commune van het natuurlijke landschap, de steppen en oerbossen geŽvolueerd tot het culturele. Het zich voortdurend verder vervolmakend stedelijk met alles wat zich daaraan toevoegt. Het commune deel dat op een vrije markt concurreert met kwaliteit voor iedereen met het private met zín accent op luxe. Dat met kansen voor lokaal ondernemen voor iedereen samenlevingen charme en avontuur geeft. Dat dan ook niet vanuit het iedereen gelijk en verschillen weg belasten.

 

De praktisch volmaakte ordening en organisatie van het materieel gezamenlijk gerealiseerde ten dienste van multiculturele samenlevingen van pluriforme mensen. Een eindwaarden met eeuwigheidswaarde. Waarin werken primair is voor eigen levensplannen, naar eigen aanleg, overtuigingen, ambities. Het streven nu al van deovertuigde ZZP-er. Niet meer leven in kloktijden maar streven naar durende momenten. Beleving, creatie, ontmoeting met durende waarde voor de tijd gegeven. Het praktisch volmaakte doek met penselen en verf voor je unieke schilderij. Het perfect op je aangepaste instrument voor je eigen muziek. Het unieke dat iedereen zelf kan en wil verantwoorden en niet van wat markten dicteren. Dat dan ook nooit kan verzanden in een eindwaarde. Soms resulteert in een eeuwigheidswaarde, die van de grote namen in onze geschiedenis.

 

Transformatie van het stedelijk wonen langs verkeers- en transportgoten in open wonen op knooppunten. Ruim bemeten, goed gebouwd en hoog verheven, nu al het privilege van rijke elite in megasteden. Met uitzicht op wouden waarin hun villaís schuil gaan. De door megahandel en grootgrutters gemonopoliseerde koopgoten en winkelcentra voor kijken en op internet kopen weer vrij maken voor die eens vrije handel op markten.††

 

Op weg naar de symbiose van het commune, het coŲperatieve, met het private op door overheden tegaranderen en beveiligen vrije markten. Die eenmaal op eindwaarden met eeuwigheidswaarde iedereen uitdaagt en kansen geeft tot zín zingeving, zowel persoonlijk als gemeenschappelijk.Een gelukkig leven is een zinvol leven. ĎAristotelesí.

Waarmee die evolutie van het materiŽle zich verlegd naar die van het verhaal van zingeving. Voor toekomstig zinvol tijdelijk leven over nog vele miljoenen jaren heen. Inmiddels elektromagnetisch met de snelheid van het licht het universum veroverend. Om zich mogelijk eens te verenigen met verhalen van intelligent leven elders, tot een universele verhaal!?

 

Een PS met wat filosofen

 

Peter Sloterdijk (1947)Onze grote themaís zijn niet anders dan ontwijkingen en halve waarheden. De huidige westerse maatschappij is vooral gebaseerd op nihilisme, met als antwoord cynisme. We moeten op zoek naar methoden om ons opnieuw te temmen, te oefenen voor het leven, immuun te maken voor gevaren, te ontworstelen aan het lot. Het lot dat iedereen opzadelt met een invalide begin, lichamelijk en geestelijk. Om vervolgens daarmee wat van het leven zien te maken, te proberen door oefening en training de eigen onvolkomenheden te compenseren. Waarin velen maar beperkt in slagen, slechts weinig wat weten te maken.

Wat zich manifesteert in de anarchie van de volkswil vanuit woede over het lot getrokken en de onmacht om daarmee te leven. Met kwalijke politieke consequenties, de boze burger die vooral nee wil zeggen, het genante politieke debat dat met alles willen zeggen de werkelijke themaís ontwijkt.

Met dus de vraag wat daaraan te doen, hoe nieuwe generaties te trainen voor het ongewisse van de moderne wereld, die elk geloof in hogere of wijze meesters hebben afgezworen en alle moraal vrijblijvend vinden.Een wereld waarin zij die het wel even maken geen visies meer hebben, vooral afwachten wat er komt en bekijken hoe daarop adequaat valt te reageren, het veel te veel almaar laverend naar daarvoor veilige havens. De winnaars die het leven beleven als een bevrijding. Verliezers die op zoek gaan naar troost in drugs van schijnzekerheden. De huidige generatie die dan ook staat voor een mondiale breuk en zín verhaal, zín filosofen opnieuw heeft te herlezen. Om zich daarmee een geschiedenis te geven en zo een door lering en verdieping opnieuw en anders beginnen, een zicht op verder en beter. Met dan wel de vraag hoeveel zijn daartoe in staat, zullen en kunnen de fakkels van onze filosofen overnemen En zijn dat er voldoende als tegenwicht tegen die boze burger.

 

Ferdinand de Saussure (1857-1913) zag de taal als een systeem van tekens met betekenissen waarmee we met elkaar communiceren en denken. Verhalen die ons maken tot betekenisdrager. De mens als object bekijken, wetenschappelijk bestuderen, wordt zo het bestuderen van zín taal. Hij maakte daarbij een onderscheid tussen de structuur, het gebouw van de taal, de Ďlangueí, en het spreken, het Ďparoleí, het in dat gebouw met elkaar zijn en er zelf mee verkeren. En dan te bedenken dat we leven in een wereld met vele talen elk met eigen verhalen.

Deze linguÔstische wending verlegde de focus van de filosofie van het wezen van de dingen naar het wezen van de mens als praatgraag dier. En dan vooral bezien vanuit zín taal als drager van tekens die binnen een taalstructuur zín Ďik denk en dat ben ikí bepalen. De inleiding ook van de sociologie, de studie naar de relaties tussen mensen in een samenleving naar het discours, van hoe gepraat wordt, van over het samen leven en de daaruit volgende moraal.

Claude Levy-Strauss (1908) Culturen zijn naar hun mythe en geven samenlevingen structuur, een Ďlangueí voor het actueel praten, met individueel verschillende inhouden, het persoonlijke Ďparoleí, maar wel binnen die gemeenschappelijke structuur . Een structuur die onderhevig is aan een constante evolutie, aanpassing aan de ontwikkeling van opvattingen, kennis en ervaring. De mythe is dan ook niet tijdloos maar naar een proces van opeenvolging van steeds nieuwe paradigmaís, steeds weer met wezenlijk andere visies op een cultuur.

 

Bertrand Russell (1872-1970). De taal van de wiskunde is wereldwijd de meest eenduidige en logische. Het instrument voor een logische en ondubbelzinnige analyses van beschrijvingen. Maar ook deze taal stoelt op axiomaís, het niet te bewijzen vanzelfsprekende en subjectieve zoals Ďde kortste verbinding tussen twee punten is een rechte lijn, en die snijden elkaar in het oneindige, dat wil zeggen nooit.í Maar wat als de ruimte krom is of rond als een rond vlak, een ballon, waarop immers geen rechte lijnen mogelijk zijn?

Wanneer is een zin waar, een zin bijvoorbeeld die refereert aan feiten die betekenisloos zijn. Het zogenaamd betekenisvol praten over dingen die niet bestaan maar die we wel kunnen bedenken, zoals een eenhoorn. Ons denken over anders, beter, in de techniek, de politiek, over wat nog niet is maar misschien wel eens mogelijk is. Het denken over anders als grondslag voor innovaties. Wat is de zin en logica daarvan?

 

Avram Noam Chomsky (1928). Taal, een systeem van tekens die staan voor betekenissen in de geest van de spreker of schrijver. Vanaf onze jeugd zijn we afhankelijke van de taal, de verhalen van de gemeenschap waarin we geestelijk opgroeien door opvoeding, indoctrinatie, scholing, gecombineerd met eigen keuzes vanuit een eigen individualiteit. De mens is genetisch bepaald een praatgraag dier. Kinderen leren als vanzelf praten, hebben daarvoor een aangeboren aanleg. We beginnen dan ook niet met een schone lei.

In balans met het niveau van de verhalen die men verteld krijgt ontwikkelt zich ook het brein en daarmee het vermogen tot bewust denken. In het algemeen tot het gezonde verstand met de vanzelfsprekende aanvaarding van de alledaagse werkelijkheid naar de woorden van die verhalen.

Schrijven, het in feite vertalen van denken in tekens met betekenis, maakt de mens bewust van zín falen in dat denken, van niet anders dan met de eigen woordenschat kunnen denken. De filosoof, wetenschapper, kunstenaar worstelend met zín gedachten om die met woorden op orde te krijgen naar eigen belevingen van de werkelijkheid. Dat soms leidt tot nieuwe woorden en daarmee tot de evolutie van het menselijk verhaal.†††

 

Thales van Mylethe (620-540 vCr) Hebben de objecten die we waarnemen een gemeenschappelijk principe? Is er een algemene grondslag voor het alledaagse? Alles ontspringt uit water en gaat daar in ten onder. De kringloop van het leven in het stoffelijke.

Een antwoord vanuit wat hij meende te zien. Een zien inmiddels technische middelen enorm versterkt en verfijnd. Met wel nog steeds de vraag wat heeft wat we zien met de echte realiteit te maken? En de antwoorden in de taal waarin we leven?

 

Xenophanes van Colophon (570-475 vCr) Er is geen enkele manier om zeker te weten dat de dingen zijn zoals we denken. We kunnen immers van er van alles bij bedenken. Zoals de goden van Homerus met hun menselijke eigenschappen. Konden paarden denken dan waren hun goden paarden. Voorzichtig dus met de claims van ons denken. Dat wel belangrijk blijft om te doorgronden van goed en fout denken, voor correcties van vermeende waarheden.

 

Heraclitus (600-5400 vCr) zag de wereld als een voortdurend proces van verandering, beweging, van scheiding en vereniging. Een voorloper van het evolutieverhaal van Darwin. Maar wel met vooral mystiek profetische gedachten, vanuit de valkuil van het vanzelfsprekend logische en daarom het van zelfsprekend ware. Dat de wereld logisch in elkaar ziet en dus logisch denken is te verklaren.

 

Parmenides van Elea (510-440 vCr)Met die logica kunnen we ons ook van alles verbeelden, ook wat niet is, zoals de Ďeenhoorní, een beest dat niet bestaat. Het eenhoornsyndroom, het geloven in fictieve waarheden. Het bedrieglijke van gestelde thesen met logisch denken zogenaamd bewezen. Het gemaakte dat een maker bewijst, hetverhaal van Ďoorzaak en gevolgí. Waarheden proberen te bewijzen die nuttig zijn voor de bezweringen van angsten, beheersing van samenleving, berusting in het tijdelijkheid met iets na de dood.

 

Socrates (470-399 vCr) Blijf wel vragen. Onze enige zekerheid is onze onwetendheid - en ook daaraan valt te twijfelen. Ken u zelf en wat kan die worden? Wat zijn de grondslagen van een goed leven, de juiste moraal voor samenlevingen? Als gewezen soldaat wist hij van het nut van bekwame officieren die de juiste bevelen gaven. Alleen een samenleving bestuurd door wijze mannen kan sterk zijn. Athene was in oorlog met Sparta en werd slecht bestuurd. Leed aan democratie, gekozen bestuurders met bizarre ideeŽn naar geloven. Die hem dan dwongen tot de gifbeker.

 

Plato (427-347 vCr) Alleen bekwame bestuurders kunnen hun kinderen daarvoor goed voortbrengen,opvoeden en opleiden. De blauwdruk voor het elitaire regiem, de feodale staat met mensen afgericht tot goede en volgzame burger. Meesters die zich wel in de Ďagoraí van de stadstaat hadden te verantwoorden. De eerste aanzet voor een democratische samenleving met bekwame bestuurders gecontroleerd door het volk in een publieke ruimte. De inleiding voor veel visies voor groot, ethisch, interessant leven, in wijs zijn en de chaos te doorzien, de fakkeltocht niet op te geven maar het te gaan maken, wat er ook gebeurd.

Plato leefde in tijden met ferme onzekerheden, die van de Peloponnesische oorlogen, zag dan ook redelijk scherp hoe de hazen liepen.

 

Aristoteles (384-322 vCr) Logisch redeneren is de natuurlijke functie van de mens en diens streven is gericht op goed en deugdzaam redeneren. Hij voorzag al de consequenties van het feodale, van de monopolisering van bezit. Het doel van de politiek is een deugdzame samenleving. De macht dus aan hen die dat het beste weten waar te maken. Iedereen moet krijgen wat hij verdient en wordt daarmee ook eer bewezen. Sommigen zijn vooral geschikt om slaaf te zijn, en verdienen dat dus. Werken was in zijn tijd vooral iets voor slaven. Vaak krijgers die met het maken van slaven zich bewezen als verliezers.

 

Erasmus (1466-1536)Satire en kritiek op misdenken en Ėdoen van de elites van zijn tijd die het zicht op goede doelen volledig bijster waren. Laten we vertrouwen op de menselijke rede die God begrijpt als goed en deugdzaam. Kritiek ook op het overal ontluikende nationalisme, de Engelsen die de Fransen verachten puur omdat ze Fransen waren.

Thomas More (1478-1535) reageerde op wat maatschappelijk fout ging en zijn land, Engeland. Ingeleid door de onteigening van de gemene gronden voor beter renderende schapen dan boeren. Met een visie op anders, toegelicht in zijn ĎUtopiaí, een soort christelijk communistisch manifest voor een betere en menswaardiger samenleving. Nog al simpel en saai, egalitair, en waarin hij zelf zeker niet zou passen.Een stimulans voor velen zoiets ook te bedenken. Die deels in de twintigste eeuw zich bewezen als niet de oplossing voor armoede en onrecht. De reden van de huidige afkeer tegen alles wat naar utopieŽn riekt. Visie is als de olifant die het uitzicht beneemt. Mark Rutte. Wim Kok bevrijdde zich van zín ideologische veren die hem hinderlijk voor de ogen hingen.

 

Francis Bacon (1561-1626) Kennis is macht en vooral die verkregen door de wetenschap. Geef het woord aan rationeel denkers en doeners. De verhalen van Plato en Aristoteles, spinsels aan de binnenkant van het hoofd. Laat de dingen van de wereld hun verhaal vertellen door er almaar en steeds beter naar te luisteren. Wat je hoort nooit absoluut nemen maar proberen te weerleggen, De eerste aanzetten voor een wetenschapfilosofie.

 

Renť Descartes (1596-1650)Wat is kennis? ĎCogito ergo sumī, ik denk dus ik bení, de enige zekerheid we hebben. Er is immers geen onderscheid te maken tussen gedroomd en bedacht.

 

Baruch Spinoza (1632-1677) Alles in het universum is ťťn,í en dat ene is wat wij God noemen en ligt besloten in de natuurí. Het noodwendig lot van het universum inclusief de mens besloten in de oerknal en de evolutie. Alleen te begrijpen door juist te redeneren en vrij en onafhankelijk te leven. Aan de politiek om dat voor iedereen mogelijk te maken. Uiteraard alleen mogelijk in een tolerantie, een democratische samenleving. Die hij zag sneuvelen met het lynchen van de gebroeders de Witt.

 

Jean- Jaques Rousseau (1712-1778) De mens wordt vrij geboren maar leeft geketend naar de algemene wil van het volk. Die wil moet een rechtvaardige grondslag hebben, een Ďcontract socialí voor samenlevingen gebaseerd op de soevereiniteit en gelijkheid van mensen.

 

Adam Smith (1723-1790) Als iedereen zijn eigen belang nastreeft dan wordt daarmee ieders belang gediend. Ondernemingszin met als doel rijk worden zorgt voor producten en voor werk en daarmee inkomen om die producten te kunnen betalen. En in concurrentie met velen met die zelfde instelling zo goedkoop mogelijk. De zegeningen van de vrije markt. De universele hebzucht als filantropisch geschenk voor de samenleving. Met volgens hem wel een sterke overheid, voor het handhaven van recht en orde en het garanderen van die vrije markt met onbeperkte concurrentie.

 

Mary Wollstonecraft (1759-1797) vestigde de aandacht op de positie van vrouwen, in haar tijd vaak op het niveau van huisdieren en slaven.

 

Immanuel Kant (1724-1804 Wat zijn de voorwaarden om een ervaring te hebben, te kunnen begrijpen wat we waarnemen, om te kunnen oordelen? Wat zijn de grenzen van ons kenvermogen? Zijn we voorgeprogrammeerd of een tabula rasa? Hebben we een aangeboren intellect of is alle kennis alleen wat we verteld krijgen en ervaring?

Uit de chaos van gewaarwordingen selecteert de geest wat het wil waarnemen, focust zich daarop en verklaart en begrijpt het vervolgens. Uit de kakofonie van geluiden hoort de moeder meteen het geluid van haar baby. Een tafel die we zien als een ellips weten we als rond is. Van nature weten we van goed en kwaad. Deze zuivere rede van de mens is aangeboren kennis. We zijn geen onbeschreven blad. Handel volgens de regels die u tevens als universele wet zou wensen.

 

Jeramy. Bentham (1748- 1832) De wereld is er een van pijn en van genot. Maximaliseer van wat we wensen en minimaliseer wat we vrezen. Het rendementsdenken, van wat is een mens waard, wat mag een medicijn kosten, hoe veilig willen we een industrietak, het verkeer, de energiewinning.

 

John Stuart Mill (1806-1873) Beter een ontevreden mens te zijn dan een tevreden varken. Er zijn pijn en genot van hogere en lagere orde. De betere producten, duurzamer producties geven een hoger genot, mogen dan ook meer kosten. Aan de politiek om die dan waar te maken en rechtvaardig te verdelen.

 

George Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) met de evolutie van onze verhalen onthult zich de ultieme waarheid. Naar een dialectisch proces waarin contradicties noodwendig leiden tot nieuwe ideeŽn en wel steeds betere. De antithese die bewijst dat een these onwaar is en leidt tot het zoeken naar de synthese, de overbrugging van beide. Een synthese, die als volgende these met weer een antithese oproept, enzovoort. Tot op het ultieme, het bereiken van de eindwaarheid en daarmee tot de voltooiing van dit proces en het einde van de menselijke geschiedenis en het begin van een eindeloos verzadigde verveling.

Een verhaal voor de evolutie door ons heen van het materiŽle, van producten naar steeds beter tot op het praktisch volmaakte. Wetenschappen die de grenzen, de eindsynthese van hun weten in het vizier krijgen. Producten die uitkomen op eindwaarden met eeuwigheidswaarde.

 

Karl Marx (1818-1883) zag het hoger willen van Hegel in de noodlotsgeschiedenis van het proletariaat. Een fatale antithese die vroeg om een verlossende eindsynthese. Waarbij dit doel alle middelen heiligde, ook de mens als middel was. De mens als materiaal voor bedachte idealen, revoluties om die waar te maken. Meestal eindigend in terreur. DeFranse revolutie, die van Lenin en Stalin, de industriŽle, IS.

 

Charles Darwin (1809Ė1882) introduceerde de evolutietheorie van het toevallig betere dat altijd wint. Vogels verwaaid naar een ander eiland met toevallig de geschikte snavel geschikt om daar te kunnen overleven. De bruine beer in regioís met veel sneeuw die zo evolueerden tot de ijsbeer. De bleke mens die het in noorden met weinig zon beter doen. Inmiddels bevestigt met het DNA dat alle leven herleidt tot ťťn begin.

 

Thomas Malthus ( 1766-1834 ) voorspelde een rampzalige eindfase voor de mensheid, dat de aarde de bevolkingsgroei niet kon bijhouden, de mens snel over zín mensgrensdraagvermogen zou komen. Met als oorzaak te veel sociale voorzieningen voor arme mensen met vaak veel te veel kinderen. Die konden volgens hem beter geen kinderen krijgen.

 

Auguste Comte (1798-1857) De wetenschap is de ultieme scheidsrechter van de waarheid voor die eindfase. Natuurkunde en scheikunde bewezen het voor de evolutie door ons heen van het materiŽle. Wetenschap als sociologie, economie voor mens en samenleving. Het ĎsciŽntismeí. Met wel veel waarheden die vaak blijven steken in de fase van e these.

 

Henry Louis Bergson (1859-1941)zagde wereld als zonder doel. Met twee conflicterende krachten, een scheppende en diversifiŽrende. De laatste gericht op Ďentropieí, op alles uniform, het absolute nulpunt als eindsynthese voor het heelal. De eerste het Ďťlan vitalí, de levenskracht die materie dwingt tot die evolutie en de uitkomsten daarvan zin geeft in kunst, literatuur, muziek.

 

Alfred North Whithead (1861-1947) Wetenschappen worden altijd belast en ontsiert vanuit het culturele milieu waarin ze worden bedreven. Beoogde doelen en vermeende waarden kunnen daardoor danig uit hand lopen. Materie heeft geen doel in zichzelf. Dat krijgt het altijd naar wat mensen menen te weten en daarmee denken te willen. Hij pleitte dan ook vooreen strikte scheiding tussen wetenschappen en zingeving. Laat politiek geen wetenschappen willen bedrijven en laten wetenschappen niet gaan oordelen en veroordelen, aan ethiek gaan doen.†††

 

Ernst Mach (1838-1916). Er is slechts ťťn bron die wetenschappelijke feiten onthult, en dat zijn onze zintuigen.Natuurwetten,atomen, elektronen hebben geen substantieel bestaan, geen materiŽle status, zijn voor ons slechts informaties over hun betekenis voor ons. Hij ontkent daarmee elk menselijk weten en begrijpen van de realiteit. Alles wat we daarvan kunnen zeggen is gebaseerd zijn op zintuiglijke ervaringen en daarmee betrekkelijk. Ieder mens leeft in zijn of haar zintuiglijke wereld, dus voor ieder mens eigen, anders en uniek.

 

Soren Kierkegaard (1813-1855) Ieder mens is uniek en altijd verantwoordelijk voor zín daden. Zijn reactie op de minachting voor het individu, het die willen maken tot middel, verlengstuk van de materiŽle wereld, horig aan bedrijven, naties. Mensen willen waardig leven en sterven en geofferd worden voor metafysisch doel. Plato riep al op tot de voltooiing door de mens heen naar de wil van de schepping. Morgen, later, na ons komt het wel goed, maar wel ten koste van het heden, de tijdelijke mens. Laat die zijn naar zín vermogen tot creatief bezig zijn, uniek en met kunst, verhalen schrijven.

Charles Sanders Pierce (1839-1914) Laten we wel pragmatisch blijven en als uitgangspunt voor al onze opvattingen nemen dat er algemene en van ons onafhankelijke natuurwetten zijn. Opvattingen die niet zozeer waarheidsbevestigend zijn maar wel leidraad kunnen zijn voor ons actueel handelen, resulteren in pragmatische bruikbare en toepasbare kennis.

 

John Dewey (1859-1952)Praktische waarheden werken. Samenlevingen kennen vaste patronen van handelen. Als zich daarbij problemen voordoen dan is gezamenlijk optreden, discours nodig. Wat is het probleem? Wat zijn de mogelijkeoplossingen? Wat blijkt daarvan te werken? De huidige benadering van kwaliteitsborging van producten.

 

Francis Fukuyama (1952) De mens als zingevend en democratisch zín evolutie sturend. Die economisch het gelijk bewees van de vrije markteconomie. Het einde van de geschiedenis met het kapitalisme als uiteindelijke winnaar. Het systeem van geld investeren in handel, transport, producties,dienstverlening om geld te verdienen.

 

John Maynard Keynes (1883-1946) Een tekort aan vraag compenseren door die vraag te stimuleren met overheidsuitgaven. Minder privaat dan meer overheid en omgekeerd. Bijsturing door overheden van de vrije markt. De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds.

 

Ayn Rand (1905-!982) De natuurlijke wereld is een realiteit en we hebben de rede om die naar onze hand te zetten, zo te streven naar een gelukkig leven. Handel voor eigen geluk en met respect voor dat van anderen. Die overigens wel zelf moeten zien hoe zij hun geluk realiseren. Dan kunnen we zonder morele codes als die van gedweeheid, onzelfzuchtigheid, altruÔsme. Laat de mens die primair functioneren vanuit zín natuurlijke staat, zín instinct tot overleven. Het geloof van de Ďtea partyí in de VS.

 

Hanna Arendt (1906-1975 ) noteerde ze de banaliteit van het kwaad, de politiek maatschappelijk bureaucratische onverschilligheid van mensen, die anderen compleet aan hun lot overlaten, hun problemen bagatelliseren, negeren, ontkennen. En hoe dit leidt tot het verzaken van de democratie. De stem van het volk, van de wil van de meerderheid, was voor haar dan ook een gruwel. Politiek diende uit te gaan van de pluraliteit van een gemeenschap, de menselijke diversiteit met minderheden..

 

Ernst Bloch (1885-1977). De mens is een bewustzijn van Ďhet nog niet zijní, is zo een kraamkamer voor het nieuwe en betere, heeft in zich de schemering van de weg naar vooruitgang. De hopende mens zich bewust van het nog niet zijn dat moet komen als de drijvende kracht in de evolutie van de mensheid.

 

Kafka (1983-1924) De maatschappij als een nachtmerrie die onafwendbaar realiteit wordt. Het geloof in het eigen gelijk als nachtmerrie, terreur voor anderen.

 

Robert Heilbroner, (1918-2005) Samenlevingen zijn gebaseerd op de productie van goederen en diensten en vereisen een systeem van ordelijke distributie, veilig gesteld door samen overeengekomen gedragsregels. Eeuwenoud het uitgangspunt voor heerlijkheden, steden, naties met ruilhandel van producten en diensten. Verstoord door de opkomst van het kapitalisme met markten en concurrentie van producten en arbeid. Met voor velen verlies van het recht op overleven door het ieder voor zich en het wegvallen van wederkerigheid. Een sombere kijk op het huidige kapitalisme, met wel een geloof in een betere. We zijn op weg en moeten nieuwe wegen proberen te vinden.

 

Ivan Illich. (1926). De gemeenschap versplintert tot losse individuen afhankelijk van arbeidsmarkten en persoonlijke mogelijkheden, toevallige posities, de plek waar men geboren wordt. Hij bekritiseerde de tendensen naar grootschaligheid, pleitte voor de menselijke maat, het Ďsmall is beautifulí. Het denken in kleinschaligheid van milieubewegingen als de ĎKleine Aardeí,de kleine boer voor biologisch verantwoorde voedsel, de kunstenaarskolonie met net van te leven. Maar ook het dorp en de villawijk die klein willen blijven en voor alleen een financiŽle elite.

 

Naomi Klein (1970) pleit voor herstel van het traditioneel collectieve, het herstel van de Ďcommonsí als gezamenlijke leefruimte, ecosysteem voor ieders leven. De erfenis over vele generaties heen, de verworvenheden van die evolutie door ons heen, voor een groot deel gezamenlijk gerealiseerd, die dan ook gezamenlijk vererven. Die erfenis niet laten monopoliseren. De eens voor elk leven vrije steppen door ons heen geŽvolueerd tot steden weer tot een gemene zaak te maken.

 

Marcel Mauss (1954)Het Ďgemeneí is traditioneel een morele beleving van een groep. Daarbij behoren ook het accepteren van giften en het onderhouden van goede relaties, het naborschap in dorpsgemeenschappen, het idee van mantelzorg, de uitwisseling van geschenkenmet sinterklaas, bij huwelijken, ontvangsten. Alle bedoeld om de groep bij elkaar te houden. Wie niet geeft wie niet leeft. Manifest in de vele clubs, verenigingen, vriendenkringen, gezamenlijke vieringen als carnaval, vuurwerk met oud en nieuw.

Een traditie haaks op die van het neoliberalisme, van het Ďop mijn leven en mijn liefde ervoor zweer ik datik nooit zal leven ten behoeve van een ander mens, noch dat ik dat iemand anders voor mij zal vragení. Ayn Rand in een van haar boeken.

 

John Locke (1632-1704) Alles wat de mens met arbeid ontrekt aan zín natuurlijke toestand wordt persoonlijk eigendom. Arbeid creŽert welvaart en rijkdom, maakt woeste gronden voor de mens bruikbaar, delft grondstoffen voor wat we nodig hebben. Arbeidmaakt wat we wat we nodig hebben en is voor alles prijsbepalend. Alleen arbeid geeft het materieel zín waarde en schept zo eigendommen. Die dan ook die arbeid toekomen. De motivering van het persoonlijke en daarmee privťbezit. Wat woest, leeg, verwaarloosd is maakt noeste arbeid tot zinvol en persoonlijk eigendom.

Karl Polayi. (1886-1964) Met de handel in land en arbeid veranderde het moreel van samenlevingen drastisch. Mensen werden gereduceerd tot arbeidskrachten en de natuur tot privť-eigendommen. Het economisch systeem dat alles in geld vertaalt. Zijn ideaal was weer terug naar wat van dat oude met zín accenten op herverdeling en wederkerigheid. Hij verdiepte zich in de oudheid en wist dat de economie toen heel anders was, dat prijzen van producten eens vooral bepaald werden op lokale markten naar cultuur, religie en status, sociale relaties.

 

Milton Friedman (1912-2006), de voornaamste bepleiter van de vrije markt na de afgang van de Oost-Europese planeconomieŽn. Inspirator voor Ronald Reagan en Margaret Thatcher. Met ook aansprekende ideeŽn, zoals een budget voor onderwijs voor ieder kind, maar wel alleen op particuliere scholen. Voor alle mensen met een inkomen beneden een bepaald niveau een negatieve belasting als basisinkomen. Economische vrijheid leidt tot politieke vrijheid, geld maakt gelukkig.

 

Bas van Havel in een NRC van oktober 2016. Privť bezit dat leidt tot groepsvervorming en -dwang en het soort zoekt soort, tot democratie van het unieke belang en het korte termijn denken. Het Ďa priorií van het marktmechanisme als grondslag voor de Europese Unie. Dat iedere concurrentiebeperking verbiedt en eist al het coŲperatieve te verkopen aan de vrije markt. Waardoor veel familiebedrijven en boerenbezit zullen verdwijnen. Een vrije markt wel voor producten en arbeid maar niet voor grond, onroerend goed, kapitaal. Opgepotte rijkdom van de profiterende elites dat zich onttrekt aan de vrije handel en vooral uit is om geld met geld te verdienen.

De elite in Spanje die na de ontdekking van Amerika rijk werd van het goud en zilver en de lokale economie liet verpauperen. In de zestiende eeuw in Nederland toen rijke stedelingen polders drooglegden en gronden aankochten om te verpachtten, hun te veel geld renderend maakten met kredieten, waardoor ook de economie stagneerde, de reŽle lonen van arbeiders zelfs lager waren dan in de twaalfde eeuw. Het sinds de jaren 60 stagneren van de lonen in de VS en de vermogensongelijkheid inmiddels een record, in Nederland de loonsverhogingen op nul. We staan voor een kantelpunt in de economie en aan de oplossing daarvan zal de nu nog profiterende elite niet meewerken.

 

Karl Popper, (1902-1994) Alle waarheden zijn te falsificeren. Alle kennis is voorlopig. Elke theorie is een trial die kan leiden tot error. Het verhaal van Hegel maar zonder een finale synthese. Er bestaan geen ultieme waarheden, geen onfeilbare autoriteiten. Politiek is vooral een zaak van problemen stellen en oplossen met die methode van Ďtrial and errorí. Alleen mogelijk in een open democratische samenleving.

 

John Rawls (1921- 2002) Een samenleving moet niet alleen rechtvaardig zijn maar ook eerlijk. Die niet funderen op de natuurwetten die mens bepalen, zín genen en wat die willen, maar op Kants zuivere rede van de autonome mens, de mens met als ethiek autonomie en welzijn voor iedereen. Het sociaal contract denken, in de VS het liberalisme, in Europa de sociaal democratie. De natuur bedeeld oneerlijk, de politiek die daarvoor kiest dan ook. Die introduceert een economie die alleen de sterke en slimme mensen honoreert, rijken zorgeloos laat leven naast verpaupering. Rawls kiest voor een politiek die iedereen het recht geeft op autonoom zich zelf zijn naar eigen vrije rede en aanleg. Het in Nederland betalen voor de verzorgingsstaat, iedereen naar inkomen. De chirurg mag rijk worden van medische pech van anderen door die kosten samen te verzekeren. Onderwijs tot op het hoogste niveau die ieders talenten optimale kansen geeft. De Mozarts, Einsteins in de samenleving niet verloren laten gaan. Een samenleving niet naar de natuur maar naar de cultuur waarvoor we democratisch kiezen.

 

Dick Frans Swaab (1944) We zijn ons brein. Alleen zijn naar onze genen, de natuur, zijn we een diersoort. Het vermogen tot zuivere rede bevrijdt ons van die noodwendigheid. Die in ons brein als ons immaterieel Ďer zijní oplicht.

 

Jean Baudrillard. Filosoferen is diepzeeduiken in het duister van de oceaan van al het door de tijden heen geschrevene, het in vele verledens tastten naar waarheden om in te kunnen geloven. We leven in een betekenisloze hyperwerkelijkheid waarin alles kan en mag. Er zijn geen taboes meer, er is alleen nog het feest van opwindende leegte, de hel van almaar hetzelfde, van weer een Kerstmis, Pasen, koopzondag. De mens naar reclame voor merken, mode, politiek.

Wat is nog de echtheid van de beelden waarmee we denken, de wereld duiden, ons zelf verantwoorden, eigen werkelijkheid maken? Die van de vele media, de zenders die we selecteren. Naar antwoorden die we willen. Bewijs maar dat mijn waarheden niet deugen en die van jou wel.

 

Alan Sokal (1955) In die diepdonkere diepzee wat woorden lukraak grijpen en rijgen tot zinnen zonder zin. Een nepartikel met vostrekt zinloze beschouwingen, die hij gepubliceerd kreeg in een gerenommeerd academische tijdschrift, met vervolgens veel internationale aandacht en waardering. Lege codes die circuleren in een systeem van betekenisloosheid.

De vele verhalen die ieder hun eigen gelijk opeisen, onbewezen thesen die zich als waarheid of heil stellen.

 

Willem Elias (1950) Beeldende kunstvormen die mee liften op die extase van hyperwerkelijkheden. De kunst als teken van zín tijd, om die beter te kunnen begrijpen, die even ernstig te nemen als wetenschap en religie. De kunst die elke tijd zín spiegel voor houdt, zín signatuur geeft, kenmerkt, die het wezen van elk tijdperk onthult.

 

Willem Semeins 2017