Kapitalisme.

 

Kapitalisme, investeren in materiële middelen die arbeid effectiever maken, meerwaarde geven, door kapitalisten, mensen met geld, benut om winst te genereren. Het verhaal door de tijden heen van het met elkaar maken, delen, afrekenen ter overleving tot leuk leven. Begonnen in het gemene van ecosysteem aarde met het ontwaken van ratio en rede in de genetische mens. De ratio resulterend in een wetenschappelijk technische evolutie, de rede in overleg en afspraken hoe die te benutten. Het kapitalisme dat zich zo ontwikkelde naar z’n besturing door overheden.

 

‘De samenleving gebaseerd op de productie van goederen en diensten en een systeem van ordelijke distributie’. Robert Heilbroner (1919-2005), een Amerikaans econoom met een grimmige kijk op de huidige economie. Maar wel hoopvolle visies voor het kapitalisme. ‘Veilig te stellen door een disciplinering met overeengekomen gedragsregels, anders en beter te ordenen dan, nu voor de zelfvoorziening van samenlevingen’. Al een eeuwenoud uitgangspunt van huishoudingen van heerlijkheden met boeren en ambachtslieden met een economie van lokaal uitwisselen van producten en diensten, van ruilhandel. Dat drastisch veranderde met de introductie van geld en daarmee het kapitalisme, waarin ondernemers deze ruilhandel nieuwe dimensies gaven door elders markten te zoeken voor al het lokaal geproduceerde. En geld hadden of wisten te mobiliseren om dat te organiseren. 

 

Elk product is de vrucht van arbeid. Landbouwgronden en bodemschatten, van origine een gemene voorziening, leveren alleen meerwaarde door bewerken en delven. Geld maakte van het gemene privaat bezit en die meerwaarde leverende arbeid te koop. Kapitalisten die zich het gemene eigen maakten en anderen van de vruchten van hun arbeid beroofden. Of iedereen laten profiteren van het meerwaarde-effect van dit systeem investeringen. Het begin van de zoektocht naar het juiste beleid beheer en beheersing ervan.

 

‘Een systeem van eeuwenoude zelfvoorziening dat werd verstoord door de opkomst van loonarbeid en de introductie van geld. Met voor velen het verlies van het recht op overleven door het ieder voor zich en het wegvallen van wederkerigheid.’ Ivan Illich (1926-2002). Hij voorzag een langdurige oorlog zowel daartegen als voor het behoud ervan. ‘De gemeenschap versplintert tot losse individuen afhankelijk van arbeidsmarkten en persoonlijke mogelijkheden, posities, kwalificaties tot eigen initiatieven, de plek waar men geboren wordt.’

 

Naomi Klein (1970) pleitte voor herstel van het traditioneel collectieve, de ‘commons’ binnen gemeenschappen.  Met inmiddels dan wel de vraag wat nu onder deze ‘commens’ is te verstaan, door de introductie van het geld vertaald in privébezit en door wetenschap en techniek in een cultuurlandschap.

De introductie van het exclusieve privébezit dat allen daarvan uitgesloten veroordeelde tot loonarbeid en bij gebrek daaraan armenwetten. Uitkeringen als het kenmerk van de moderne maatschappij. In Engeland begonnen met de makke schapen voor de productie van wol die mensen van hun akkers en uit hun huizen te verdreven, maakten tot bezitlozen, op zoek naar mogelijkheden voor overleven, in het gareel gehouden door strenge straffen, tienduizenden per jaar aan de galg. Toestanden die denkers stimuleerden tot hoe anders en beter, het bedenken van utopieën en ideologieën, andere ismen.

 

De industrialisatie bood uitkomst bood, haalde veel bezitlozen van de straat, verschoonde met kinderarbeid ze van hangjongeren. De fabriek die redde van de hongerdood, met in eerste instantie ongezond lange werkdagen en lonen voor net overleven en zolang bruikbaar. De fase van de versterking van het effect van arbeid met machines aangedreven door in het gemene aanwezige vormen van energie als waterkracht en de fossiele brandstoffen. Technische ontwikkelingen die veel mensen degradeerde tot verlengstuk van machines. Met als reacties revoluties en democratisering tot op het huidige kapitalisme. Met z’n plussen en minnen, overvloed en dictatuur, beide tot in het extreme, en de vraag hoelang eco-aarde dit verhaal uithoudt.

 

‘Traditioneel is ‘het gemene’ een morele beleving van de betreffende groep’. Marcel Mauss (1954).  ‘Daarbij behoren ook het accepteren van giften en het onderhouden van goede relaties’. Het naborschap in dorpsgemeenschappen, de mantelzorg, de uitwisseling van geschenken bij huwelijken, ontvangsten, alle bedoeld om de groep bij elkaar te houden. Claude Lévi-Strauss (1908-2009). ‘Wie niet geeft wie niet leeft’. Manifest in de vele clubs, verenigingen, vriendenkringen, carnaval, vuurwerk met oud en nieuw. Een instelling volledig het tegengestelde van die van het ideologisch neoliberale kapitalisme. ‘Op mijn leven en mijn liefde ervoor zweer ik dat  ik nooit zal leven ten behoeve van een ander mens , noch  dat ik van iemand anders voor mij zal vragen’. Ayn Rand (1905-1982), een inspirator van onder andere het neoliberalisme,  Allan Greenspan (1987-2006), bewaker van het banksysteem van de VS. ‘Ben bijzonder geschokt, kan het haast niet geloven. Er moet een fout zitten in onze overtuiging dat de vrije markt zichzelf beter reguleert dan enige overheid’.

 

 Het kapitalisme met de ruilhandel op vrije markten en investeringen om geld te verdienen was en is mondiaal algemeen gebruikelijk. Begonnen met kooplieden met geld die waren opkochten en met karavanen daarmee rondtrokken op zoek naar kopers. ‘Kopen en verkopen tegen een rechtvaardige prijs!?’, een economische moraal al van Aristoteles (384-322 vChr), die in zijn tijd het kapitalisme zag ontstaan en daarop reageerde met zijn ethiek van een goed en deugdzaam leven. ‘Het materiële als middel en niet als doel om daarmee zoveel mogelijk winst te maken’. In toen wel een wereld waarin producties vooral waren gebaseerd op slavernij, arbeid nog geen economische marktwaar  was. 

 

Alle waarden ontleend aan het gemene van onze aarde zijn te herleiden tot arbeid. In de antieke wereld was dit arbeid van slaven, in de feodale van horigen. ‘Arbeid creëert welvaart en rijkdom, maakt woeste gronden voor de mens bruikbaar, delft grondstoffen voor wat we nodig hebben, schept eigendom. Alles wat de mens met arbeid ontrekt aan z’n natuurlijke toestand wordt persoonlijk eigendom’. De motivering voor de onteigening van gemeenschapsgronden met samenlevingen die de groei van de economie beletten en het privébezit. De motivering ook van kolonisatie van gebieden waarin volken zich beperken tot het natuurlijke en daarmee de ontwikkeling naar welvaart en rijkdom in de weg staan. De filosofie die het verjagen van de indianen van hun gezamenlijke jachtvelden ethisch  verantwoordde, het zich toe-eigenen van nutteloos besteed goud en zilver in Zuid Amerika  duidde als economisch juist handelen. Nu nog het verjagen van boeren van hun akkers voor grootschalige landbouw, winning van delfstoffen, recreatieprojecten. Wat woest, leeg, verwaarloosd is maakt noeste arbeid immers tot waardevol.

 

Arbeid schept eigendom, met het kapitalisme voor de kapitalist die persoonlijk investeren om in middelen om met arbeid geld te verdienen. Een systeem dat zorgt voor werkgelegenheid en zo samenlevingen in staat stelt geld te verdienen. ‘De elite bepalend voor de economie van die samenleving, die immers weet hoe daarin de hazen lopen en zijn te vangen, die deze dan ook dient te beheersen, het gezag daarover moet hebben’. Plato (427-347 vCr) die vond dat alleen deze mensen in staat waren z’n republiek te besturen, bij geboorte daartoe al in staat waren, uit de nesten kwamen die daartoe opleidde. Het gewone volk zag ook de hazen lopen maar wist ze niet te vangen.

 

Het gezag, de overheid vooral gericht op de belangen van het kapitalisme. Dat met de Europese zeevarende naties resulteerde in het oorlogskapitalisme, de handel met geweld, kolonisatie en elkaar bestrijden. Het verre oosten gedwongen zowel te leveren als af te nemen, de opiumoorlogen ter ondersteuning van de handel in opium, het monopolie van de VOC op de Molukken van de handel in specerijen. De vloten die Amerika ontdekten en daar goud en zilver roofden, de Spaanse zilvervloot die Nederlanders kaapten. Enorm veel land beschikbaar voor alleen daar groeiende gewassen als suikerriet en katoen. Door genocide vrijwel zonder arbeidskrachten en daarom alleen rendabel met slaven, te kopen van de handel daarin in Afrika. De katoen, verbouwd met slaven in de VS, industrieel verwerkt in Europa en afgezet in India, met eliminatie van het millennia oude ambachtelijke aldaar. Sven Beckert in zijn boek ‘Katoen’ 2013. Zegen en vloek van de globalisering van westers. Inmiddels gekanteld door die zelfde globalisering, de verhuizing van bedrijven en naar het nog goedkope verre oosten. Concurrentie daar die leidt tot nieuwe koopkrachtige markten en met dus volop kansen voor het kapitalisme.

 

Moderne ondernemen: - innovatie en design in gespecialiseerde concentraties van kennis - presentatie en verkoop in worldtradecentra en op internet -  productie in daarop gespecialiseerde en goedkope regio’s - afrekenen in de fiscaal gunstigste landen. Het moderne kapitalisme dat zich onttrekt aan de regelgeving van naties, die zelf kan stellen, met als enige inspraak die van afnemers, dat met internet de hele wereld tot markt heeft. Dat veel producten globaliseert, maakt tot assemblages van wereldwijd geproduceerde en elkaar toegeleverde onderdelen.  Dat bij succes kan leiden tot extreme winsten en daarmee grote vermogens, buiten de nationale gemeenschappen die ze mogelijk maken. Het verhaal van de wereldwijd een paar procent met steeds meer. Van de wereldeconomie met volop kansen voor landen die het willen maken. Van het in de economische kringloop houden van dat veel teveel van enkelen voor rekening van de tekorten van heel veel anderen.

 

Vrije markten dwingen bedrijven alle technische en maatschappelijke mogelijkheden te benutten op straffe van faillissement. Dus ook alles dat overheden tolereren of zelfs bevorderen. Het oorlogskapitalisme van Beckert, kinderarbeid noodzakelijk door ontbreken van collectieve zekerheden, lage lonenbeleid, toestaan van milieuvervuiling. Misstanden in bedrijven zijn primair overheden aan te rekenen. 

De ontdekking van Amerika bracht de economie van Spanje in een dip door de roof van goud en zilver, dat de Spaanse elite meer opbracht dan elk ander ondernemen thuis. Dictatoriale elites van olielanden met nauwelijks behoefte aan alternatieve bronnen van inkomsten, de andere inwoners koest houden met uitkeringen en in het gareel met deze orde bevestigende religies. In de zestiende eeuw stagneerde de economie in Nederland toen rijke stedelingen polders drooglegden en gronden aankochten om te verpachtten, zo hun te veel renderend maakten met kredieten, waardoor de reële lonen van arbeiders zelfs lager waren dan in de twaalfde eeuw. De vermogens belegd in vastgoed in steden door de politiek schaars gehouden en daarmee uiterst winstgevend door de werkende mensen daar af te romen.

 

Kapitalisme zal ook alle technieken omarmen. Innovatie is een voorwaarde voor overleven van bedrijven. Met winst als ze daarin goed zijn, marginalisering en faillissement als ze niets meer te innoveren weten of daarin falen. Fundamentele wetenschappen openbaren de principiële mogelijkheden van het materiële die technische wetenschappen praktisch bruikbaar maken. Het principe van energiewinning door verhitting toe te passen in stoomturbines, dat van het elektromagnetisme voor de opwekking van stroom en communicatie, van hoe de wereld chemisch in elkaar zit voor producten, materieel en biologisch.

Daarbij komen de fundamentele niet verder dan de principes van de wereld waarin en waaruit we zijn. Het verhaal vanaf de oerknal tot op de elementaire deeltjes, steeds moeilijker te begrijpen maar wel steeds beter te benutten. het relatieve van Einstein toegepast in ‘tom tom’. Een verhaal dat tevens tendeert naar eindig, naar een eens niets meer te ontdekken en alle principes bekend. Waarmee ook het toepasbare limieten krijgt. Wel met oneindig veel variaties en combinaties. Op het principe van planten, insecten, zoogdieren heeft de natuur uitbundig gevarieerd. Ook alles wat we maken zijn steeds meer naar variaties op en combinaties van eindige principes. Daarbij komen ook steeds meer producten uit op eindwaarden, op wat hun markten en overheden als genoeg, voltooid vinden. Weer een nieuw mobieltje hoeft steeds minder. Auto’s eenmaal elektrisch en zelfrijdend worden nauwelijks in voor innovatie, ze zijn nu al vooral merk en design. Overheden zullen dit mede gaan sturen, bijvoorbeeld alles elektrisch verplichten voor de steden, dat fossiele centrales moeten wijken voor windmolens, woningen duurzaam omgaan met energie. Maar ook vrije markten zullen niet eindeloos dezelfde wasmachine, koelkast, mobieltje willen kopen, verlangen dat die zol lang mogelijk meegaan en makkelijk te onderhouden. Innovatie blijft dan als design, het hebbeding, het merk dat je niet missen mag, de mode die je maar te volgen hebt. Einde van de wegwerpeconomie, nu nog vrijblijvend en geboden naarmate grondstoffen schaarser worden en afhankelijker van kringlopen.

 

Technische ontwikkelingen met consequentie voor het kapitalisme, dat ook daarop gaat, moet inspelen. Alles steeds langer mee laten gaan en met minder onderhoud. De werkgelegenheid verleggen van maken naar onderhouden en renoveren en van consumeren naar bezitten. Streven naar het praktisch volmaakte product dat niet meer verouderd, met design dat het maakt tot waardevol antiek, dat makkelijk is te onderhouden en deels te renoveren, in kringlopen z’n  waarde behoudt. De waardevaste belegging in goed gebouwde huizen, designinrichting, de volmaakte auto, kunst. Fabrieken met nauwelijks nog kosten voor innovatie en afschrijving . De ZZP er voor onderhoud, beheer, advisering, dienstverlening. Een kapitalisme dat vooral investeert in duurzaam en bestendig bezit met rendement uit verhuur. De consument die producten niet bezit maar huurt. Steeds meer coöperatief, van samen bezitten en beheren. De ontwikkeling in steden van het vastgoed van privé baar publiek bezit als antwoord op monopolisering van het eerste. Een kapitalisme gebaseerd op een almaar groeiend en steeds bestendiger bezit en daarmee een steeds grotere erfenis over de generaties heen. Wereldwijd neemt deze erfenis enorm toe, worden landen steeds welvarender, neemt armoede af. Regionaal is een goede verdeling van die welvaart te realiseren.

Pensioenfondsen laten uitgroeien tot fondsen voor een basisinkomen voor iedereen, steeds eerder een pensioen tot eens vanaf de geboorte. Mogelijk dank zij die almaar groeiende erfenis over de generaties heen en alleen als we die ook eerlijk delen en niet laten monopoliseren. Naar een principe van samen gerealiseerd ook samen delen en vererven, niet meer arbeid van het daarmee gerealiseerd bezit beroven.  Die erfenis ook goed onderhouden en niet laten verloederen, zoals bij monopolies gebruikelijk, maximalisatie beleggingen, naties die ook het niveau van hun bevolking laten verloederen.

Iedereen kapitalist, een basisinkomen uit een renderend bezit. Noodzakelijk om overheden daarvan te ontlasten, van AOW en uitkeringen uit belastingen. Gezien de ontwikkeling van consumeren naar bezitten en dat steeds bestendiger, steeds ouder worden en langere opleidingen, technieken die de werkgelegenheid verminderen, daarmee een basisinkomen noodzakelijk maken. Mogelijk en ook al in ontwikkelingen minder privé en meer publiek, herstel van het voor iedereen gemene. Collectief, coöperatief bezit dat samen wordt gedeeld.

Collectief vastgoedbezit dat iedereen laat wonen en werken voor alleen de kosten van onderhoud en renovaties. Veel heel veel andere producten en diensten denkbaar. Uiteindelijk uitgroeiend tot een nationaal collectief, een gezamenlijk te onderhouden bezit als basis voor een inkomen voor iedereen. Als we het willen maken wetenschappen en techniek dit mogelijk

 

Essentieel voor welvaartsgroei is energie. Nu nog vooral van fossiele brandstoffen, die het klimaat verzieken en voor velen de gezondheid. Technisch op te lossen, bemoeilijkt wetenschap is ook maar een mening en moet uitkomen op wat we willen. Windmolens kunnen het overnemen, totaal dan voor Nederland rond 50 000. Kernencentrales ook maar met de mening levensgevaarlijk en beslist niet mogen. Zijn wel CO2 en smog vrij, kunnen de wereld een stuk schoner en gezonder maken.  

Meer energie maakt meer mogelijk. Zoals zoet water in overvloed voor het weer groen maken van woestijnen, optimale landbouw in kassen met licht en daarmee vrij maken van land voor vrije natuur, voor het overleven van onze voorfamilies, de dieren, het in fabrieken produceren van wat die ons nu nog leveren. Energie en met wat we weten maakt het allemaal mogelijk. 

 

Essentieel voor al dit mogelijk is de politieke wil, de filosofie van waaruit we samen willen leven. Voor Adam Smith (1723-1790), de grondlegger van het liberalisme, de menselijke natuur.  ‘De mens is van nature zelfzuchtig. Een genetisch kracht die iedereen ten goede komt, iedereen immers stimuleert tot maken van en daarmee verdienen aan wat anderen nodig hebben. ‘Iedereen daarmee behept en we bedienen elkaar als van zelf’. Met wel een overheid om te waken over veiligheid en eerlijkheid van dit systeem. De economie naar de genetische mens.

 

 ‘Een samenleving moet rechtvaardig en eerlijk zijn’, John Rawls (1921- 2002). Die niet alleen funderen op de natuur van mens, z’n genen, maar mede op z’n vermogen tot zuivere rede. ‘Die in staat stelt tot autonoom en naar eigen verantwoording ethisch handelen’. Ontleend aan Immanuel Kant (1724-1804). Het sociaal contract denken, in de VS het liberalisme genoemd, in Europa het sociaal liberalisme en de sociaal democratie.

 

Ralf Dahrendorf (1929)  stelt economische vrijheid boven de gelijkheid, maar onder voorwaarde van een voor iedereen gelijke grondslag, startpositie, geborgenheid. Zowel naar de natuur als geboorte is de mens oneerlijk bedeeld. Dat zien als een natuurlijk gegeven, de wil van hogere machten of kiezen voor een politiek die iedereen het recht geeft op autonoom zich zelf zijn naar eigen vrije rede en aanleg. Het in de verzorgingsstaat iedereen meenemen. De chirurg mag rijk worden van medische pech van anderen door die kosten samen te verzekeren. Onderwijs voor iedereen tot op het hoogste niveau opdat geen potentiële Mozarts, Einsteins verloren gaan. De economie niet naar de natuur maar naar de menselijke ratio en rede, naar z’n cultuur. 

 

Een kapitalisme naar ons vermogen tot zuivere rede, internationaal ingeleid met de formulering van de mensenrechten door de Verenigde Naties. ‘Het recht op autonoom denken en vrije meningsuiting, recht op voedsel, inkomen, onderdak, scholing, recht van naties op zelfbeschikking en beheer van eigengrondstoffen, een eerlijke welvaartsverdeling’. Met de bedoeling door iedere natie op eigen wijze te realiseren en al z’n inwoners te garanderen. De autonome mens primair en elk systeem secondair en daarop gericht. Een internationaal overeengekomen bedding voor het kapitalisme wereldwijd op weg naar een zegen voor iedereen. Voor zover kapitalisten dit streven niet in de weg staan en populisten het niet bederven.

 

Het kapitalisme naar menselijke ratio en rede. De ratio manifest in een evolutie door ons heen van het materiële naar z’n mogelijkheden en de rede om samen doel en zin daaraan te stellen. Een evolutie door de wetenschappelijke en technische ontwikkelingen inmiddels in hoge versnelling. Wereldwijd resulterend in snel toenemende materiële welvaart en welzijn, en de problematiek van samen delen en zingeving. Dat uitdaagt tot ‘change’, de politiek van het radicaal anders, revolutie. Maar vooral sturing vereist, verder evolueren, vanuit gezamenlijke belangen, dus democratisch, en over alle grenzen heen . Dat naar ons vermogen tot zuivere rede voor het materiële dan uitkomt op het praktisch volmaakte. Met vervolgens de vraag de zin daarvan, van wat willen we daarmee en gaan we daarmee doen, zowel gemeenschappelijk als persoonlijk. De volmaakte auto, maar waarheen? Het beste aan linnen, penselen, verf, maar nu het schilderij. De kanteling in die evolutie door de mens heen zonder einde.

 

Willem Semeins februari 2017

 

Literatuur: willemsemeins.nl